thema:

I can’t get no world peace

Febe komt de zin tegen in één van de tijdschriften die ze voor haar verjaardag kreeg. Het thema was ‘utopie’. Ze leest dat soort bladen eigenlijk nooit – ‘literair’, het woord alleen al – maar een cadeau legt een vreemd soort sociale druk op haar waardoor ze het blaadje inkijkt. ‘Zonder hoop leren te leven.’ Ze kauwt op het stukje kauwgom dat ze vond op haar nachtkastje en begint te piekeren. Het had zo’n gezellige dag kunnen worden. Ze ziet het voor zich: geen hoop op het beste, geen toekomst met een knappe man, mooi huis, leuke baan. No world peace. Het publiek joelt.

Ze mijmert voort en langzamerhand ontdekt ze de schoonheid van wat eerst nog een depressieve zin leek, geuit door een schijnbaar sacherijnige Franse filosoof. Hoop is immers passief. Hopen op een utopie is nog erger, want een utopie heet niet voor niets een utopie. Je hoopt dus, lekker passief, op een maatschappij die niet kan bestaan, want als ie er is, dan is het geen utopie meer. Kan je net zo goed in bed blijven liggen.

Ze kent betere manieren om haar dag door te komen. Toch blijft ze liggen met haar agenda opengeklapt op haar borstkas. Haar adem doet haar papieren leven bewegen.

Uuuu…
Tooo…
Pieeee…
De laatste lettergreep eindigt in een vermoeide blaas.

 

Een week later. Hetzelfde bed maar nu ligt daar Febe mét toekomst. Deze Febe Plus legt haar agenda naast haar bed met een mengeling van enthousiasme en angst. Afgelopen dinsdag lag er een envelop op haar deurmat. In de envelop vond ze een brief, ze voelde het papier en kwam een paar minuten niet aan lezen toe. Ze wreef het witte vel langs haar wang, langzaam draaide ze het rond. Haar lievelingssoort, zou ze later ontdekken: 160 grams, off white.

Ze vouwde de brief open en door precies het juiste lettertype voelde het alsof de brief werd voorgelezen door haar lievelingsacteur, met zijn zachte basstem voerde hij haar mee:

‘Wij zoeken Febe Drost, 31 jaar, woonachtig te Reeuwijk, voor het volgende: wij hebben voor u een huis met daarin een voor u perfecte partner; u krijgt van ons een sociaal leven met vrienden van velerlei pluimage, ze komen, apart van elkaar, om de dag langs. Eens in de maand is er in de stad een feestje waar ze allemaal verzameld zijn. De series die u mooi zult vinden – series kijken is uw hobby – staan in de kast, en u werkt op een basisschool. Daar bent u onmisbaar, vooral vanwege uw enthousiasme en organisatiedrift. Deze drift gaat gepaard met kleurrijke posters en flyers die u onder de leerlingen en ouders verspreidt. (U heeft talent op het gebied van DTP, maar vooral als er geen competitie mee gemoeid is.) Aanstaande zondag komen we u ophalen. Namens uw ouders en met vriendelijke groet.’

 

De bel gaat. Ze zijn te vroeg! Snel springt ze in haar spijkerbroek. Beha, T-shirt. T-shirt verkeerd om. Al wisselend loopt ze naar de deur.

‘U bent Febe?’

Febe knikt. Voor haar staat een man in pak, donker haar, jampotglazen. Hij heeft een stropdas om met een logo erop. Het lijkt van een chemisch concern, maar daar is ze te weinig in thuis om de blauw met witte, abstracte vorm te kunnen plaatsen.

Hij neemt haar aan de arm.

‘Zo, nu gaan wij eens gezellig uw leven tegemoet.’

Hij leidt haar naar een busje met het haar onbekende logo op de zijkant.

 

En daar gaat ze, onze Febe. Het leven tegemoet. Haar ouders hadden voor haar geboorte een handig pakket gekocht bij een neo-verzekeringsbedrijf dat zijn waar aanbood middels schimmige folders in zwart-wit met neon-geel. Met het storten van een niet al te gering bedrag per maand kreeg hun appeltje een zonnige toekomst. ‘Gegarandeerd!’

En zo geschiedde. Febe wordt naar huis gereden. In haar huis wordt ze aan haar man voorgesteld. Morgen zal er iemand meelopen naar haar werk.

 

Als de man is verdwenen, zit Febe in haar woonkamer, in haar lievelingsstoel – zo is haar verteld en zelf is ze het er volkomen mee eens – en komt haar man binnen met koffie zoals zij hem het liefste heeft.

 

Op deze comfortabele manier verstrijken vele levensjaren van Febe.

Totdat ze het op haar vijftigste helemaal anders wil doen.

Ze pakt haar spullen, propt ze in een grote koffer met wieltjes en strompelt de trap af. Haar man is juist even naar de markt, wat dit moment uiterst geschikt maakt om de deur door te stappen en de wijde wereld tegemoet te treden.

