thema:

Alfabet bovenlip

Vertaling:

I
 
Als vrouwtje kwam ik ter
wereld, ik heb klimop,
fontein en grind
genoten, IN DE WITTE
 
ENGEL zeggen ze, of MON
BIJOU. Taal wilde ik
zijn, mijn lijfgerecht was
me in het bloed geschoten, ik
 
verbeet me, werd gevleid
en probeerde me uit als
bloem. Ik keek jullie aan. Toen
werd het haakje gesloten.
 
 
 
 
II
 
Dat onderhemd. Zout water,
een van kou vertrokken gezicht
op het strand, het badpak
zwart. Die benen, en zijn
 
nek: een boer die met zand
niets weet te beginnen.
Badpak Venetië. Heeft
hem niet blijvend kunnen
 
opvrolijken, dit uitstapje, nee.
Het badpak Limanova.
Het badpak Krakau.
En het badpak zout.
 
 
 
 
III
 
Afijn – ik heb wekenlang
in mijn hoofd geslapen,
er doken heel wat mensen op
en ik had het koud. Vers voor
 
vers kroop ik de zaal door,
men krabde zich, men hing
in plakken, er werd geopereerd.
Alfabet bovenlip, alfabet
 
onderlijf, en dat gejammer.
Wekenlang bloementaal.
Wekenlang waterangst.
Wekenlang niet geschoren.

Over de auteur:

Marcel Beyer (1965) is een Duitse schrijver, essayist en vertaler. Hij promoveerde op het werk van Friederike Mayröcker en publiceerde onder meer de romans Flughunde (1995) en Kaltenburg (2008) en de dichtbundels Erdkunde (2002) en Graphit (2015).

Over de vertaler:

Ton Naaijkens (1953) is vertaler, essayist, redacteur van de tijdschriften Filter en Terras en hoogleraar Duitse literatuur en vertalen aan de Universiteit Utrecht. Hij vertaalde werk van Robert Musil, Paul Celan en Ernst Meister. In 2016 verscheen zijn vertaling van de bundel Chicxulub Paem van Daniel Falb.