thema:

Een sterk staaltje

Ik was ingehuurd om een grote stalen kast in elkaar te zetten, meubelen monteren is
mijn vak. Ik arriveerde vroeg, misschien wel iets te vroeg, op het Amsterdamse adres.
Het was een imponerend huis aan een breed water en meteen al vielen mij de hoge plafonds
op. De kamer waarin de kastenwand moest komen te staan was goed opgeruimd
en behoorlijk ruim, dus ik had alle bewegingsvrijheid. Ik ging opgetogen aan de slag.
De vrouw des huizes, een niet al te slanke vrouw, grijs kort haar en geheel in het
zwart gekleed, bood haar hulp aan, die ik beleefd afsloeg, want aan onervaren handen
heb je niets. Maar op haar aanbod van koffie met geklopte melk ging ik maar wat
graag in. Nee, ik ging er niet bij zitten, ik dronk de koffie staand en wilde de vaart in
de opbouw houden. Als je namelijk te langzaam begint, kom je tegen het eind in de
problemen. Ik had het tempo er goed in, al werd ik nog even afgeleid door een blonde,
slanke en sierlijk bewegende vrouw, die me vol belangstelling aankeek. Ik vroeg me
meteen af wat de relatie tussen die twee was, kon ze maar moeilijk plaatsen. Elk op
hun eigen manier leken ze mij te jong om de moeder van de ander te zijn of te oud voor
dochter. Ja, jammer inderdaad dat ik niet onthouden heb wat ze zeiden. Of misschien
heb ik niet eens verstaan wat ze tegen elkaar zeiden. Niet dat dat veel was, het waren
maar een paar woorden, ik ving iets op als ‘kast’, maar dat kan ook zijn omdat ik daarmee
bezig was. Je hoort nu eenmaal vaak iets wat je al weet, en zo’n klus kleurt je blik.

Lang tijd om bij die twee vrouwen stil te staan had ik niet, de kast vroeg mijn aandacht,
want de leverancier had wel planken geleverd, maar geen steunen, je ziet het
wel vaker misgaan. Maar goed, daar zou ik wel een oplossing voor bedenken.
De blonde vrouw groette me en verliet het huis, en de dame in het zwart ging boven
in de woonkamer zitten werken. De klus ging voorspoedig en ik kreeg op een gegeven
moment nog een tweede kop koffie. Die smaakte me goed.

Misschien een uur later kwam ze weer naar beneden en ze merkte op dat het allemaal
verrassend snel ging, en omdat ik ongetwijfeld contant betaald wilde worden,
zei ze, zou ze nu naar de pinautomaat zou gaan. Ik weet niet wat zij van te voren
in haar koppie had, maar op zo’n standaardkast ben ik echt niet een hele volle dag
bezig, hoor. Ik ben toevallig wel een vakman. En het is zeker niet de eerste keer dat ik
deze kasten tegenkom, laat staan die stalen steunen mis.

Nougoed, zij zou dus even de deur uit gaan en dan weer terugkomen. Dat duurde en
ik dacht eerst, wie weet hoe ver die pinautomaat is, ten slotte woonde ze, of zij allebei,
daar wil ik vanaf wezen, aan de rand van de stad, ik had op weg daar naartoe ook helemaal
geen winkels gezien. En misschien ging ze wel tegelijk even boodschappen doen.
Je weet het niet. En je staat er ook niet bij stil. Dus ik bouwde rustig voort en een groot
deel van de kast stond al. De gebruiksaanwijzing heb ik echt niet meer nodig, hoor. Ik
kan die kasten nu wel uit mijn blote hoofd in elkaar monteren. Ik weet ook precies wat
het foutje aan die kasten is, dus daar houd ik meteen al rekening mee. Ik denk dat wie
die kast voor het eerst in elkaar zet, wel even flink staat te foeteren, zeker als die steunen
er dan ook nog eens niet bij zitten. Maar ik ging dus goed, al begon het me wel lang te
duren voordat ze terugkwam. Maar misschien had ik haar niet goed begrepen en had
ze gezegd dat ze een poosje weg zou blijven. Ik weet het eigenlijk niet meer.

