Blog | , maart 17, 2018

I.M. F. Starik

(Op de foto F. Starik en Ton von der Möhlen: collectie Willem de Geus)

Deze tekst werd op 17 maart 2018 na de bekendmaking van het overlijden van F,. Starik geschreven en verstuurd als nieuwsbericht van de wekelijkse mailing (#11/2018) van Terras.

In het lied ‘Twee Handige Mannen’ op de CD Vinger in het zand van de Willem Kloos Groep verhaalt zanger en voorman F. Starik van een man die ‘een fijne hobby / aan vogelenhouden’ heeft. Zijn vogels komen moeilijk tot nestbouw. Ze broeden wel maar er komen geen eieren uit. Tot er op een ochtend ‘als verdwaald / een eitje in de kooi gelegen / niks bijzonders, bijna wit. / Het was al een beetje kapot aan het gaan.’ De vogelhouder vleit voorzichtig met bonzende slapen het eitje terug in het nest, met de minst beschadigde kant naar boven om op te broeden. En dan haalt Starik plotseling onverwacht uit: ‘Moeder, vroeg ik, u maakt zich toch nog wel voldoende zorgen over mij? Schenk mij de vreugde van twee handige mannen.’
Die kreet is Starik ten voeten uit: op het ongemakkelijke af theatraal, rauw, scherp, edgy. Als zanger klonk hij als een punkversie van Ramses Shaffy, met een even diepe galmende stem. Als voordragend dichter was hij net zoals zijn maximale bentgenoot Pieter Boskma zo Reviaans als Reve het zelf nooit gewild kon hebben en gaf dikwijls het gevoel naar een op hol geslagen typetje van Van Kooten en De Bie te kijken. Die theatraliteit, die pose, voerde Starik zo consequent door dat het geen pose meer kon zijn. Er staat meer moois op de door Staalplaat in 1997 uitgebrachte CD, zoals een in koor gezongen uitvoering van het gedicht ‘Alles Werd Voor Niets Gedaan’ van P.N. van Eyck uit 1917.
Starik, geboren 1958 in Apeldoorn, studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie, publiceerde al in 1974 zijn eerste dichtbundel in eigen beheer. Een van zijn meest gedenkwaardige creaties zijn foto’s van zijn gestorven vader waar hij zijn eigen gezicht in monteerde die werden afgedrukt in het tijdschrift De XXIste eeuw. Er zijn periodes geweest waarin hij zich toelegde op de beeldende kunst, als directeur van het Starik Museum van kleine werken. De laatste jaren publiceerde hij met name gedichten.
Starik dichter noemen betekent hem tekort doen. Zijn grootste werk is wellicht de consequent volgehouden Eenzame uitvaart, waarin dichters uit de door hem samengestelde Poule des Doods gedichten schreven voor mensen die in eenzaamheid kwamen te overlijden in de stad Amsterdam, naar een idee van Bart FM Droog. Hoogtepunt in zijn oeuvre vormden de verslagen die Starik schreef over de toedracht van de dood tot aan de seances waarbij de dichter eenzaam bij het graf naast een uitvaartleider en wat dragers het gedicht voordroeg en de eenzame dode wegbracht. Het project is, als je erover nadenkt, een conceptueel kunstwerk met gebruikmaking van dichters. Starik ging er steeds meer naar leven en begon net als de dragers zelf ook steeds meer op een kraai te lijken. Hij was twee jaar Stadsdichter van Amsterdam. Voor de boekhandel Scheltema aan het Rokin ligt een tegel voor Starik.
Over Maximaal was hij blijkens een interview na afloop negatief, leuker vond hij de voorafgaande periode waarin hij met de dichtersgroep H.J. van der Bijl (o.a. Jaap Blonk, Adriaan Bontebal, Koos Dalstra, Jos de Jong, Eddie Kagie, Arthur Lava) in een oude rode bus van de Haagse Tramweg Maatschappij langs open jongerencentra en gekraakte theaters in Nederland reed en er onder regie van Wim Kannekens intense en spetterende optredens gaf.
Wat is precies ironie in een zo consequent en hardleers volgehouden pose waar zelfs Tommy Wieringa nog een puntje aan kan zuigen? Starik gaf ooit een interview aan De Groene Amsterdammer waarin hij deftig beweerde dat de tijd van de koffieroomdrinkers voorbij is, dat de mensheid tegenwoordig melk in de koffie schenkt. Tegelijk behoort hij nu onverwacht tot de velen die rond hun vijftigste en zestigste stierven en zijn er nog zoveel lang niet behendig genoeg om zeep geholpen vaders in leven, met hun koffieroom en al. Misschien is dat de tragiek van de al te fanatieke en tragische vadermoordenaar. Rauw was hij, weliswaar nooit zonder humor. We denken aan Stariks Grote vis die hij parmantig door zijn aquarium zag zwemmen en aan het Urker mannenkoor dat in een vrijwel lege Stadsschouwburg zijn lijflied Simpele ziel ten gehore bracht. ‘Er Is Nog Geen Zon Genoeg’ zong hij op voornoemde CD Herman Gorter na. Gisteren stierf F. Starik op de bank vredig in zijn slaap. We verliezen met hem een kunstenaar.

 

Over de auteur:

Erik Lindner (1968), dichter en criticus. Recente publicatie: Terrein (poëzie, 2010), Naar Whitebridge (roman, 2013) en Acedia (poëzie, 2014). In het Duits verscheen Nach Akedia (poëzie, 2013) en in het Italiaans Fermata Provvisoria (poëzie, 2013) en Acedia (poëzie, 2016). www.eriklindner.nl In januari 2018 verschijnt bij Van Oorschot Zog, zijn zesde dichtbundel.