Dieselgedichten uit de machinekamer

Vertaling:

Ik heb andere voorwerpen in ballingschap, die in geen enkel boek staan. En veel daarvan is oorlogstuig.

 Kleine wapeninventaris voor oorlogsboek (fragment)

 12 bombardes, 3 Vickers-mitrailleurs, 8 speren met een zon erop, 16 musketten, 200 grasgeweren, 200 lebelgeweren, springstof, 2 105 mm-kanonnen, 1 kist met lichtkogels, stalinorgels, HK-81, 5 pistolen, 1 raketwerper, 148 Maleise krissen, 1 Ram Kangaroo, vuurpijlen, 8 M-16 geweren, 12 vlammenwerpers, Uzi’s, 200 bajonetten, 200 dolken, Bickfordkoord, mosterdgas, lood, pijlen, stenen, kanonskogels, 16 buksen, katapulten, 45 bazooka’s, 2 knuppels, 80 stenguns, 25 hellebaarden, 138 bogen en kruisbogen, 40 Frankische strijdbijlen, HK-47, 100 veldslangen, Tavor, FAMAS-geweren, Kalasjnikovs type A-80, 25 ton granaten, 6 achterladers, sabels, 45 eersterangs, een Bradley, 130 mortieren, torpedo’s, dumdumkogels, 3 grond-luchtraketten, 20 kisten met fragmentatiegranaten, stormgeweren, 12 Samoknya Ustanokova’s, 12 Stuart-tanks, 1 falconetje, een SCUD SS1, 2 slingers, prikkeldraad, aarden wal, Rommel-asperges, 200 Cromwells, 400 Abrams M1, 20 General Grant, 6 Warriors, een Thompsonpistoolmitrailleur 1928, 25 donderbussen, kromzwaarden, bijlen, 3 Leopard-tanks, 5 520 mm-houwitsers, 12 MAS-36 pistolen, tomawhaks, 3 machinegeweren, 75 haakbussen, pistoolmitrailleurs type Beretta 12S, mijnen, revolvers, 200 kisten met machetes, Lee-Enfield-geweren, tanks type T-34, machinepistolen, 5 wartels, 5 scramasaxen, een Stengun-machinepistool, een Bren-mitrailleur, dynamiet (500 kilogram).
Dus, een boek schrijven over de oorlog? Een boek maken uit oorlog? Maar waarom oorlog voeren waar geen oorlog is (openingsvraag!)? En wat kan ik doen met de oorlog? Beschrijven (maar vanuit welk perspectief?)? Erover vertellen (maar op basis van welke ervaring?)? Je ertegen verzetten (maar in naam van welke moraal?)? Buiten dat ik de zoveelste zal zijn (omdat er ook al zoveel oorlogen geweest zijn), is dit geen risicoloze onderneming (maar toch minder risicovol dan oorlog voeren). Het risico is alleen te herhalen wat al-gezegd-al-gedacht-al-gevonden is. Maar ik stel vast dat ik, hoewel ik voortdurend word bekogeld met echte beelden van echte oorlogen, nooit zelf oorlog heb gevoerd of oorlog van dichtbij heb meegemaakt, wat overigens natuurlijk geen afdoende reden is om dan maar te zwijgen over de oorlog.
            En als ik niets te zeggen heb, kan ik alles nog bedenken. Een boek in oorlog, bijvoorbeeld. In tegenstelling tot het boek over de oorlog, maakt het boek in oorlog stukjes oorlog buit om er een boek van te maken. En omdat een boek altijd in oorlog is. Zelfs als het niet over de oorlog gaat.
            Dit boek gebruikt de oorlog om te spreken.
            Ik begin hier een nieuw boek. Een boek dat niet over de oorlog gaat maar een boek gemaakt uit stukken daarvan.

