thema:

Drie gedichten uit Alle Lichter

Vertaling:

linoleum

 

middaghitte, je zet de koffer naast de deur

en koelt met koud water je gezicht, maakt

dan als altijd je rondje door de tuin, hij snuift

 

en heft, nog moe, zijn kop: spreek maar één woord

dan drukt de hond zich tegen het gaas, en aan de was

lijn: witte lakens, onderbroeken, de bramen trillen

 

door wespen uitgehold aan de struik. je loopt het tuinhuisje in

het raam staat open, jou is sinds jaren de geur

vertrouwd, licht zurig. wat is er niet in de wanden

 

gekropen: rook en urine, familievloeken. op de grond zie

je donkere vlekken. de stretcher, overeind gezet en tegen

de wand geleund, heeft amper nog veren. wat nu eenmaal blijft

 

van een goede droom: ananas in de strandstoel gegeten

augustus. een mat licht valt door de haag. dan is

ook deze nacht voorbij, je doet je ogen weer open

 

en wiegt je op de schommelbank, maar zelfs

in de strandstoel zijn de grappen allang ten einde verteld.

je staat nog een keer voor het lege hondenhok. het stof blijft

 

op de banken liggen en niemand staat bij de pingpongtafel.

je kijkt maar even om naar het windscherm, daar rukt de

wind aan de ramen van het tuinhuisje; een zacht trippelen op linoleum.

 

 

feniks

 

in het raamkozijn daagt al de morgen, je schroom

en die foto’s duiken op, die ik ’s avonds omgekeerd

op het dressoir legde. weer zijn er: je nek, lieve

 

je handen en ook de blauwe ader, die zich als vanouds als

een twijg op je pols vertakt. en nu alle beelden nog

in je slapen en je ademteugen zacht in de morgen ebben

 

als was er rust in je, rust … als anders alleen het verlorenzijn

wil ik net als een vlam de lucht verteren, je stilte

dat ze veranderd voor altijd in mijn longen cirkelt …

 

 

stof

 

als de deur gesloten wordt, zijn ook de honden

stil in hun hokken. het vliegverkeer is gestaakt. geen

grasmaaier en geen wekkertikken, niets stoort. alleen

 

de zoom van het gordijn, die over de grond sleept. een lichtstraal

die mijn oog treft, koortsgevoelens. het hout kraakt zacht.

alleen een wesp, die tegen het raam slaat, buiten wiegen

 

de dennen. in de kamer, onder mijn bed, waar iemand

ligt met bot mes, trillen de vlokken. stof.

stof. ik hoor de wesp die boven me is. het rammelen

 

van borden uit de keuken, glazenrinkelen, nu het bestek:

wie, als ik riep, zou mij horen dan, is pas de dierenfilm

op het derde net en het gesprek in volle gang

 

en niets daarvan voor mij bestemd, gevangen in eindeloos

middaglicht. stof. stof. ben ik het insect dat mateloos

vermoeide, in dit bed lag mijn moeder als kind.

 

Deze vertalingen zijn ontstaan door het festival Dichter in de Prinsentuin 2013, waarvoor dichter en vertaler zijn samengebracht. ‘Stof’ verscheen in een eerdere versie in de festival-bloemlezing Land der horizonten, -dichters uit Hanzenland- (De Kleine Uil, 96 blz.) met werk van Belgische, Deense, Duitse, Nederlandse, Estlandse en Poolse dichters.

 

Over de auteur:

Nadja Küchenmeister (1981) werd geboren in Berlijn en studeerde germanistiek, sociologie en Duitse literatuur. Zij debuteerde met Alle Lichter (2010). Voor de radio SWR2 maakte zij het hoorspel Drehpunkt (2009). Samen met Norbert Hummelt verzorgde zij voor de WDR3 het radioprogramma Brillanz ist gar nichts. Schriftsteller und ihre Krisen (2013).

Over de vertaler:

Pauline de Bok (1956) auteur en vertaler. Studeerde theologie, filosofie, Duits en vertaalwetenschappen. Vertaalde werk van Wolfgang Hilbig, Peter Handke, Sherko Fatah, Stefan Thome, Wolfgang Herrndorf. Publicaties: Steden zonder geheugen – In het voetspoor van Isaak Babel (1996), Doodsberichten (1999), Het land van Lely (2005), Blankow of het verlangen naar Heimat (2006, Duitse vertaling in 2009), Der Mann aus Meuselwitz. Prosa und Lyrik von Wolfgang Hilbig (2008). Binnenkort: De jaagster.