thema:

Gedichten

Vertaling:

uit de oorlog

diep in de havermakronen is het waar de droombeelden
wonen weliswaar heb ik het recept bestudeerd het echter
zelf niet geprobeerd wellicht is iets uit de oorlog
daarin niet zo goed tastbaar als maïzena en minder
kostbaar dan goede boter in de herinnering van mijn moeder
iets dat helemaal niet ter sprake kwam in fijnere dosering dan
tweehonderd gram iets dat niemand bij zijn naam
noemde in het machineschrift van mijn tante is het waar
de droombeelden wonen diep in de havermakronen

 

 

uitgang

niet alleen in dromen is mij vaak overkomen dat
ik de uitgang door de rechterdeur niet vond
treinen instapte de verkeerde kant op
daar was een slechts halfbekend station
daar was die schrik toch zat ik achter glas en
kon me niet van deze plek losrukken
omdat ik daarnet in het boek een passage las
begon het in mijn bloed te koken ik
liep wat door het bos en voelde warm licht
en liet me willoos naar een helling voeren daar
doemden beelden op maar ze deden niet meer
zoveel pijn als eerst. want onder dode kruinen
bloeide de wildernis op met varen en
vingerhoedskruid en ik liep verder langs de
eindeloze straten onafzienbaar wijd in mijn bloed
door een rij vensterloze kamers liep ik en
rende een tijdje in een kringetje tot iets onder
mijn jas beefde ik greep ernaar met mijn
rechterhand en stopte en ademde zwaar aan de
perronkant boog me naar voren en zag het spoor.

 

 

interlokaal gesprek

op deze dag was het stil in berlijn jij was al
enkele uren geleden uit het huis vertrokken ik
voelde me enigszins ontspoord en had verhoging
en een tijdje met de benen omhoog liggen ik hield
de hoorn vast en kreeg verbinding en hoorde in het
haperen van de tijd de klokken luiden verderop in
het westen luid en duidelijk alsof ze naast me hingen.
ik zakte langzaam in elkaar en dacht ik ruik de rijn
weer en hoorde het water om me heen klotsen en wou
nog niet geboren zijn en wat van de andere kant
kwam klonk als gedempte radiostemmen
achter een groot en donker membraam .. ik hield
de hoorn vast en liet niets merken en hoorde
hoe jij met de sleutel kwam en slikte nog iets
en wil niet sterven toen was de opwinding
weer voorbij het was een vrije dag begin oktober
aan het gesprek waren geen kosten verbonden.

 

 

alien

plotseling viel me de sterrenhemel op, lang niet
gezien het diepe blauwe en het felle geschitter.
het was de noordelijke van de beide hemels, myriaden
zeer heldere lichamen onbegrijpelijk ver verwijderd
en die zwak schijnende sluierachtige band, melkweg
genoemd, was werkelijk zichtbaar. daar dacht ik, het was
aan zee, wat curieus, zolang ik mij kan heugen, kwam
er toch een ruimteschip niet meer daarboven vandaan
en die cirkels, die men vroeger in zuid-engeland zo vaak
in korenvelden aantrof, al lang, werkelijk lang niks meer
van gehoord. maar de afgelopen nacht in een stortvloed
van beelden, ik lag alleen in het verkeerde bed, mijn enig
lichaam brandde aan beide kanten, waren de aliens er weer.
ik heb geen idee, hoe koud het was. we moesten weg, in alle
haast moesten we onze spullen pakken, maar waar naartoe? we
bleven hangen, het was al nacht, keulen niet de stad meer waar
we thuishoorden. ik heb geen idee hoe we ontsnapt zijn,
maar nog altijd bekijk ik de sterrenhemel met wantrouwen.

 

 

de mens

de mens is een sociaal wezen, bracht mijn vader
een keer naar voren, waarschijnlijk kwam het niet
eens van hem, het is alleen dat ik het mij nog altijd zo
herinner en mij schiet te binnen hoe hij als jongen
een keer met een vriend, toen hij die nog had, bijna
tot aan mühlenbusch door fietste maar die draaide
plotseling halverwege om en had een afspraak
met een meisje, de vrienden vielen beiden stil.
ik geloof niet dat hij het mij vertelde, misschien in
mühlenbusch, toen we er met de auto voorbijkwamen,
vertrouwde mijn oude moeder het mij toe.

 

 

vermoeden

de vlieg schiet over mijn vingertoppen
ik heb je naast me horen ademen
weerlichten, dan een eerste bliksem
ik heb tot vierentwintig geteld
dan heet het dat er een dode door de kamer
is gegaan, ik heb de koude luchtstroom
bemerkt .. hoe kan het zijn, is mijn
bloed dan zo zoet dat die mug,
die ik ergens vaag vermoedde, de hele
nacht mijn lichaam niet meer losliet

 

__________________________________

Hier staat een inleiding van Jan Baeke op de vertaalde gedichten.

Norbert Hummelt (1962), dichter. Recente publicaties: Stille Quellen (2004), Totentanz (2007), Pans Stunde (2011).

Jan Baeke (1956), dichter, vertaler en programmamaker voor Poetry International. Recente publicaties: Groter dan de feiten (poëzie, 2007), Brommerdagen (poëzie, 2010). Binnenkort verschijnt Het tankstation op de route (poëzie, 2013).

Over de auteur:

Over de vertaler: