thema:

Een wereld vol werelden

Vertaling:

De redactrices van Terras vroegen me om hen kennis te laten maken met zoveel mogelijk namen en werken, teksten en bijdragen. Meer dan honderd namen van levende dichters, behorend tot sterk uiteenlopende stromingen, genres en generaties. Een aparte kaart met namen en de kaart van een Wereld. Samen schreven en tekenden we die op zeven grote vellen A3-papier met rudimentaire schema’s, omcirkelde uitgeverijen, tijdschriften en stromingen, verbonden met diverse namen, die doen denken aan dierlijke vormen, aan inktvissen, zee-egels of spinnen. Ik had het over die verschillende werken, besprak ze uitgebreid vanuit een feitelijk perspectief, op weg over die kaart, door een wereld van taalgebruik, compositie en motieven. Het was een zware tocht door zo’n weids en uitgestrekt gebied. Trekkend van de ene naam naar de andere, van de ene wereld naar de andere, terwijl ik ondertussen aanwijzingen gaf, leestips, namen van werken. Die omstandigheden leidden tot een grote keuzevrijheid, zonder beperkingen, verplichtingen of overdeterminering. Een keuze van buiten de Franse poëzie, van twee lezeressen, recensentes of schrijfsters die lezen in het Frans en schrijven in het Nederlands. Zo is er een subtiele route langs elf punten uitgestippeld, die kracht geeft in deze nogal moeilijke tijden. Als ik de selectie, die niet door mij gemaakt is, lees, kunnen die teksten staan voor hoop, hoop dat de poëzie nog niet tot een einde is gekomen, dat ze niet slechts een herhaling is van attitudes, tics of maniertjes, dat ze nog steeds een voorraad nieuwe en hernieuwde energie, uitvindingen, opvattingen en waarnemingen bevat. We zien ook een poëzie die zich heeft ontdaan van al het overtollige en die een vertaling van de wereld is. Een wereld vol waarnemingen en waarin het kleine en het alledaagse samenkomen, herinneringen, gedeeld en deelbaar, die onze geheugens en onze levens verruimen. Deze poëzie laat een tegelijkertijd alledaagse en onalledaagse leefomgeving zien. Het schrijven over aan de werkelijkheid ontleende motieven, zoals de maatschappij en de politiek. Het schrijven van een gedocumenteerde poëzie, die ver staat van persoonlijke raadselachtigheden. Feitelijke, historische, culturele, speelse en soms, gelukkig, feministische poëzie. Het zijn niet slechts details, maar eerder een subtiel evenwicht tussen het persoonlijke en het algemene, versleuteld en ontsleuteld, dat ons aansluiting laat vinden en doet besluiten tot het volgen van een uiting, van de samenstelling van een taal, de vertaling van een wereld die niet alleen de persoonlijke wereld is van een enkel individu, maar een meer gemeenschappelijk, collectief goed, waarbij de schrijver of schrijfster dient als aanstichter van waarnemingen en opvattingen. Soms duiken er aansprekende narratieve elementen op. Of zijn er maatschappelijke beschouwingen, niet vrij van ironie. Het is ook het bovenkomen van spreektaal, levende taal, die diepgang verschaft, volume, materiaal dat wordt gescandeerd, gesproken en als het ware al lopend ontstaat. De taal die dit tijdperk tot motief heeft kan haperen, om er beter in te passen, de vorm van een performance aannemen, tweetalig, verknipt, in zichzelf besloten en in beweging zijn. Het gaat erom de werkelijkheid uit te lichten en opnieuw op te bouwen. Het zijn unieke taaluitingen, nieuwe stemmen, die ons vermogen te voelen en te denken, ons vermogen een plaats, een taal en een tijdperk te bewonen, verrijken. Er vormt zich een samengestelde wereld, een wereld samengesteld uit verschillende werelden. 

Over de auteur:

Eric Giraud (1966) woonde in de V.S. en in zuidelijk Afrika, woont en werkt nu in Marseille waar hij verantwoordelijk is voor de poëziebibliotheek van het Centre international de poésie Marseille. Daarnaast is hij vertaler uit het Engels en dichter. Hij publiceerde onder meer de bundels Marcel ( Ed. Harpo &, 2000), La fabrication des américains, (Ed. Contre-Pied, 2006/2009) en Kolchak (Derrière la salle de bains, 2011).

Over de vertaler:

Sanne van der Meij (1990) studeerde Frans aan de Rijksuniversiteit Groningen en werkt nu als freelance vertaler en tekstschrijver. Ze voerde onder andere opdrachten uit voor de VPRO, City2Cities, The Chronicles en Hebban. Sinds 2013 beheert ze het online archief van Filter, tijdschrift over vertalen en sinds 2015 vult ze de organisatie van het Groninger poëziefestival Dichters in de Prinsentuin aan. De Quebecoise literatuur heeft haar speciale interesse, een literatuur geschreven in het bijzondere Frans van Quebec, dat doorspekt is met onder meer anglicismen en archaïsmen. Voor haar scriptie ontwikkelde ze een model van vertaalstrategieën en -procedés die bruikbaar zijn bij het vertalen van deze literatuur.