thema:

Anne Kawala, in het hart van het hart

Vraag Anne Kawala om zichzelf voor te stellen, en je leest het volgende:

‘Je zou kunnen zeggen dat Anne Kawala in 1980 geboren is, in Herlincourt, departement Pas-de-Calais, maar dat zegt niks. Je zou kunnen zeggen dat ze is geboren in het huis waar ze is opgegroeid (daar vertelt ze een beetje over, tussen 114 andere gedichten, in een eerste bundel, F.aire L.a F.euille (uitg. Du Clou dans le Fer, 2008)), dat ze niet is ingeënt, dat ze 10 jaar lang weilanden heeft gezien. Dat zou al meer verklaren: ze is geen Parisienne maar je zult haar nooit zonder hoge hakken zien. Je moet weten dat ze daarop rent omdat ze vaak te laat komt. Maar dat doet ze niet als ze voorleest (dan is ze niet te laat en rent ze niet): haar armen wapperen in een soort vreemde choreografie, staand achter een lessenaar leest ze een mogelijke vertaling van haar gedichten, dat wil zeggen een rond teksten en visuele poëzie gecomponeerde partituur.’[1]

Ik maakte voor het eerst kennis met haar werk op een lezing. Het gedicht dat ze zou gaan voorlezen werd uitgedeeld aan het publiek. Op het eerste gezicht ziet het eruit als een blad dat meerdere keren door de printer is gehaald, over elkaar gelegde transparanten, lagen in een beeldbewerkingsprogramma: beeld met tekst erachter, erdoor, eromheen… Wat aanvankelijk een onleesbare visuele compositie leek, bleek door Anne Kawala getransformeerd te worden in iets vloeiends, haast vanzelfsprekends betekenis, bleek zelfs op verschillende manieren leesbaar te zijn.

Choreografie, partituur, beeld, tekst: de hierboven gevallen woorden maken al duidelijk dat de poëzie van Anne Kawala als veelvormig en veranderlijk gezien moet worden. Tekst wordt gecombineerd met typo- en iconografische elementen die samen een heterogene compositie vormen die vervolgens door de lezer ‘gerealiseerd’ moet worden, door de manier waarop deze de puzzel ontcijfert:

‘ik vraag wie leest om uitgaand van de verschillende elementen een verband te leggen, tot een vorm van begrip te komen, zijn eigen montage te maken: er is niet één manier om […] te lezen, de lineaire is niet de enige.’[2]

De betekenis krijgt vorm in de manier waarop iedere lezer deze samenhang creëert. Ook als Anne Kawala zelf haar poëzie voorleest en er met stem en gebaar nog een extra dimensie aan verleent – sommige teksten worden meerstemmig voorgedragen – draagt de performance bij aan de steeds veranderende heterogeniteit.

Leesbaar is het dus wel; vertaalbaar, dat is een tweede, al was het maar omdat die bijna driedimensionale opmaak niet zo eenvoudig te reproduceren is.[3] Daarom maakten we – niet geheel zonder spijt – voor dit nummer van Terras een selectie uit een nieuwe, nog niet verschenen bundel die minder met vorm experimenteert, Au coeur du coeur de l’écrin. Uitgangspunt is de eivormige gouden reliekschrijn waarin oorspronkelijk het hart van koningin Anna van Bretagne (1477-1514) bewaard werd. Het hart is vergaan, maar de lege schrijn is nog te zien in het Dobréemuseum in Nantes.[4] Anne Kawala duikt in deze lege huls en in de leemtes van onze historische kennis en probeert de overgeleverde flarden met betrekking tot leven en handelen van deze voor haar tijd zeer onafhankelijke vrouw, en de zweem van waarheid die deze bevatten, te verbinden tot een samenhangend beeld. Vandaar die raadselachtige zweemtes in het eerste gedicht. Ook de lezer ontdekt gaandeweg heel wat lacunes in zijn intellectuele bagage. Begijntjes kennen we allemaal nog wel, maar wist u dat er ook mannelijke begarden bestonden? De assag die u verderop tegenkomt is een hoofs gebruik vergelijkbaar met het kweesten of nachtvrijen dat in Nederland op sommige plaatsen nog in de 20e eeuw in zwang was, een proef waarbij twee geliefden naakt het bed deelden zonder te bezwijken voor de verleiding om elkaar aan te raken. De Khan-el-franj of karavanserai der Franken was in de tijd van de kruistochten een pleisterplaats in Sidon, Libanon.

Het is poëzie die zoekt en ondervraagt, poëzie die wil begrijpen, maar zoals Kawala schrijft: ‘begrijpen is een geheel, geen dichotomie, het is een mandje: er liggen eieren in, maar ook naast.’[5] Niet alles vindt uiteindelijk zijn plaats in het grotere geheel, maar ook de dingen die daarbuiten vallen zijn vruchtbaar.

En zo voert de bundel ons van Bretagne naar Noord-Afrika, langs historische kronieken, Wikipedia, wetenschappelijke studies en hoofse of mystieke liederen, langs begijnen, feministes en andere onafhankelijke vrouwen, en langs uitgesneden, gebalsemde of verslonden harten. Samen vormen de gedichten een hoogst persoonlijk historisch, maatschappelijk en literair mozaïek.
 
 
[1] http://www.leflac.fr/noms/54/anne_kawala
[2] http://remue.net/spip.php?article8238
[3] Zie voor een voorbeeld hiervan: http://www.leflac.fr/essais/43/tu_vois_c_est_comme_si_essai_texte_audio
[4] https://fr.wikipedia.org/wiki/Écrin_du_cœur_d’Anne_de_Bretagne
[5] http://www.leflac.fr/noms/54/anne_kawala

Over de auteur:

Kim Andringa (1977) studeerde Frans en vergelijkende literatuurwetenschap. Ze is literair vertaler uit en naar het Frans, redactielid van Terras en universitair docent vertalen aan de universiteit van Luik.