thema:

In het hart van het hart van de schrijn (3)

Vertaling:

Gedicht van de begijnen

 
in de schrijn van het hart vind ik de assag, de begarden en de begijnen
ik ontmoet haar die Meester Eckhart inspireerde: ik vind Matilda
en ik ontmoet Margarete Porete

in het hart van de schrijn is Margarete Porete begijn
in het hart van het hart herinnert mij de begard
de schrijn van het hart leert me over de begijn:

Begijnen waren vrouwen die leefden als alleenstaanden en deel uitmaakten van een soort vrije lekengemeenschap binnen de Rooms-katholieke Kerk en meestal in een begijnhof verbleven. Anders dan een lid van een kloosterorde legden begijnen geen eeuwige geloften af, behalve die van kuisheid.[1]

in het hart van het hart leer ik
ik leer: de begijnse beweging is ontstaan in Luik aan het eind van de XIIe eeuw
ik leer: hun ontstaan is te danken aan de dood van de kruisvaarders, de vrouwenkloosters zitten vol
ik leer: de begijnse beweging is de eerste niet gesloten religieuze samenlevingsvorm voor vrouwen,
ik leer: de begijnse beweging staat dicht bij de bedelorden
ik leer, in het hart van het hart: de onafhankelijkheid van de begijnen, de begijnen hebben zelfbestuur, besturen zelf hun begijnhoven

ik lees Silvana Panciera: ‘Het is een soort voorloper van de democratie. Er is geen moeder overste, alleen een “hoofdjuffrouw” die voor een paar jaar gekozen wordt. Ook stelt ieder begijnhof zijn eigen regels op, die altijd gewijzigd kunnen worden.’

ik lees Régine Pernoud: ‘De beweging der begijnen is aantrekkelijk omdat ze vrouwen een bestaansmogelijkheid biedt buiten het huwelijk en het kloosterleven, vrij van iedere mannelijke overheersing’,

ik leer: ze zijn beïnvloed door de hoofse literatuur
ik leer: hun vrije bestaan maakt hen verdacht in de ogen van de kerkelijke autoriteiten
ik leer: vervolgd en veroordeeld op het concilie van Vienne voor valse vroomheid
in het hart van het hart van de schrijn: ik leer de terechtstelling van Marguerite Porete, ik lees
haar Spiegel der eenvoudige, vernietigde zielen die enkel in wil en verlangen naar liefde verwijlen
ik leer dat Marguerite Porete het quiëtisme aankondigt, de ‘annihilatie van de ziel’ vervuld van de liefde voor God en ik denk aan Zwaarte en gratie, aan de zwaarte en de gratie van Simone Weil,
in het hart van het hart van de schrijn denk ik aan Simone Weil,
het hart van het hart van de schrijn neemt me mee tot achter het khan el franj, het Fransenfort,
neemt me mee naar Saïda
in het hart van het hart van de schrijn ligt het Nabije Oosten

[1] Niets wordt opgelegd: noch de kledij, noch de woning. De meeste begijnen wonen alleen in een huisje, waar ze hun maaltijden nuttigen. De armsten onder hen vestigen zich in het gemeenschapshuis, het convent. Werken, als middel tot economische emancipatie, is onderdeel van hun bestaan. Ze bleken lakens, wassen wol, werken op de boerderij, maken kaarsen. De hoogst opgeleiden wijden zich aan het onderwijs. Tot slot ontwikkelen ze hun medische kennis dankzij de ziekenzalen die in begijnhoven zijn ingericht. Veel begijnen beleven hun geloof ook door middel van de kunst. Aanvankelijk werkten veel begijnen om in hun levensonderhoud te voorzien en het geld voor hun aalmoezen te verzamelen. Soms hadden ze eigen werkplaatsen, vooral weverijen, maar ook pottenbakkerijen en kopieerateliers. Ook werk als dienstbode, met name in ziekenhuizen, kwam vanwege de daarvoor vereiste toewijding aan armen en zieken veel voor. Hun bijna-heilige levenswijze trok ook rijkere en hoger opgeleide vrouwen aan, die hun aardse bezittingen lieten beheren, zodat ze hun inkomsten in de vorm van aalmoezen konden uitdelen. Onder de geleerdste begijnen waren Sybille de Gages, beroemd latiniste, dichteres Ida van Léau en Mechtild von Magdeburg, schrijfster van het eerste devotieboek in de volkstaal.

 
 
 

Gedicht van de geboortes van Virginia Woolf en Anna van Bretagne

 
in het hart van het hart van de schrijn ben ik gelukkig,
in het hart van het hart is het feest,
een feestdag in het hart van het hart van de schrijn klinken fluiten, trommels en trompetten
het is vandaag, gisteren of vandaag is, werd Anna van Bretagne, is Anna van Bretagne geboren 539 jaar geleden,
en gisteren, gisteren dat is zeker, de registers zijn er zeker van,
gisteren werd geboren, 134 jaar geleden werd geboren, het was in 1882,
gisteren is zij geboren die Een kamer voor jezelf zal schrijven,
in het hart van het hart van de schrijn worden met 405 jaar verschil Anna en Virginia geboren, Bretagne en Woolf, worden twee vrouwen geboren
in het hart van het hart van de schrijn door hun geboorte
de geboortedag in het hart van het hart van het voorwerp waar het dode hart in rustte
rond de schrijn is het anniversarium van de sterfdag gevierd, ik vier de geboorte
in het hart van het hart van de schrijn door hun geboorte ontmoeten twee vrouwen elkaar
twee vrouwen voor wie mijn genegenheid groot is, gisteren en vandaag,
gisteren of vandaag, in het hart van het hart van de schrijn ontmoet ik het belang van de dood,
het onbelang van de geboorte
de geschiedenis ontmoetend in het hart van het hart van de schrijn, haar ontmoetend ondervraag ik haar
ik ondervraag de geschiedenis daar waar Virginia Woolf en Anne de Bretagne elkaar ontmoeten,
ik ondervraag de geschiedenis vanaf de geboortedag, en ik denk bij mezelf, als de geschiedenis de geboortedatum niet kent van deze keizerin die tweemaal koningin was, als de geschiedenis aarzelt, als die zo aarzelt, de geschiedenis, denk ik bij mezelf: ik heb het recht haar te ondervragen en haar te vragen: weet je wel zeker dat Anne de Bretagne, zoals jij vandaag de dag beweert, een dom gansje was dat zich van kop tot staart kaal liet plukken?

Uit: Au cœur du cœur de l’écrin (Lanskine, 2017)

Over de auteur:

Anne Kawala (1980) studeerde aan de kunstacademie van Lyon en publiceerde in 2008 haar eerste bundel F.aire L.a F.euille (éd. Du Clou dans le Fer). In haar werk combineert ze tekst met visuele en typografische elementen om een non-lineaire leeservaring te creëren waar haar performances, soms meerstemmig of met muzikale begeleiding, nog een extra dimensie aan toevoegen. Andere bundels van Anne Kawala zijn Part & (Joca Seria, 2011) en Le Cowboy et le poète (CD-boek met Esther Salmona, L’Attente, 2011). Au coeur du coeur de l’écrin verscheen in mei 2017 bij uitgeverij Lanskine.

Over de vertaler:

Kim Andringa (1977) studeerde Frans en vergelijkende literatuurwetenschap. Ze is literair vertaler uit en naar het Frans, redactielid van Terras en universitair docent vertalen aan de universiteit van Luik.