thema:

Een poging tot inventarisatie

Siet Zuijderland, schets 1

26 december 1984
Na mijn groot schilderij Lock, een staande sluisdeur bij Den Oever, heb ik weinig geïnspireerd en produktief gewerkt aan tekeningen van de sluis.
In de zomer van 1983 aan de westkust van Frankrijk heb ik enkele schoolse studies gemaakt van bunkers op het strand. Begin september begin ik opnieuw met een serie tekeningen op het thema ‘sluisdeur’, die ik halverwege heb gestaakt omdat door het voorspelbare de werkzin verdwenen is. Omstreeks dezelfde tijd vind ik in een klein schetsboek een paar ideeënschetsen om met mijn bunkerstudies iets te gaan doen, bv. fragmenten geplaatst op stalen roosters, wapens, zandzakken en wachttorens.

In oktober reis ik door Normandië. Ik heb foto’s gemaakt van oud oorlogstuig op pleinen, op monumenten en in het oorlogsmuseum in Arromanches. Deze reis is van groot belang geworden. Bij mijn terugkeer heb ik bij wijze van vingeroefeningen een serie kleine tekeningen gemaakt met een Chinese penseel, aan de hand van mijn foto’s en tekeningen van sluisdeuren en bunkers (± 10 stuks bewaard). Tot het einde van de maand werk ik geconcentreerd aan een serie tekeningen op groot formaat (thema ‘sluis’) op bruin papier met gekleurde inkt.

Siet Zuijderland, schets 3

Begin november maak ik 3 sluizen met voor het eerst gebogen vormen. De sluizen gaan op soldaten lijken.
Vervolgens 4 tekeningen met dolkachtige vormen, geïnspireerd op een scheepsroer, het worden oorlogsmachines, agressieve tekeningen, verwant aan mijn werk in de jaren 1965 – 1967.
In december maak ik een kleine serie tekeningen van gestapelde wapens/mitrailleurs ± 9 stuks. Sommige bijna een ontwerp voor een sculptuur. Door de herhaling van vorm, het stapelen, het door elkaar heen tekenen van de vorm, ontstaat een beeld van strijd en beweging. De tekeningen lijken gemaakt te zijn in de periode van het Futurisme, misschien stop ik om die reden met de serie wapens en zoek ik naar een nieuwe oplossing en vorm. Een beslissing die ik nu betreur.

Van begin oktober tot eind december heb ik gemaakt:
10 tekeningen, inkt, penseel op A4 waarvan de helft nog kan worden weggegooid
20 tekeningen, thema ‘sluis’, ± 5 moeten worden weggegooid
3 tekeningen, sluizen met gebogen vormen
4 tekeningen, de dolken
9 tekeningen van gestapelde wapens waarvan 2 zeer twijfelachtig zijn en 2 zijn verkocht
1 tekening in rood en blauwe inkt van een krijgerkostuum, moet zonder vervolg worden weggegooid.
Verder een aantal schetsbladen met aantekeningen van vliegtuigstaarten, rompen, dolken en 25 kleine potloodtekeningen van wapens waarvan het merendeel kan worden weggegooid.

In januari en februari 1984 werk ik aan 4 bladen van 70/100 cm met gevechtsscènes, geïnspireerd op het idee van invasie. D-Day, Arromanches.
Wapens op driepoten, omheiningspalen, prikkeldraad. Ik maak één tekening met houtskool en inkt waarop 3 krijgers staan, brugpijlers die een sterke gelijkenis tonen met helmen.
In april en mei maak ik Wheels I, 3 stroken van 70/200 cm, uitgaande van verschillende tankwielvormen om tot een verbeelding te komen van een tankslag. De stroken zijn in het begin niet gecomponeerd om tot één grote tekening te komen, pas na de tweede tekening (strook) heb ik er bewust de derde aan toegevoegd.
In juni begin ik aan de opzet van Wheels II, ‘La grande machine’. Een moeizame start. Ik probeer een totaalbeeld te maken op een formaat van 210/200 cm uitgaande van Wheels I: vier rijen verschillende tankwielen, van rechtsboven naar linksonder rollend over het vlak, gevangen door buizen en stokken.
Tussendoor maak ik 2 kleine bladen op het invasiethema, obstakels op het strand, in de zee.
Na de zomervakantie, die geen nieuwe werkideeën heeft opgebracht, hervat ik het werk aan Wheels II.
Na veel twijfel en het aanbrengen van correcties, één van de beste werken geworden. In september zakt mijn werktempo en inspiratie, ik koop boeken over vliegtuigen, denk aan een grote tekening met vliegtuigvleugels verspreid over het vlak, n.a.v. een foto van Manfred Hamm van een vliegtuigkerkhof met B-52 bommenwerpers. De eerste opzet mislukt.
In oktober ga ik met de Academie tien dagen een werkreis maken naar Florence. Deze reis wordt door een zeer tragische gebeurtenis een zwaar belaste emotionele ervaring.
Het werk Wheels III, Parade is vastgelopen, ondanks gedeeltelijke overschilderingen met verdunde olieverf. Met de toevoegingen van omheiningspalen, ziet het werk 49 er statisch uit. Misschien kan het, door een toevoeging van een derde strook, meer beweeglijk en in een andere schaal gemaakt, een zelfstandigheid bereiken. Begin november maak ik de opzet van een nieuwe grote tekening (voorlopige titel: Wheels III)
3 afweergeschut stukken voortgetrokken door wagens, met in de opzet het accent te leggen op de schaduwen. Het werk krijgt geen spanning. Tussendoor maak ik een kleine serie tekeningen met lithopotlood. Uiterst agressieve, emotionele tekeningen.

