thema:

‘B’ en ‘Oe’

Vertaling:

‘B’ blijft narrig doen. De oorzaak moet hoognodig vastgesteld.
De drekel misschien? Goed, genoeg voor vandaag.
Aan de wandel. Een voorjaarsavond, sterren, vrouwen… Prima,
nog even en mijn ster rijst!
Liep mijn jeugdvriend Vladlen tegen het lijf. Hij blijft bij zijn
oude stijl: hupje, knipoog erbij.
Hij maakte een hupje, gaf een knipoog en sleepte me een restaurant
in.
Hij had belangstelling voor mijn leven, mijn werk, zweeg
over zichzelf, maakte zich daar met een grapje van af, met
een paar dooddoeners, was plotseling zonder iets te zeggen
verdwenen zonder gedag te zeggen… De paljas!
Een brief in de zak van mijn regenjas: ‘Kom hier morgenavond
weer heen. Vlad.’
Paljas! Het is niet aan jou om aan te geven waar ik morgenavond
moet zijn!
 
Hè, gelukkig! ‘B’ is narrig vanwege de drekel! Nu kun je opgelucht
ademhalen! Een voorjaarsavond, sterren, vrouwen…
Nu kun je ook bij Zina langs…
Naar Zina gelopen, maar in Spartak beland. Vladlen was er
al. Hupje, knipoog, omarmd, stoel gekregen. Cognac, lekkere
hapjes. Waar haalt hij het geld vandaan, Vladlen? Geen antwoord,
een knipoog, een toost op onze jeugd, herinneringen
aan bolognajassen, de twist, café Maansteen… Maar wat doe
jij nu tegenwoordig, Vladlen? Hij knipoogde en antwoordde
dat hij aan knipogen deed, bij een zekere instelling ‘Oe’ –
nieuwe zaak, perspectiefrijk, goedbetaald…
Hij stelde voor dat ik voor deze zaak zou werken, de bouw
eraan zou geven…
De paljas! Het is niet aan jou om aan te geven wat ik moet
doen!
 
De drekel is in orde, maar ‘B’ doet nog steeds narrig. Wat is
er aan de hand?
Aan de wandel. De warmte had plaatsgemaakt voor ijselijke
kou. Natte sneeuw, blubber, lichtjes voor de feestdagen, een
militieman die voor de tribune heen en weer loopt, de wacht
houdt… Wat is er eigenlijk aan de hand? Waarom doet ‘B’ narrig?
Gaat het soms om de koerbel? Wringt daar de schoen?
Snel de verslagen inzien, als de wiedeweerga!
Hoera! Het ligt allemaal aan de koerbel! Niet aan dronkenschap!
Prima, alles goed, alles komt op z’n pootjes terecht!
Dat is nog eens wat anders dan knipogen, Vladlen! Prima,
nog even en ook ons uur slaat! Nog even en ook onze ster
rijst! Nog even en alle slagbomen gaan open.
Hallo, Zina! Maak je bruidstooi klaar! Maak je klaar voor de
huwelijksreis! Klaar voor Frankrijk!
 
De drekel en de koerbel voldoen aan de norm, maar ‘B’ blijft
narrig doen. Wat is er toch? Wat is de reden?
De nacht, de lichtjes voor de feestdagen, de wachtpost bij de
tribune… Wat is er toch aan de hand? Waarom doet ‘B’ zo narrig?
Ligt het soms aan de strikel? Wringt daar soms de schoen?
Snel de verslagen inzien, en wel meteen, als de wiedeweerga!
 
Hoera! Het ligt allemaal aan de strikel! Hè, lucht dat op! Alles
komt goed! Alles komt voor de bakker! Je moet voor de tribune
heen en weer lopen, daar zijn verborgen krachtvelden
die creatieve energie opwekken! Bedankt, tribune! Bedankt,
wachtpost! Blijven jullie maar altijd zo staan! Blijf maar eeuwig
zo staan! Terwijl jullie daar staan, zal ik zoeken en vinden!
Zolang jullie daar staan, besta ik!
Pam-ram-pari-ram, pam-parira-pari-ram.
‘B’ rijst majestueus op tussen de alledaagse rotzooi. Enkele
afwijkingen van de degelijke aanpak. De zaak moet geforceerd.
De tijd dringt. Jezelf mobiliseren en de rest ook. Niks
geen snipperdagen, ziekteverloven, vrije weekends en feestdagen.
Of – of…
Zina belt, vraagt wat we met de feestdagen doen. Mijn hoofd
staat nu niet naar feest, Zina. Onze feestdag is nog niet
aangebroken, maar het duurt niet lang meer. De slagbomen
gaan spoedig open. Maak je trouwjurk klaar. Maak je klaar
voor Frankrijk, Zina.
Vladlen belde, stelde een uitstapje in de natuur voor. Ervoor
bedankt. Zing maar, zing maar een eind weg, marcheer maar,
kruip de groene weiden in – doe maar wat je wilt, maar hou
mij er buiten.
 
De laatste beproevingen. De drekel, de koerbel en de strikel
houden zich goed. Een paar afwijkingen van de algemene
degelijke aanpak. Wie aan kleine dingen blijft hangen, komt
nooit aan de hoofdzaak toe. Morgen wordt alles beslist. Het
suizen van de sterren en de adem van de eeuwigheid. Was
het maar snel ochtend!
 
Kap, huid, bloed, ogen. Een explosie. De beschermkap heeft
het begeven. Eén dode, iemand anders een oog kwijt. In
plaats van Frankrijk de gevangenis. Het meesmuilen van de
lui die tegen het forceren waren.
Meesmuilen jullie maar, knipogen jullie maar.
Kap, huid, bloed, ogen.
 
