thema:

Gedicht

laatstvielikviel
(ik)zaktedoor een slechte plank
(ik)kwamgoedmaarslechtneer
terechtmaargoed
braknietsmaar
brakniets

maar alle kinderen verloren
stroomden opeens onderlangs,
ik werd een zak kromme, magere kinderen
ik had niet vallen moeten

alle kinderen verloren
stroomden opeens onderlangs
en ik werd een zak kromme, bevende jongetjes
ik had niet vallen moeten

we trokken door de velden
er verdronk best een soms maar
vaker niet, wij niet

we trokken door de weiden
er verdronk er best een, soms
maar vaker niet, wij niet

een wolk als een schol
in de harde wind
boven de rivier
ik ga vannacht
wolken als schollen
in de harde wind
boven de rivier
de aanval vlucht

in het water dreef een meter
op de golven dobberde een anker

ijsschollen in de harde wind
op de rivier. de harde wind op de rivier
ik ga vannacht
tegen de maan
kruien de wolken

laatstvielikviel
(ik)zaktedoor een slechte plank
(ik)kwamgoedmaarslechtneer
terechtmaargoed
braknietsmaar
brakniets

bewaar school de onder rug
vroeger was ik een krom jongetje
met de rug tegen de muur

laatstvielikviel
(ik)zaktedoor een slechte plank
(ik)kwamgoedmaarslechtneer
terechtmaargoed
braknietsmaar

we trokken door de velden
er verdronk best een soms maar
vaker niet, wij niet

slacht het gordijn

het hoofd werd zwaar
ik kon na de val meteen lopen
brakniets

ik kon na de val niet meer lopen
brakniets

het kon na de val meteen lopen

de pasgevallen sneeuw kon meteen lopen
de pasgeschoten leeuw kon meteen lopen
de kraamvrouw, caféleeuwinnetje, liet alles lopen

het hoofd wordt zo zwaar
het hoofd wordt zo zwaar
het brein schuimt bruin
het varken haalt verhaal,

ik had mijn hoofd toch minstens
met mijn arm, ach…

maar in het water dobberde een anker,
op de golven dobberde een meter.

ik greep (naar) iets wits:
het ijs kruide een konijnekop

in mij kwam (op) dat ik afgedaald was om de wereld
de onderwereld af te wentelen

de opdracht

de ernstige winterzon, een ernstig geval van

het regent naar boven, het sneeuwt in het platte
we wensen elkander oudjaar

we sjouwden door de velden
we vlogen lopend, karren in onze knuisten,
slachtten in het voorbijgaan
gordijnen. wolken als schollen

diep beneden ons dreven meters

Over de auteur:

(1956). Meest recente publicaties: Ware Grootte (2008), Leegte lacht (2011), de roman Op de rok van het universum (2015). Winter 2017 verschijnt Ja Nee.