thema:

Athena se harnas

Vertaling:

Charl-Pierre Naudé leest zijn gedicht ‘Athena se harnas’ voor. De Nederlandse vertaling, van Alfred Schaffer, stond in Terras #08, Door de nacht.

Het harnas van Athena

Mijn vrouw staat voor haar spiegelbeeld.
Met een zweem van bezorgdheid
kijkt de een naar de ander.

De twee zijn op één plek
en één ogenblik geboren,

en sindsdien

strekken deze zussen tevergeefs
hun handen naar elkaar uit
over de onverstoorbare siliconenrivier
die hen voor eeuwig scheidt.

Ze staren naar elkaar;
ze zijn elkaars pop
uit de kinderjaren –
op de verjaardag van elke dag
telkens weer afgeleverd
in identieke dozen.

Dit spiegelbeeld van iets,
de weergave die naar on-verschil streeft,
is wat het ‘natuurlijke’ zo opzichtelijk
laat vervloeien tot wat boven- of onnatuurlijk
of buitengewoon is.

Metastase – anders beschouwd:
een Siamese tweeling –

verschilt niet veel
van de Volksraad met een tweede kamer;

of van de separatistische staat;

en dat burleske idee
genaamd het Kwaad
is doodgewoon
de potsierlijk spelende circusspiegel.

Dan moet je nog uitkomen
bij de vernuftige verdubbeling bij verstek:
de ziel –
vergelijkbaar met een kunstlong,
of een driewieler.

Elke dag verzamelt mijn vrouw deze schitteringen
die ze herkent
als haar kleine sterrenuitspansel,
in haar meisjesmandje,
in haar eigen spiegel.

Onder een zomerboom
verzamelen twee jongens besjes;
de één rangschikt zijn verzameling
tot een gelaat, de uitbeelding van de ander lijkt
op de kraal van een boerderij.

Stel je voor:
je kunt dezelfde verre vruchten
– sinaasappeltjes aan zee, sinaasappeltjes
uit het binnenland –
gaan plukken
in de moleculaire boomgaarden
van óf het kleed van Jezus óf de tulband van Mohammed.

Zonder gekheid, je kunt ze
verzamelen voor zulke adembenemende,
uiteenlopende rangschikkingen
herkenbaar als ‘woorden’,

als dingen

of denkconstructies.

Op de wind van buiten
drijft een drumsolo tot binnen gehoorafstand…
een pointillistische tekening
op het middenoor,
en deze schets verspringt
tot een aanschouwelijkheid,
en van daar tot een mentale voorstelling;

vanuit één kant gezien:
een paleis gebouwd van wapenstokken,
en ánders: een hemelgewelf
van vervloeiende, koppige goden.

Ik richt mijn blik op het nachtelijke firmament
en hef mijn sikkel, klaar voor de oogst:

sterren storten ritselend
bij mij voorbij in mijn concave smeltkroes
als atomen die op hun kleine beurt
ver uit elkaar en alchemistisch
in stelsels drijven.

Dan veeg ik de spikkels bijeen
en smeed ze als een ijzersmid tot een artefact.

Uit de omringende baaierd waarin
tijdreizen en ruimtemechanica
zich meten met mythen en religies,
boetseer ik een dak in dit ondermaanse.

Mijn eendagssoort en ik
zoemen hier als muggen
die elkaar aan elkaar herinneren,

onder het harnas van Athena
dat zij nog maar kort geleden neerlegde
op haar lapje kweekgras

toen ze naar binnen ging om te rusten;

en zo blijven we (onwetend
vanwege al die wemelende weetjes)
een huldeblijk aan de goden en godinnen.

Over de auteur:

Charl-Pierre Naude is een Zuid-Afrikaanse dichter, essayist en commentator. Hij schrijft in het Afrikaans en het Engels. Sinds 2000 verscheen zijn werk af en toe in vertaling in Nederlandse literaire tijdschriften. In 2007 verscheen in de Slibreeks sien jy die hemelliggame. Zijn laatste dichtbundel is Al die lieflike dade (September 2014, Tafelberg). Naudé is momenteel stipendiaat van DAAD en resideert in Berlijn..

Over de vertaler:

Alfred Schaffer (1973) publiceerde zes dichtbundels waaronder Schuim (2006), Kooi (2008) en Mens Dier Ding (2014). Hij woont in Kaapstad en is verbonden aan de vakgroep Afrikaans en Nederlands van de universiteit van Stellenbosch.