thema:

Gedichten

Vertaling:

Late maaltijd

 

Kom door de nauwe deur dan vertel ik je van mijn zonden.

 

Drie maanden lag mijn herinnering op deze

geoliede tafel, verbrand nu.

Je ontstak namaakvlammen om me je liefde te tonen.

 

Je verzengde me. Ik voel me hard, heet; de halfgekookte soep

blokkeert spontaan mijn tong, dat schuldige

 

orgaan, en vergeeft me juist nu ik onafwendbaar

in mijn lichaam krimp tot een regenwoudpit. Nog vormloos onweer

raakt mijn tranen en bliksemt, ik vraag geen genade.

 

Groenteblad, met al zijn macht, begraaft ons.

 

Stop, mijn enkelzijdig lichaam

kan verscheurd door pijn en liefde dat diner als een vangnet

niet afmaken. Mijn gezicht glijdt de vijver in

en wordt door dunne vissen opgepeuzeld.

 

Sta stil bij de vijver. Het regenwater

lijkt te willen opstijgen, de doodzieke lotus aan te roepen.

 

Shanghai, 24-25 november 2013

 

 

 

Een verhaal om de wereld wakker te schudden

 

1

Rond twaalf uur hield het tijdelijk op te regenen,

je kwam eindelijk overeind, keek naar de hoopjes zout

uitgestrooid binnen de raamlijsten.

 

De wind strekte zijn hand uit, wreef

een sneeuwbergje van het raam op de grond.

Hun geboortebewijs, hangend uit het raam

 

die nieuwe groene drietand,

de eerste voet van de zomer

de nieuwe kromming op haar teentjes in de polkaflessenhals.

 

2

Je gebogen lichaam, in zijn slaap

gezwollen, als een kiespijnlijder die het mes van Tsjechov

net in het keukenblad laat bijten,

de zenuwen van gister nog meer vastgeklonken.

 

Pluk met vrije hand de kersen, met de geur van de avond

komen jouw als tepels zo rode pukkels, half klaargestoomd.

 

Slechts een snuifje zout aan je enkel geplakt,

een ringvormige schaduw pakt je in

nog meer verlopen dan makeup in de avond, die hand.

 

3

Zag een pen die de rechte hoeken

van ‘s lots loterijlot afsneed, maar door de woorden op de achterkant

schraapte je niet heen. Op de foto graven diepere ogen,

teruggetrokken, een pincet op.

 

Waarheen? Jij bent op een donkerder plek,

zacht loeiend. ‘De postbode van gisteren’,

als je erover praat, rol dan het diepe donker van poel in

waar je misschien een nieuwe slaapkamer kunt wekken.

 

En rotting voor jou, en net nog de effening van regen en mist.

Zijn enorme ogen, weerkaatsend het guillotinemes

dat de bloemen bijsnijdt, zoals jouw latere jij

met jou zij aan zij zal liggen.

 

Shanghai, 2016

 

 

Zonlicht brak door mijn angstvalligheid heen

 

We sprongen in de vijver

om de verdronken kikkers te tellen.

 

Elke voorbijganger is rijp fruit

op de rand van de instorting.

 

Een vogel kwam naar me toe,

weggepikte stenen opgehoopt tot een oever.

 

‘De helft van de wereld zal van jou zijn,

de lekkende luifels behoren je toe.’

 

Vorig jaar maart, een neergestorte vlucht,

de nachthemel huilde als een vrouw.

 

De slapelozen zijn allemaal zwanger.

 

Niemand komt iemand kussen in het bos,

de bladeren bijten elkaar hard en droog.

 

Een generatie gaat weer slapen,

een weg die was afgesloten keert weerom.

 

Shanghai, 17-18 april 2013, herzien 2 januari 2015

 

 

Na de regen bij een vriend

 

Door de lange nacht luisterde ik naar de hete stroom van je hart

als verdrinkende vissen, ervoer nog eens die sprakeloosheid.

 

Als de regen is gestopt, zal ik nog regenwater voor je zoeken. Zelfs als

vóór jou en mij slechts een zwembad ligt waarvan je de bodem ziet.

 

Jij geeft je over aan vriendschap: drie jaar? Of verder.

Je stelt je die niet-bestaande grens voor, een jaar precies als een jaar

 

— en koele huid gereduceerd tot een magneetnaald

die in mijn slappe hart hangt —

 

een hele tijd voorbij, jij zegt bij aanvang al waren we ouderwets.

Als de onschuld in je ogen schijnt, sper je ze open

 

en het is maar een half met katoen dichtgestopt oor. Jij praat over mijn

duister hart, alsof het een verdrinkende keel is

 

die een verstikt eindrijm uitstoot.

De manier waarop jij de geschiedenis beziet, als een baby.

 

Die onbestemde vorm, op dat moment dat ik de rug wil

keren, verbreidt een zwakke glans.

 

En jij hebt geen kracht het door te snijden en de warme adem op te vissen

uit het vijverwater, je eigen verfijnde binnenste te omgorden.

 

De regen wrijft je hele lichaam droog, in strijd zal de geschiedenis verzinken

in haar keerzijde. Overal waar duisternis is, moet de gratie op haar hoofd staan.

 

26 april 2014

Over de auteur:

Qin Sanshu (1991) studeerde vergelijkende literatuurwetenschap in Shanghai. Werd onderscheiden met onder meer de DJS-Poetry East West Poetry Prize 2015 (in de categorie ‘Jonge dichter’) en de nationale prijs voor studentendichters. Vertaalde poëzie uit het Frans en Engels van onder anderen Yves Bonnefoy, Paul Éluard, Robert Pinsky en Henri Cole, en een bloemlezing van jonge Engelse en Amerikaanse dichters. Qin is nu poëzieredacteur van een uitgeverij. Zijn gedichten verkennen de uitersten van de Chinese taal. Veel ervan is door zijn hoogst eigenzinnige keuze van woorden (karaktercombinaties) alleen in geschreven vorm te volgen.

Over de vertaler:

Daan Bronkhorst (1953) studeerde sinologie in Leiden en publiceerde drie bundels vertalingen van Chinese poëzie. Hij vertaalde proza van Lao She en van de Nobelprijswinnaars Liu Xiaobo en Mo Yan. Hij is werkzaam bij Amnesty International en stelde voor die organisatie sinds 1980 twintig bloemlezingen van internationale poëzie samen.