thema:

Carte blanche, woord vooraf door Silvia Marijnissen

Voor menig vertaler, of in ieder geval voor mij, is het krijgen van carte blanche een soort ideaal: je eigen voorliefde volgen en vertalen wat jijzelf de moeite van het lezen waard vindt, in de hoop dat je anderen daar ook van kunt overtuigen en daarmee hun horizon wellicht een beetje kunt verbreden. In plaats van dit nummer te vullen met bijvoorbeeld de meest trendy Chinese literatuur, of het waardevolste van de laatste vijftig jaar (maar dan zat je nu een paar uur met mijn smaak opgescheept), leek het me dan ook een mooi idee om die carte blanche bij alle vertalers Chinees neer te leggen: Wat vertaal je het liefste en zou je binnen de Nederlandse letteren eens onder de aandacht willen brengen?

Zo’n tien vertalers gingen in op dat verzoek en zo ontstond bijgaand nummer. Graag had ik daarbij ook aan diezelfde vertalers gevraagd om uit te leggen waarom ze deze teksten hadden gekozen en wat hun ervaringen bij het vertalen ervan waren, maar dat zou dit nummer flink hebben doen uitdijen. Gevarieerd is het in elk geval wel geworden. Er zit klassieke poëzie bij van Du Fu, in dit nummer de oudste bijdrage, uit de achtste eeuw, een kort reisverslag van afgezant Bin Chun over zijn bezoek aan Nederland in 1866, en een lang gedicht van Zhu Xiang uit de jaren twintig van de twintigste eeuw met ‘de wijze lessen van de kat’, maar de nadruk ligt op de hedendaagse literatuur, dat wil zeggen, de jaren negentig en later. Vooral wat de poëzie betreft is er ook zeer recent werk: van de twee dichters Woo Sai Gna en Qin Shanshu, die met hun nog geen dertig levensjaren nog maar net komen kijken. Ook de overige poëzie is bijna allemaal van de laatste tien, vijftien jaar, met recent werk van dichteres Ye Mimi, ooit nog geen dertig toen ze al optrad bij Poetry International Rotterdam (2007), van de intense en ironiserende Yu Xiang, de grappige Zhu Zhu, de intellectuele Zang Di en van ‘sappeldichter’ Xu Lizhi, die allemaal niet eerder in het Nederlands werden vertaald. Blij ben ik ook met de bijdrage van Liu Xia, de vrouw van Liu Xiaobo, de mensenrechtenactivist die in 2010 Nobelprijs voor de Vrede won; via haar werk kunnen we hier ook stilstaan bij de tragische dood van haar echtgenoot afgelopen zomer.

Afgezien van Yu Hua zijn ook de prozaschrijvers in dit nummer voor Nederland nieuw. Heel moeilijk is dat niet, want de Chinese literatuur is in Nederland letterlijk een carte blanche, een wit kaartje: vrijwel onbekend. Misschien schiet Mo Yan nog bij een paar lezers te binnen, omdat hij in 2012 de Nobelprijs voor literatuur won (en om die reden hier dus maar niet is opgenomen). Verder herinnert u zich vast wat klassieke dichters, zoals Li Bai, Du Fu of Wang Wei, die terecht steeds weer opduiken; iedere nieuwe vertaling zet hun werk weer in een nieuw perspectief. In dit nummer dus vrijwel allemaal onbekende schrijvers, voor ons, want in eigen land hebben ze naam gemaakt, ieder met een geheel eigen stijl, die in bijgeleverde inleidinkjes kort wordt gekarakteriseerd. Hoe divers al die schrijvers ook zijn en hoe groot de contrasten tussen hen onderling – ook geografisch gezien, want ze zijn afkomstig uit China, Hongkong, Taiwan en Amerika – betrokkenheid is iets wat hen allemaal tekent, betrokkenheid bij de maatschappij, de mens, het leven. Nederlandse bijdragen van Anneke Brassinga en Jaap Blonk die zich door China en zijn schrijvers lieten inspireren vullen het nummer aan en maken de cirkel rond, want daar gaat het ten slotte om bij literatuur: dat anderen erdoor worden geraakt.

 

Buiten het Chinese dossier vindt u achterin dit nummer een bijdrage van Daniël Rovers over de Joegoslavische, of Servische, schrijver Danilo Kis aan wie Raster uitgebreid aandacht heeft besteed en een vertaling door Reina Dokter van een fragment uit zijn werk dat niet eerder in het Nederlands verscheen. Breyten Breytenbach is present met vier nieuwe gedichten, vertaald door Laurens Vancrevel. En Piet Meeuse schreef een essay over Bryan Boyd en Christopher Booker en de functie van fictie en sprookjes.

Over de auteur:

Silvia Marijnissen is vertaler en recensent van Chinese literatuur, zowel van poëzie als proza. Ze verzorgde de bloemlezing Berg en water, klassieke Chinese landschapspoëzievoor De Arbeiderspers en vertaalde gedichtenbundels van onder meer Xia Yu en Shang Qin (Als kattenogenen Ontsnappende hemel, Voetnoot, 2012). Van Nobelprijswinnaar Mo Yan vertaalde ze voor uitgeverij De Geus de romans Kikkers (2012) en De sandelhoutstraf, dat 15 september 2015 is verschenen.