 

Twaalf jaren gingen voorbij (fragment) 

  • Het is de eerste keer dat ik precies 1.577.795.458 seconden geleden geboren ben.
  • Maar dat zal niet lang duren.
  • Alles gaat voorbij, vergeef me de uitdrukking!
  • Voor geen goud gaat de zon op.
  • Nooit genoeg, vergeef me de uitdrukking!
  • Gelijke monniken, gelijke zonnen.
  • Zo gezegd, zo gesproken!
  • De pot verwijt het paard achter de wagen, vergeef me de uitdrukking!
  • Geld spant de ketel, vergeef me de uitdrukking!
  • Geld spreekt de waarheid.
  • Blaffende honden vinden licht een stok, vergeef me de uitdrukking!
  • De waarheid maakt niet gelukkig.
  • Zo gezegd, zo gesproken. Ik geef u mijn woord: waterwants.
  • Dat woord bestaat, vergeef me de uitdrukking!
  • De zon en het geld van de pot. Ik kan nog wel even doorgaan: lawrencium, vasculitis, dreef, bulbil, bidnis, bariet.
  • Die woorden bestaan, vergeef me de uitdrukking!
  • Ik geef u mijn woorden: zeken, treflon, panseel, masserie, dentillair, renonso, ecluns, ontokinopractie.
  • Vergeef me de uitdrukking, maar die woorden bestaan niet.
  • Tularemie, duighout, mesenterium, aardappelkrul, spoeling, mastiff, polyglobulie.
  • Vergeef me de uitdrukking, die woorden bestaan.
  • Dat is grappig, het is de eerste keer dat ik precies 1.577.795.629 seconden geleden geboren ben.
  • Dat heb ik vaker gezien. Maar het verandert de hele tijd.
  • We hebben alle tijd. Ripslint.
  • Bestaat
  • Wat u zegt. Rondas.
  • Bestaat
  • Wat u zegt. Rietkever.
  • Bestaat
  • Alfalium
  • Bestaat niet.
  • Keizertamarin
  • Bestaat
  • 577.795.655 seconden. Columnalium.
  • Bestaat. Mosselgod.
  • Bestaat
  • Bestaat niet. Krost.
  • Bestaat
  • Bestaat niet. Opodeldoc.
  • Bestaat. Telson. Zerumbet.
  • bestaan
  • Bataljon
  • Bestaat niet. Omwindseltje.
  • Bestaat niet.
  • Globigerine.
  • Argentiet.
  • Bestaat niet.
  • Bestaat wel. Pansaljee.
  • Dat zegt me niks, vergeef me de uitdrukking.
  • Woorden zijn nietszeggend. Woorden die van zich laten horen, daar heb ik nog nooit van gehoord.
  • Ze zeggen niet eens hoe ze heten!
  • Je vertrouwt ze op hun blauwe ogen.
  • De namen van woorden doen niet wat ze zeggen. Het woord werkwoord is geen werkwoord, het is een zelfstandig naamwoord.
  • Wat u zegt. Maar is dat niet altijd waar?
  • Ingewikkeld! Ook al zijn alle zelfstandige naamwoorden woorden, niet alle woorden zijn zelfstandige naamwoorden, prent u zich dat nou eens in! Het woord woord is een woord en een zelfstandig naamwoord, het woord naam een zelfstandig naamwoord en een woord, net zoals het naamwoord woord een woord en een naamwoord is, het naamwoord naamwoord een woord en een naamwoord. Het woord woord is geen ander woord dan het woord woord.
  • Het duidt toch alle woorden aan die niet het woord woord zijn? Alle woorden en het woord woord? Dat is sterk!
  • Het woord stroom, bijvoorbeeld, verwijst naar een stroom, het is een naamwoord dat niet verwijst naar een woord maar naar een stroom, ook al is stroom ook een woord. Maar hoewel een stroom geen woord is, is het woord stroom geen stroom. Het is een woord. En dat woord is een zelfstandig naamwoord.
  • Wat u zegt.