De verrassing van de laatste maanden is de aankoop van Wheels II en de houtskooltekening met krijgers en lansen (titel Juno), bij de gemeentelijke aankoop. Het dieptepunt: de afwijzing door een commissie van het ministerie van W.V.C. voor het verkrijgen van een werkbeurs voor 1985 – met de vermelding dat mijn werk geen enkele bijdrage levert voor de ontwikkeling van de Nederlandse schilderkunst – en weggelaten te zijn op de tentoonstelling van Nederlandse identiteit in de schilderkunst in het Van Gogh museum.

Eind mei en de maand juni 1985 staan vnl. in het teken van het maken van boekomslagillustraties en beoordelingen op de Academie.
Ik begin aan nieuwe tekeningen, 15 bladen van 70/100 cm die tezamen een formaat gaan vormen van 300 cm bij 350 cm.
Een nieuwe sluisdeur die een fort moet worden, een wand met uitstekende lopen van wapens.
De ondertekening in alleen O.I. inkt op bruin papier gezet krijgt een sterk grafisch beeld, geheel tegen mijn zin weer terug bij het oude beeld.
Na mijn vakantie begin ik in augustus aan een nieuwe opzet, de bladen worden overschilderd met een dunne laag grijze olieverf en ik heb reliëfschaduwen aangebracht.
Het concept is de bladen volgens technisch plan af te maken en ze vervolgens over elkaar heen te laten vallen of schuiven, zodat naar ik hoop een nieuw beeld van onrust zal ontstaan.

12 augustus 1985 Begin januari verander ik mijn laatste vastgelopen tekening Parade (Wheels III). Het rood van de achtergrond maak ik grijs en de rechterkant verdonker ik met dunne lagen olieverf.
Het beeld wordt wat geheimzinniger.
Half januari vind ik bij toeval een boek met constructietekeningen van ijzeren hoekverbindingen. Aan de hand hiervan maak ik vier losse studies in heldere kleuren 50 op 50/70 cm. Door ze later samen te voegen en losse uitgesneden constructies op te plakken ontstaat een (rommelig) beeld. Wat een aanzet is om een vallende brug te maken.
Brug II, begint weer uit vier bladen van 50/70 cm, door de toevoeging aan de bovenkant van een gebogen spant ontstaat een duidelijker beeld.
Brug III, is direct op twee bladen van 70/100 cm gecomponeerd. Ik maak nog steeds gebruik van losse constructieonderdelen, waarvan een aantal opgeplakt. De tekening gaat een voorzichtige zelfstandigheid vertonen. Een personage doemt op, een soldaat in een desolaat landschap.
Brug IV, twee bladen van 140/100 cm. Het beeld het meest direct van vorm, het meest open. Door een groot oppervlak niet te gebruiken ontstaat een ruimte die het beeld van een instortende constructie versterkt.
Brug V Het plan is een tekening te maken uit verschillende verticale stroken van 100/140 cm van omvallende scheepskranen.
Brug VI. Het meest gecompliceerd – door toevoegingen en veranderingen ontstaat een zekere landschappelijkheid. Lijnen die een perspectiefaanduiding gaan vormen, gewild of niet. Het werk onbevredigd als af beschouwd.
In mei begin ik aan Brug VII, ik wil een tekening maken waarin onderdelen uit mijn eerste werk in terug kunnen komen, wapens et cetera. In december maak ik Werf I met verdunde olieverf op het formaat 120/200 cm. Een verademing na mijn sluisdeur, het werk is nog vaak versneden, maar toch komt er aan het eind een meer duidelijke compositie in beeld.

Siet Zuijderland, schets 4

Januari 1985
Ik krijg voor het komende jaar een werkbeurs toegewezen. Misschien door het groot aantal afwijzingen – de mini-commissie van het Stedelijk Museum die op atelierbezoek kwam om een eventuele keuze te maken voor de tentoonstelling ‘wat betreft Amsterdam’ had meer interesse voor mijn Berlage-bureau en ander meubilair – ben ik het dichtst bij het moment geweest om een definitieve streep onder mijn werk te zetten. Ik ben blij dat ik die werkbeurs heb gekregen, natuurlijk in de eerste plaats om het wegnemen van een steeds groter wordende financiële zorg, maar zeker in de belangrijkste plaats om het gevoel van een nieuwe erkenning.
Begin 1986 werk ik aan Werf II, naar aanleiding van een oude foto van een schip in een scheepswerf, waar de schaduwen van het constructiewerk te zien waren op de romp van het schip en gebogen vormen gaven. In maart ga ik opnieuw naar de kust van Normandië en opnieuw ben ik gefascineerd door de bunkerresten en andere overblijfselen uit de oorlog.
Uit een bunker sloop ik stukken verroest bindijzer en een dun ijzeren vlechtsel. Thuisgekomen werk ik aan Werf III en gebruik voor het eerst stroken en vlakken in oranje loodmenie. Later overgeschilderd met dunne lagen olieverf.
In het doorwerken en vernietigen van de tekening maak ik gebruik van de meegenomen stukken ijzer door de contouren over te nemen en dan over het bestaande beeld heen te schilderen.

Over de auteur:

Siet Zuyderland (1942) beeldend kunstenaar, solotentoonstellingen o.a. Stedelijk Museum Amsterdam 2x, Gemeentemuseum Den Haag, Museum voor Moderne Kunst Arnhem 2x. Publicaties: (1972) ‘Dagboek getekend Zuyderland’, De Revisor, nr. 2. (1972) Strandvondst, dagboek, KCB, Bergen N-H (1981) Siet Zuyderland, Bernlef, Gedroomde Ruimte. Uitgeverij de Kunst (2012).