Dat is eigenlijk het hele verhaal. Ik vertel het u maar zoals het is, al weet ik niet of het
reden genoeg is voor een proces-verbaal, want die twee vrouwen hebben me feitelijk
niet echt iets aangedaan, om zo te zeggen.

Eerst was ik bang dat die zwarte verongelukt was, ik heb nog haar mobiel gebeld,
en ingesproken, want ze nam niet op. Maar ze heeft ook niet meer teruggebeld, dus
toen heb ik maar de politie gebeld en uw collega zei dat ik dan maar gewoon de deur
achter me dicht moest trekken en naar het bureau moest komen. Dan kon ik aangifte
doen, van vermissing en in gebreke blijven, want ik moet nog wel betaald worden.

Kijk, dat die vrouwen voor en na verdwenen, kan me nog niet eens zo veel schelen.
Maar ik heb natuurlijk wel vijf uur hard gewerkt, die hele kastenwand in elkaar gezet
en speciaal iets voor die ijzeren steunen gemaakt. En je denkt dan toch dat als zij
daar iemand voor inhuren, ze toch ook zullen betalen. En geld hadden ze wel, het
zag er niet armoedig uit. Die kasten zijn trouwens ook de goedkoopste niet. Maar als
ik het moet schatten, dan denk ik dat die zwarte vrouw, of liever gezegd die grijze
dus, na ongeveer twee uur weg is gegaan. Dus ik heb vanaf dat moment nog drie uur
gemonteerd, zonder oponthoud. Ja, ik dacht, ik ga maar door, ze zal toch zo wel
terugkomen. En op welk punt besluit je dan dat er iets raars aan de hand is? Ik heb
daar geen ervaring mee. Dat leren ze je op de opleiding niet. Dus heb ik maar netjes
mijn klus afgemaakt, en daarna nog even gewacht. Afval opgeruimd. Mijn spullen
bij elkaar gepakt. Nog eens goed de vloer geveegd. Een beetje rondgekeken. Je
gaat je toch steeds vrijer voelen in zo’n huis waar niemand is. Ben op een gegeven
moment zelfs nog even boven gaan kijken, om zeker te weten of ze daar niet toch zat,
misschien had ik haar niet binnen horen komen en was ze daar op de bank in slaap
gevallen. Maar terwijl ik heel zacht de trap op liep wist ik ook wel dat zij er niet was
en dat ik eigenlijk alleen maar nieuwsgierig was. Tjonge, wat een uitzicht over dat
water. Ik ben eventjes aan het tafeltje voor het raam gaan zitten, maar het bleef toch
hetzelfde raadselachtige wachten. Bij elk geluidje in het huis dacht ik dat het de deur
was, en soms riep ik dan hallo, terwijl ik me tegelijk betrapt voelde, maar er kwam
geen antwoord. Uiteindelijk heb ik al met al nog uren gewacht, nu eens beneden en dan
weer boven, alsof ik hoopte op de andere verdieping een aanwijzing te vinden,
een briefje of zo dat ik eerder over het hoofd had gezien. Of misschien hoopte ik dat ik
door mezelf te verplaatsen iets in gang kon stellen. Maar er gebeurde niets, en ik zat
daar maar met verhoogde hartslag. Nou ben ik bepaald geen bangelijk type, maar
het zat me niet lekker, deze situatie, alsof ik gevangen werd gehouden. En toch, toen
ik de deur controleerde, zat die niet op slot. Maar uiteindelijk zijn geen van beide
teruggekomen. En dat is wel jammer, want de kast was erg goed gelukt. Nou, en toen
heb ik u dus gebeld en nou ben ik hier gekomen. Ik vertel u dit hele verhaal maar even,
want wat kan ik anders doen. Even heb ik nog overwogen die kasten weer uit elkaar te
halen, die steunen kan ik goed een volgende keer gebruiken, maar nee, dat krijg ik als
monteur niet over mijn hart. Daar zijn andere jongens voor. Ik ben klaar voor vandaag.

Over de auteur:

Patricia de Groot (1964) is schrijver en redacteur bij uitgeverij Querido. Ze publiceerde De achteroverval (2002), Op de kop (2003) en Derde (2006). Regelmatig verscheen er werk van haar in Raster.