thema:

De cultuur verkruimelt, en de kruimels rotten weg op de grond

Over het werk van Rafael Pinedo

Wie praat zo mager met de taal als ik? zingt de Zaanse fanfarepunkband De Kift in het liedje Orenmens, variërend op dichtregels van Jan Arends. Wie praat zo mager met de taal als ik? De Argentijnse schrijver Rafael Pinedo (1954-2006) is een serieuze kandidaat.
Minimaal, uitgebeend proza, vrijwel geen bijvoeglijke naamwoorden, maar wel een opvallend gebruik van herhaling. Korte zinnen, korte alinea’s, korte hoofdstukken, korte romans met veel wit op de pagina’s. Het oeuvre van de vroeg overleden Rafael Pinedo bestaat uit drie romans en drie verhalen, in totaal amper vierhonderd pagina’s. En verder niets, want wat hij op veel jongere leeftijd heeft geschreven, heeft hij verbrand. Een uiterst compact en consistent oeuvre.
Ik beperk me hier tot de drie romans, met titels bestaande uit één woord, achtereenvolgens Plop, Frío, Subte. Pinedo ziet die romans als een trilogie over de vernietiging van de cultuur, naar algemeen wordt aangenomen een metafoor voor de financiële en morele crisis die Argentinië in 2001 doormaakte. Ook in de weinige interviews die Pinedo heeft gegeven was hij karig met woorden, maar een bekende uitspraak van hem luidt: De cultuur verkruimelt, en de kruimels rotten weg op de grond.
Rafael Pinedo viel meteen op als een enorm origineel schrijver, zowel in thematiek als in stijl. Plop werd in 2002 onderscheiden met de Premio Casa de las Américas, Frío was in 2004 finalist van de Premio Planeta Argentina. Subte is in 2012 postuum verschenen. Met zijn dood in 2006 kwam een eind aan een veelbelovende literaire carrière die eigenlijk pas net was begonnen.
Alle drie de romans zou je dystopisch kunnen noemen, of post-apocalyptisch. Steeds probeert het hoofdpersonage te overleven in een wereld waar om onduidelijke redenen alles wat wij beschaving noemen is teloorgegaan. Pinedo toont de kale naaktheid van een wereld ontdaan van elke verfraaiing en vraagt zich af wat het betekent om in die wereld samen te leven, en te overleven als mens. Zijn intense en beklemmende boeken gaan over de wrede strijd van de mens om mens te blijven.
In Plop (de naam van de hoofdpersoon, naar het geluid toen hij bij zijn geboorte in de modder viel) staat de groep voorop, met allerlei tribale riten, wetten en conventies, en zien we als het om seks gaat een totale verdierlijking. In Frío (Kou) is juist sprake van een individuele strijd, en spelen religie en seksualiteit een belangrijke rol. En in Subte (Ondergronds) is moederschap een belangrijk thema. In tegenstelling tot de twee eerdere romans zien we hier het vermogen te veranderen, te ontsnappen aan de sociale conventies.

Meteen al in de eerste alinea van Subte maken we kennis met de setting en met de hoofdpersoon, van wie we lezen dat ze op de vlucht is, dat ze hoogzwanger is en dat de tijd wordt gemeten in manen. Vlak daarna leren we dat ze probeert te ontsnappen aan een roedel wolven in een verlaten metrotunnel.
Subte speelt zich volledig onder de grond af. Hoofdpersonage Proc ziet vrijwel niets, en dus ziet de lezer ook niets. Direct licht is een vijand, je krijgt er bulten van. Heilige Duisternis! Alle informatie komt via het gehoor, de tast, de reuk. Al zien we niets, het is uiterst beeldend proza.
Proc rent voor haar leven, en voor dat van haar ongeboren kind, en wordt achtervolgd door een roedel wolven. Haar enige doel is te kunnen baren, om haar ziel te kunnen doorgeven aan haar kind. In die wrede wereld is geen plaats voor medelijden. Ze besloot dat hij haar levend meer tijd zou opleveren dan dood. Hoe uitzichtloos ook, soms schuilt er hoop in de details. Een bocht geeft altijd hoop.

Ze weet te ontsnappen door verder af te dalen, en komt dan terecht in wat een verlaten mijntunnel lijkt, en waar absolute duisternis heerst. Daar woont de stam van de blinden, die dingen ‘zien’ door middel van weerkaatste geluidsgolven. Ik luisterde naar haar gezicht, vertelt Ish, met wie Proc vriendschap sluit. Van Ish leert ze hoe blinden zien, hoe ze de tijd markeren en welke conventies zij hebben. Dat alles is in strijd met de wereld van haar eigen stam.
Na een gezamenlijke vlucht is Proc weer alleen. Ze kiest voor haar kind, en ze kiest voor het leven. Het wereldbeeld van Pinedo is uiterst pessimistisch, donker en rauw, maar zijn personages geven nooit op en klampen zich vast aan het leven. Als de mens ontdaan wordt van zijn beschaafde buitenkant, blijft er een dier over dat wil overleven.

Over de auteur:

Melani Reumers (1967) is in april 2013 afgestudeerd aan de Vertalersvakschool als literair vertaler Spaans. Vertalingen van haar hand zijn eerder gepubliceerd in nummers van KortVerhaal en Terras; verhalen van Antonio Ortuño, Antonio José Ponte en Guadalupe Nettel en gedichten van Antonio José Ponte. Sinds kort schrijft ze ook, zowel in het Nederlands als in het Spaans. In januari 2014 verschijnt een Spaanstalig verhaal van haar in een bloemlezing van Aula de Escritores in Barcelona.