thema:

Constantinopel & De banja’s

Vertaling:

Konstantinopel-Kamenski

de-banjas-kamenski

Russisch vliegenier en futurist Vasili Kamenski (1884-1961) publiceerde zijn Tango met
koeien in 1914. Van het boekje bestaan nog maar een paar exemplaren. Het J. Paul
Getty Museum heeft er een dat online kan worden bekeken.1 Je ziet goed op wat voor
goedkoop behangpapier het gedrukt is. Kamenski schreef in 1918 al wat memoires, de
tijd was er waarschijnlijk naar. In 1904 reisde hij naar Istanboel: ‘De kapitein van een
koopvaardijschip – aan wiens zoon ik les aan het geven was – bood me een plezierreisje
naar Turkije aan, langs de kusten naar Trebizonde en Constantinopel. Het hart van de
Dichter begon te bonzen – ik stopte met de lessen. Het schip met zijn lading nam zijn
verdriet mee naar de kusten van de Bosporus. Trebizonde begroette de reiziger met een
verschrikkelijke storm, wanhopig heen en weer geslinger, het huilen van sirenes, waarna
de baai van Constantinopel hem kalmeerde met hemelse vrede, de fantastische schoonheid
van het verwelkomende samenvloeien van twee zeeën. Constantinopel met zijn zevenhonderd
moskeeën en zijn grote haven van de Gouden Hoorn, zijn scheepswerven
en het wonder van de Byzantijnse kunst – de Aya Sophia, met zijn bonte mengeling van
oosterse volkeren, de moskee van Süleyman, Pera, het Dolmabahçe-paleis, Kadiköy,
Galata, zijn enorme bazaar met geweven tapijten, zijn koffiehuizen – maakte een magische
indruk op de Dichter. De vergiftigde Dichter duizelde door de straten, dook in de
massa mensen in de bazaar, trok als een nomade van het ene koffiehuis naar het andere
om de mensen te bekijken. Door alle afleiding vergat hij zichzelf. Hij wilde Constantinopel
niet verlaten, maar het was noodzakelijk: het schip ging terug naar Rusland.’2

Kamenski, een van de mensen die de befaamde futuristische toernee ondernamen,
schreef en verantwoordde, zoals de meeste avantgardisten doen. Zijn tijd van schrijven
was er een van manifesten en hij ontwikkelde een theorie van de klanken, bijvoorbeeld
in 1918: ‘Ю [yu]. / Wat is de Letter. / Vasili Kamenski doceert. / De letter
is het ideaal-concrete symbool van de bezwangering van de wereld (het woord) – de
uiteenspattende bliksemschicht die de donder sommeert (het woord) – het begin van
een bron die opwelt aan de voet van een berg, onbesuisd samenvloeiend met andere
bronnen teneinde een stroom te vormen of een beek (het woord) die binnenstroomt in
de glorieuze beweging van een rivier (gedachte) richting de oceaan van de woordschepping.
/ De Letter is een explosie, het Woord – een zwerm explosies. / Elke Letter
heeft zijn eigen Lot, zijn eigen Lied, zijn leven, zijn kleur, zijn persoonlijkheid, zijn pad,
zijn geur, zijn hart, zijn doel. / Een Letter – dat is een compleet geïsoleerde planeet
van het universum (woorden zijn concepten). / Een Letter kent zijn eigen tekening,
geluid, vlucht, geest, zijn soliditeit, zijn rotatie. / Het geboren Woord is een goddelijk
huwelijk van verschillende paren of trio’s van Letters. / De klinker is de vrouw.
/ De medeklinker – de echtgenoot. / Medeklinkers zijn wortels van Letters, vaders. /
Klinkers zijn bewegingen, groei, moederschap. / De getrokken boog van een jager
is een medeklinker, en de losgelaten pijl – een klinker. / Elke Letter is een wereld op
zich, een symbolische concentratie die ons een exacte definitie geeft van interne en
externe essentie.’3

De gedichten zijn amper vertaald. Jack Hirschman vertaalde ‘Constantinopel’ in de
befaamde bloemlezing van Rothenberg & Joris Poems for the Millennium (1995); Gerald
Janecek lichtte het uitgebreid toe in The Look of Russian Literature; Valeri Scherstjanoi
deed dat eveneens in Tango mit Kühen4; Eugene Ostashevsly & Daniel Mellis
gaven een voorproefje op www.tangowithcows.com. ‘De banja’s’ is niet aantoonbaar
vertaald; Janecek lichtte het eveneens, als het ware vertalend, nagenoeg woord
voor woord toe. Het zijn gedichten in het Russisch, dat blijkbaar niet overal geheel
correct gebruikt wordt; er wordt ook Turks gebruikt in ‘Constantinopel’, dat Kamenski
op zijn beurt niet beheerste. Vooral in ‘De banja’s’ wordt druk met klanken gespeeld.
Ik spreek Russisch noch Turks en heb me de gedichten laten voorlezen om iets van de
klanken te horen. Anniek Kool en vooral Esther Hool wezen me op de betekenissen
van de woorden die ze konden ontcijferen. Niet dat die er in alle gevallen iets toe doen
als je het futuristische manifest Declaratie van het woord op zich serieus neemt: ‘Het
is beter een woord door een ander woord te vervangen dat qua essentie niet dicht bij
het gegeven woord staat, maar qua klank wel. (…) Daarom is het niet mogelijk van de
ene taal in de andere te vertalen, je kunt er hoogstens Latijnse letters voor gebruiken
en een letterlijke vertaling leveren.’5 Ik heb deze vrijbrief ondertekend en zonder zelf
Russisch te kennen een indruk van twee gewapend betonnen gedichten gegeven. Zo
zien ze er ongeveer uit – het is een tekening geworden, een eerste schets die ruimtes en
ervaringen in Istanboel en in een badhuis aangeven en aanduiden. Je ziet de chaos,
je hoort de geluiden, je snuift de geuren op – als het goed is en enigermate. Uiteindelijk
zijn het geen vertalingen, ze wijzen enkel in een zekere richting.

1. http://archives.getty.edu:30008/getty_images/digitalresources/russian_ag/pdfs/gri_2567-605.pdf
2. Vertaald naar het Engels van Gerald Janecek (The Look of Russian Literature. New Jersey: Princeton 1984).
3. Id.
4. Wien: Selene 1998.
5. Weergave op grond van een Duitse vertaling van Esther Hool.

Over de auteur:

zie hierboven

Over de vertaler:

Ton Naaijkens (1953) is vertaler, essayist, redacteur van de tijdschriften Filter en Terras en hoogleraar Duitse literatuur en vertalen aan de Universiteit Utrecht. Hij vertaalde werk van Robert Musil, Paul Celan en Ernst Meister. In 2016 verscheen zijn vertaling van de bundel Chicxulub Paem van Daniel Falb.