thema:

Francis Ponge over Paul Valéry

Francis Ponge (1899-1988) was een dichter met uitgesproken opvattingen over taal en literatuur. Pas in 1942, met de verschijning van Le parti pris des choses, werd hij erkend als een belangrijk dichter die met zijn prozagedichten over dingen heel nieuwe wegen insloeg.

In deze tekst uit 1982, gepubliceerd in het Magazine Littéraire, blikt hij terug en geeft zich rekenschap van zijn gecompliceerde verhouding tot een van de grote figuren uit de Franse literatuur van begin 20ste eeuw: Paul Valéry. Kritiek en bewondering sluiten elkaar geenszins uit, zoals blijkt uit zijn herinneringen. En daarbij schroomt hij niet om en passant ook zijn (gepeperde) mening over andere schrijvers te ventileren, zoals o.a. over Saint-John Perse, die hier figureert als ‘Saint-Leger Leger’, en Jules Romains.  Zo schetst hij een context van stekelige literaire verhoudingen, waaruit de figuur van Valéry – ondanks zijn kritische kanttekeningen – oprijst als iemand die daar ver boven staat: een schrijver hors-concours.

Ponge dicteerde deze tekst aan zijn vrouw omdat hij juist geopereerd was aan staar, wat hem het schrijven onmogelijk maakte. Dat verklaart de openingszinnen.

Over de auteur:

Piet Meeuse (1947) is schrijver en vertaler. Hij vertaalde werk van Paul Valéry, Francis Ponge en Milan Kundera uit het Frans en van Hermann Broch en Hans Magnus Enzensberger uit het Duits. Zijn eigen werk verschijnt bij De Bezige Bij. Van 1982 tot 1991 was hij redacteur van De Revisor en van 2000 tot 2009 redacteur van Raster. In 2014 publiceerde hij de essayroman Het labyrint van meneer Wolffers.