thema:

IJzer

Zee neemt, zee geeft.
Wat de branding teruglegt doet er toe: schelpen,
letters. Een fles met een opsomming van landen
waar het al licht is, op de ommezijde gedichten.
Scheur maar door. Wat een uitzicht hebt u hier!
Schepen in de verte, een trage glanzende draak.
In uw ooghoek een nippleslip, quasi-verschrikte
blik richting de dichtstbijzijnde amateurcamera.
Tijdperk van een seconde. Elders aan de eblijn:
aangevreten reddingsvesten, roestige jerrycans.
Hoort u dat ook? Iets in uw netten begint steeds
driftiger te tikken.

Niet verder vertellen.
Onder de gerstpens een wasbord. Slank, strak,
maar zonder liefdeshendels om aan te trekken.
Dat uw stoppelschedel een krullenbos verbergt
voor wie wacht op wind. (Zeewater drinkend?)
Zoveel lezen wij in uw ontspannen zijhouding.
Het afgewende steven maakt het getij begerig.
Tieners zitten op een immense opblaasbanaan,
gillen naar het speedbootje dat het water splijt.
Niemand wil weten van de torpedo, jaren terug
afgevuurd, nog steeds op zoek naar doelwitten.
De fatale inslag op volle zee.

Magnifiek gegeven.
Nergens is het licht jonger dan op dit strandje.
Een lach valt in het zand, de plotse schittering
van haar tongpiercing valt buiten alle getijen.
Groter dan de zomer? Wij horen het u zeggen.
Haar magneetje zet u in beweging. Langzaam
schuiven al uw antennes uit. (De censor blurt
onverbiddelijk.) Ja, misschien wil zij wel iets
drinken. Meeuwen vliegen laag, vuilbekkend.
In de verte rammelt een haaienkooi. Hoe nu?
Vraag haar naar ijzerwaardes. Vraag hoeveel
staalpillen u nog slikken moet.

Zand vertraagt het denken.
Dat zei u gister ook al. Of bent u dat vergeten?
Zoals wind buitengaats verdwaalt: geen strand
om zich in te graven. De zee pareert spanen en
roeit zich eigenhandig ons blikveld uit. Ernstig
als beton. Streng als prikkeldraad in de duinen.
Er was laatst een meisje loos. Gewoon iets wat
u nu te binnen schiet. U staart naar uw reflectie
in de spiegelzonnebril van een strandwacht: bol
en rond oogt u geloofwaardiger. Adem als alibi
voor uw longen? Er lopen koude rillingen over
de vissenrug van de zee.

Over de auteur:

Arnoud van Adrichem (1978) is dichter, redacteur van DW B en hoofdredacteur van De Reactor. Hij publiceerde de bundels Vis (2008), Een veelvoud ervan (2010) en Geld (2015).