  • En een mannelijk zelfstandig naamwoord wel te verstaan, want een stroom toont zijn spieren.
  • Wat u zegt.
  • Het woord rivier is vrouwelijk.
  • Wat een mannenpraat (mannelijk)!
  • Wat u zegt.
  • Het naamwoord vrouw is vrouwelijk.
  • Het naamwoord mannelijkheid is ook vrouwelijk.
  • Het is wat! Het naamwoord dageraad is mannelijk.
  • Het naamwoord schemering is vrouwelijk.
  • Het naamwoord avond is mannelijk.
  • Het naamwoord soiree is vrouwelijk.
  • Het naamwoord hemel is mannelijk, het naamwoord ster dan weer vrouwelijk.
  • Het naamwoord wolk is vrouwelijk.
  • Lichtval is mannelijk.
  • Het naamwoord engel is mannelijk, het naamwoord duivel ook.
  • Flacon, mannelijk.
  • Fles, vrouwelijk.
  • Oceaan, mannelijk. Zee, vrouwelijk.
  • Het naamwoord bloem is vrouwelijk.
  • Het naamwoord plant is mannelijk.
  • Het naamwoord groente is vrouwelijk.
  • Het naamwoord boom is mannelijk.
  • Monarchie en republiek, vrouwelijk.
  • Rassenhaat, mannelijk.
  • Het naamwoord liefde is vrouwelijk, het naamwoord deugd ook.
  • Het naamwoord seks is mannelijk, het naamwoord zonde ook.
  • Pik is vrouwelijk, net als kut en fellatio, maar cunnilingus is mannelijk.
  • Sodomie, vrouwelijk.
  • Het naamwoord mannelijkheid is vrouwelijk.
  • Wat u zegt.
  • Het zelfstandig naamwoord verkrachting is vrouwelijk.
  • Hoerenkast, mannelijk.
  • Route, vrouwelijk.
  • Weg, mannelijk.
  • Stad, vrouwelijk. Woonplaats, mannelijk.
  • Waarheid, vrouwelijk. Leugen, oorspronkelijk vrouwelijk, nu ook mannelijk…
  • Eer, faam, vedette, ster, beroemdheid, mascotte, diva, glorie, reputatie. Allemaal vrouwelijk.
  • Mannequin, mannelijk.
  • Het naamwoord god is mannelijk.
  • Het naamwoord held is mannelijk, het naamwoord chef is mannelijk.
  • Dood. Vrouwelijk.
  • Wet, vrouwelijk.
  • Rechtspraak, mannelijk.
  • Religie, vrouwelijk.
  • Macht, oorspronkelijk vrouwelijk, inmiddels ook mannelijk.
  • Herrie, mannelijk.
  • Muziek, vrouwelijk.
  • Stilte, ook vrouwelijk.
  • Rede, ook vrouwelijk.
  • Droom, mannelijk.
  • Zon, mannelijk. Maan, vrouwelijk.
  • Dat is een hemelsbreed verschil.

 

Uit: Salle des machines, Flammarion, 2015.

 

 

Over de auteur:

Jean-Michel Espitallier (1957) is dichter, performer en muzikant. Hij was medeoprichter en redacteur van het Franse tijdschrift Java dat veel aandacht schonk aan de nieuwe poëzie in de jaren ’90. In 2002 werd in dat tijdschrift ook een artikel aan Nederlandse dichters gewijd. Espitallier publiceerde verschillende bundels, waarvan de laatste (Un rivet à Tanger suivi de Douanes, visas, bordereaux) dit jaar verscheen.

Over de vertaler:

Vicky Francken (1989) is dichter en vertaler. Ze publiceerde gedichten in o.a. Hollands Maandblad en het Liegend Konijn, kreeg een Talentbeurs Literair Vertalen toegekend door het Nederlands Letterenfonds en haar afstudeerscriptie werd genomineerd voor de facultaire scriptieprijzen van de Universiteit Utrecht. Poëzie- en prozavertalingen van haar hand verschenen in tijdschriften als Op Ruwe Planken, Terras en op de website van De Gids. In 2017 zal bij de Bezige Bij haar eigen poëziedebuut met de titel Röntgenfotomodel verschijnen.