thema:

Over In mijn hoofd van Nadine Agostini

Nadine Agostini werd in 1960 geboren in de Zuid-Franse stad Toulon. Ze heeft verschillende poëtische werken op haar naam staan, waaronder Ariane (2015), Dans ma tête (2015) en La Doll (2016). Agostini bespreekt poëzie voor het tijdschrift CCP (Cahier Critique de Poésie), en heeft lange tijd een rubriek verzorgd in het poёzietijdschrift Action poétique (1950-2012). Ze werkt daarnaast mee aan kunstenaarsboeken en optredens, en publiceert van tijd tot tijd persoonlijke verslagen van haar ervaringen op poёziefestivals. De integrale versie van haar boek Dans ma tête (In mijn hoofd) verscheen in 2015 bij Dernier Télégramme, nadat een deel van de tekst eerder al was gepubliceerd door uitgeverij Derrière la salle de bains.

In Dans ma tête krijgt een vrouwelijk persoon die wordt aangesproken met ‘je’ de mogelijkheid om een glimp op te vangen van wat zich in het hoofd van een, eveneens vrouwelijk, lyrisch subject afspeelt. Dit lyrisch subject begint aan een opsomming van ervaringen, indrukken, gedachten, dromen, wensen, verlangens, overtuigingen, voorstellingen, fantasieën, enz. die de aangesprokene zou moeten hebben of hebben gehad om te kunnen denken zoals zij. Het is echter onmogelijk om de ‘je’ volledig toegang te geven tot haar hoofd en gedachtegang, en het eigenlijke doel van de opsomming lijkt dan ook ergens anders te liggen. Waar het eerder om gaat is dat het lyrisch subject, via de omweg van de aangesproken ‘je’, haar eigen herinneringen en gedachten kan ophalen en verkennen.

Deze omweg en de doorgaans ontkennende syntactische constructie (‘[zolang] je niet/geen/nooit’) lijken bewust te worden opgeworpen om de herinneringen en indrukken van een veilige afstand te kunnen benaderen. Het ontkennende Franse ‘(ne)…pas/jamais’ (‘niet/geen/nooit’) zou gezien kunnen worden als een blokkade die het subject moet beschermen tegen herinneringen aan traumatische ervaringen. Op pagina 13[1] staat bijvoorbeeld: ‘[je kunt niet denken zoals ik zolang] je niet hebt gehuild terwijl je vader je hoofd tegen de muur sloeg tot je niks meer kon horen’. Het idee dat het lyrisch subject bescherming zoekt tegen dergelijke pijnlijke herinneringen wordt daarnaast versterkt door het gebruik van anaforen, die doen denken aan bezwerende formules.

Wie de omweg eenmaal heeft gevolgd en de blokkade over is, staat evenwel kwetsbaar tegenover scherpe, directe uitspraken, waarin herinneringen en ervaringen naakt en onomwonden tot uitdrukking komen. Een staccato van korte, krachtige regels wordt afgewisseld met langere passages die even kernachtig beginnen, maar vervolgens uitmonden in een soort innerlijke dialoog of stroomversnelling van gedachten en indrukken. Tijdens dergelijke ‘ontsporingen’ lukt het het lyrisch subject soms niet langer om zich achter de tweede persoon enkelvoud te verschuilen: de ‘je’ gaat over in een ‘ik’, waardoor de afstand tot de herinnering nog kleiner wordt.

Hoewel de opeenvolging van de verschillende uitspraken op sommige plekken willekeurig lijkt, zijn er vaak thematische, syntactische, semantische of lexicale verbanden te leggen. Ook klankovereenkomsten kunnen delen van de opsomming met elkaar verbinden. Soms komt een ogenschijnlijk onbenullig detail in een uitspraak later in de tekst in een sterk uitvergrote vorm terug, of zorgt de verbeelding ervoor dat een herinnering of ervaring van gedaante verandert. Zo lijkt een van ‘de wollen tapijten’ die het lyrisch subject langdurig op haar knieën heeft geborsteld later in de opsomming te veranderen in ‘het Gulden Vlies’.[2]

Tot slot dient Agostini’s spel met woorden en klanken genoemd te worden, evenals haar (zwarte) humor, die, als een laatste beschermingsmechanisme, het leed dat in sommige regels naar voren komt wat verzacht.

De volgende tekst is een vertaling van het begin (p.7 t/m 11) en eind (p.40 t/m 43) van Agostini’s Dans ma tête.

[1] Nadine Agostini, Dans ma tête, Dernier Télégramme, g.p., 2015, p.13, niet opgenomen in het vertaalde fragment.

[2] Ibid., p.21, niet opgenomen in het vertaalde fragment.

Over de auteur:

Ilse Barendregt (1987) is literair vertaalster en Avondenredacteur bij Stichting Perdu. Ze studeerde Franse Taal en Cultuur aan de Universiteit Leiden en de Université Paul-Valéry Montpellier III. In 2013 ontving ze een Talentbeurs Literair Vertalen van het Nederlands Letterenfonds, en in 2014 vertaalde ze de columns van Guillaume Vissac tijdens het Crossing Border festival. In 2015 rondde ze de researchmaster Literair Vertalen aan de Universiteit Utrecht af met een scriptie over Marguerite Duras. Momenteel werkt Ilse aan haar eerste boekvertaling.