Net over de drempel botst ze op tegen een man die ze vaag herkent. Het pak, de stropdas. Achter hem ziet ze het busje met de wit-blauwe vorm.

‘Dat lijkt me niet zo’n goed plan, mevrouw.’

Hij ziet er streng uit met zijn grijs geworden haar hoog omhoog gewaaid, zijn mondhoeken afkeurend naar de grond wijzend. De ogen priemend, versterkt door de jampotglazen die nog dikker zijn geworden.

Hij wijst op de koffer.

Ze stamelt, er komen geen herkenbare woorden uit haar mond. Langzaam drukt hij met zijn arm tegen haar arm, duwt haar het huis weer in.

‘We dachten het al.’

Het is alsof zij een keer het stoute kindje in de klas is, de tegels van haar vloer zien er schoon uit.

‘Ik kan u mededelen dat dit niet de bedoeling is. Wij hebben uw ouders beloofd dat u gelukkig zult zijn, perfect gelukkig, met man, kinderen, huis, tuin, en zo voorts.’ Hij laat korte pauzes tussen de woorden vallen. ‘Wij kunnen u daarom niet laten gaan.’

Febe kijkt op. Haar ouders? Haar ouders zijn overleden. Zij hebben niets meer over haar te zeggen.

‘Het zal u niet ontgaan zijn dat mijn ouders al geruime tijd geleden ter aarde zijn besteld. Ik kan dus gewoon mijn huis uitlopen als ik dat wil. Het is míjn huis.’

‘Dat lijkt het misschien, maar dat zit juridisch wel even anders.’

De man pakt een rolletje uit zijn binnenzak en rolt dit uit tot een lap tekst van een halve meter. Op de lap verschijnt een vreemd tekenspel van letters en cijfers. Een gecompliceerd contract bestaande uit lange zinnen voorafgegaan door cijfers, onder deze zinnen kolommen van a tot z, waarachter uitleg in stevige tekstblokken.

Febe laat de koffer uit haar hand vallen. De bons galmt na in het trappenhuis, ze laat zich op de traptree zakken.

De man kijkt haar indringend aan.

‘U hoort hier, mevrouw.’

Hij vertrekt, sluit langzaam de deur. Zo langzaam, zo vloeiend zelfs dat deze niet in het slot valt maar erdoor wordt opgenomen.

 

Bloch komt terug op de zaak. Achter een groot scherm zit zijn collega, hij schatert.

‘Haha, “juridisch wel even anders,” wat een topzin! Die ga ik ook een keer gebruiken!’

Op het scherm speelt zijn collega de scène nog een keer af.

‘Dit kan wel iets beter, hoor Bloch. Je mag haar best iets ruwer naar binnen dirigeren. Dat maakt de weerzin enkel groter.’

‘Je hebt gelijk, mits de straat vrij is van buren. Heb jij dat appartement al geregeld?’

‘Ja, en de trein ook. We zorgen dat Febe maandag de trein van kwart over elf neemt en in Nice hebben we deze man,’ hij laat een foto zien van een bruingebrande Fransman, ‘die tegen haar op zal botsen in de stationstraverse. Hij toont haar dít appartement,’ op het scherm verschijnt een nieuwe foto van een studio met kitchenette en pittoreske smeedijzeren Franse balkons, ‘en zal met haar de bankzaken regelen. Dinsdag neemt hij contact met ons op.’

‘Nou, dat zit dan in kannen en kruiken.’

Bloch neemt een slok van zijn koffie.

‘En wie hebben we vanmiddag?’

‘Tibbe van der Plaats. Ook bij hem gaat het te soepel. Volgens het scenario komt zijn zoon in het ziekenhuis te liggen. Hij is daar zojuist gearriveerd. Michiel handelt dit af. Hij heeft zich hier omgekleed, is gaan rijden en heeft net zijn auto geparkeerd. Jij gaat pas een rol spelen als Tibbe zestig is en verliefd wordt op de thuisverzorgster.’

Bloch kijkt in zijn mok, laat de koffie walsen. Er ontstaat een draaikolkje.

Hij denkt aan zijn eigen scenario.

Wat was het ook alweer.

Iets met een dik boek.

Opeens klinkt een harde piep.

‘Daar gaan we!’

Op het scherm verschijnt Michiel. Bloch draait zijn stoel in de juiste stand en gaat er eens goed voor zitten.

Over de auteur:

Fleur van Greuningen (1987) behaalde haar bachelor Nederlands en is afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie (afdeling Beeld&Taal) Ze publiceerde op tirade.nu, De Internet Gids, de Optimist en maakt site-specific beeldend werk. Dit laatste deed ze in o.a. Winkel, Parijs, Beelitz (bij Berlijn) en Lorient (Fr).