Handtekening voor in het land blijven, gerechtelijk onderzoek.
Bruiloft afgelast. Kreun maar niet, Zina. De beschermkap
heeft het begeven.
 
Kap, huid, bloed, ogen.
Ik moet alles op mezelf nemen. Zeggen dat ik daar bewust
op aan heb gestuurd. Als de zaak eenmaal rolt, dan maar tot
het einde toe. De zaak hogerop brengen, zodat alles zo snel
mogelijk achter de rug is, om zo snel mogelijk uit dit bordeel
weg te komen.
Een kale vlakte, stoffig gras, bergen afval. Diep gevallen
mensen wroeten in het vuil, verdienen wat bij, maken ruzie,
vechten.
Drekel, koerbel, strikel.
Kap, huid, bloed, ogen.
 
Het kerkhof. Over dit paadje liepen we eens achter de juffrouw
aan naar het theater. Toen was het net alsof het voorjaar
eeuwig zou duren, dat we nooit dood zouden gaan, dat
de juffrouw op een toverwolk woonde. Opeens kwam er iemand
uit de bosjes zetten, rukte juffrouw de tas uit handen
en verdween in het bosjes…
Daar heb je het graf van moeder. Alles overwoekerd, omgevallen,
verroest.
De beschermkap had het begeven.
Een hete, stoffige wind. Vrouwen klemmen krampachtig hun
jurk tegen zich aan, lijken wel kippen op een winderige dag.
Een drom mensen op de kruising. Iemand van de sokken gereden,
dood, vertrokken naar waar niets is – geen kap, geen
huid…
 
De brug. De lonkende gloed en het lonkend gebonk van de
wagonwielen onder de brug. Het opschrift op de brug: ‘Het
grootste van alle filosofische problemen is het probleem van
de zelfmoord’. Daaronder: ‘Een l… in je keel, zodat je hoofd
niet wiebelt’.
Een eivormig gebouw met het uithangbord: ‘Orgaan “Oe”’.
Dus die instelling bestaat echt? Dus Vladlen hing niet de pias
uit, had niet gelogen? Hij herinnerde zich hoe hij als kind dol
op rauwe eieren was, er wel tien tegelijk kon leegslurpen…
Moest hij niet langsgaan? Hij deed het. Maar hij mocht niet
verder – een militieman. Die vroeg naar wie hij toe wilde,
belde, liet hem door…
‘Fantastisch dat je langskomt’, zei Vladlen. ‘Ik ben inmiddels
op de hoogte. Hoe krijg je dat nu toch voor elkaar? Je verkeken
op een stuk ijzer, mensen omgebracht, jezelf? Maar
goed, wees maar gerust, we zullen dat varkentje wel eens
even wassen, we zijn toch jeugdvrienden, we hebben samen
tussen de zonnebloemen gespeeld…’
Hij kwam bij op de bank, niet thuis echter, maar in de werkkamer
van Vladlen. Het was dus niet allemaal een droom,
geen boze droom…
‘Gefeliciteerd!’ zei Vladlen. ‘Je hebt nu niets meer te maken
met die deerniswekkende “B”. Leer knipogen!’
De paljas! De vuilak!
Maar nee, geen vuilak, en geen paljas: ik ben daadwerkelijk
van het gerechtelijk onderzoek af, ik ben vrij.
 
Ik ging bij ‘Oe’ werken. Leerde knipogen.
 
De leerschool gaat door. Theorie en praktijk, werkstukken.
De eerste gang naar mijn werkplek. Een hupje, een knipoog,
gelach. Is dat dan zo slecht? Is dat niet humaan – een glimlach
oproepen, een lach, een goede stemming?
Vladlen is tevreden over mij. Hij stelt vakantie in het vooruitzicht
en twee tickets voor Joegoslavië. Geen Frankrijk,
maar Joegoslavië. Wie had dat kunnen denken? Maak je
maar klaar voor je huwelijk, Zina…
Het bruiloftsbanket in Spartak met Vladlen aan het hoofd.
Het grootse van alle filosofische problemen is het probleem
om op tijd te knipogen.
De champagne spoelt alles weg: kap, huid, bloed, ogen…
 
Zoals Vladlen ook beloofd had, ging de huwelijksreis naar
Joegoslavië. Onderweg van Belgrado naar Zagreb vluchtte
hij de bergen in en verder heeft niemand hem gezien. Zina
keerde alleen terug, er kwam narigheid, ze moest uit het laboratorium
weg.
Ze werkt nu als thuisnaaister van een bedrijf voor huishoudtextiel:
ze maakt kussenslopen, zakdoeken, herenonderbroeken.
Ze werkt zonder afval, levert tijdig haar productie af.
Eens in de maand gaat ze naar een avondje voor mensen boven
de dertig.

Over de auteur:

Anatoli Nikolajevitsj Gavrilov (Oekraïne, 1946) werkte als telegrambezorger voordat hij in 1990 debuteerde met de verhalenbundel Op de drempel van het nieuwe leven. Zijn teksten, vaak niet meer dan twee pagina’s lang, schetsen het uitzichtloze Russische bestaan. Gavrilov wordt door tal van jonge Russische schrijvers als voorbeeld gezien. In 2010 verscheen bij uitgeverij Douane En de zon komt op en 53 andere verhalen van Anatoli Gavrilov, in een vertaling van Arie van der Ent.

Over de vertaler:

Arie van der Ent is vertaler Russisch (o.a. van werk van Viktor Jerofejev, Dmitri Danilov, Oleg Zobern, Ljoedmila Oelitskaja), mede-oprichter van uitgeverij Douane (waar hij ook de reeks Nieuwe Russen opzette) en initiatiefnemer en programmamaker van het Rotterdamse letterencafé Tsjechov & Co. Hij blogt op www.uitgeverijdouane.nl