thema: ,

De taal van dingen in huis (fragmenten)

Vertaling:

Rondom het thema van het zesde nummer van Terras dat later dit voorjaar uitkomt en als titel Ding & onding heeft, maakt vertaler Peter Bergsma een selectie uit de nieuwe bundel van de Amerikaanse korte verhalenschrijfster Lydia Davis, De taal van dingen in huis (oorspronkelijk: Can’t and Won’t) die binnenkort verschijnt bij uitgeverij Atlas Contact. Bergsma: ‘Davis schrijft met verkwikkende onbevangenheid en geslepen humor over de alledaagse dingen en onthult het mysterieuze, het ongewone, het vervreemdende en het plezierige van de voorspelbare patronen van het dagelijks leven.’
Als voorpublicatie hieronder vijf korte teksten van Lydia Davis.

 

 

Het hondenhaar

De hond is niet meer. We missen hem. Als de deurbel gaat, blaft er niemand. Als we laat thuiskomen, wacht er niemand op ons. Her en der in huis en op onze kleren vinden we nog steeds zijn witte haren. We pakken ze op. We zouden ze moeten weggooien. Maar ze zijn alles wat we nog van hem hebben. We gooien ze niet weg. We koesteren een dwaze hoop: als we er maar genoeg verzamelen, zullen we de hond weer in elkaar kunnen zetten.

 

Twee begrafenisondernemers

Een begrafenisondernemer, die een stoffelijk overschot naar het noorden brengt via de snelweg, in Frankrijk, stopt tussen de middag bij een wegrestaurant om een hapje te eten. Daar ontmoet hij een andere begrafenisondernemer, een hem bekende collega, die ook is gestopt om een hapje te eten, en die een stoffelijk overschot naar het zuiden brengt. Ze besluiten aan hetzelfde tafeltje te gaan zitten en samen te eten.

Getuige van deze ontmoeting van twee vakgenoten is Roland Barthes. Het is zijn eigen overleden moeder die naar het zuiden wordt gebracht. Hij kijkt toe vanaf een ander tafeltje, waaraan hij met zijn zus zit. Zijn moeder ligt natuurlijk buiten, in de lijkwagen.

 

Boodschappen doen met familie

Het mollige, mooie jongere zusje rent de winkel uit. Het magere, oudere zusje rent haar achterna. Het mooie jongere zusje heeft een zak gedraaide kaasstengels in haar hand. Ze heeft het magere oudere zusje in de winkel achtergelaten om ze te betalen.

‘Geef híér!’ zegt het oudere zusje. ‘Of ik trek je kóp eraf!’

 

 

De grootmoeder

Er is iemand naar mijn huis gekomen met een grote perzikentaart. Hij heeft ook een paar andere mensen bij zich, onder wie een oude vrouw die klaagt over het grind en vervolgens met veel moeite het huis in wordt gedragen. Aan tafel zegt ze tegen een man, bij wijze van conversatie, dat hij mooie tanden heeft. Een andere man schreeuwt voortdurend in haar gezicht, maar ze is niet bang, ze kijkt hem alleen maar onheilspellend aan. Later, weer thuis, wordt ontdekt dat terwijl ze cashewnoten at uit een schaal, ze ook haar hoorapparaat heeft opgegeten. Ook al had ze er bijna twee uur op gekauwd, ze kon het niet tot deeltjes reduceren die klein genoeg waren om door te slikken. Bij het naar bed gaan spuugde ze het uit in de hand van haar verzorger en zei hem dat deze noot niet goed was.

 

 

Aantekeningen tijdens lang telefoongesprek met moeder

voor zomer             heeft ze nodig

mooie jurk              katoen

 

katoen                     neotak

koetan

tankoe

koenta

naktoe                     noekta

noetak

takoen

 

 

 

Ödön von Horváth aan de wandel

Ödön von Horváth was eens aan de wandel in de Beierse Alpen toen hij, op enige afstand van het pad, het geraamte van een man ontdekte. De man was duidelijk een trekker geweest, want hij had zijn rugzak nog om. Von Horváth opende de rugzak, die bijna zo goed als nieuw leek. Hij trof er een trui in aan en andere kleding; een zakje met wat ooit voedsel was geweest; een dagboek; en een ansichtkaart van de Beierse Alpen, gereed om te verzenden, waarop stond: ‘Heb het hier heerlijk.’

_____________________________________

Jacq Vogelaar schreef eerder over de korte verhalen van zowel Lydia Davis als Cortazar op de website van boekhandel Athenaeum

Davis---De-taal-van-de-ding

Over de auteur:

Lydia Davis (1947) won in 2013 The Man Booker International Prize voor haar oeuvre dat voor het leeuwendeel uit korte tot zeer korte verhalen bestaat. Daarnaast is zij vertaler, o.a. van Proust en Flaubert.

Over de vertaler:

Peter Bergsma is vertaler van onder anderen Coetzee, Faulkner en Hemingway, directeur van het Vertalershuis in Amsterdam en voorzitter van RECIT, het netwerk van Europese vertalershuizen.