thema:

Kurt, Schwitters, Lysaker, Fagerhøyveien, 22 mei ’38

Vertaling:

Zijn, gezicht, helixvorm, verdient de aandacht, oplevend bij af beginnen, als alleen de ingeslagen weg nog open ligt, krijg, vertrouwen – de weg van Helma – de duivelse spiraal weerstaan, de dodelijke kolk voor verweidende rendieren, als, het doel, duister is, is de weg helder, de laatste sneeuwrest die wegsmelt, val, afval, vijftig jaar, aanzet die afstoot, sneeuwklokjes daar en viooltjes, en de bittere geur van des dichters narcissen, mijn, Merzzuil, kathedraal, is een viooltje, dat het liefst in de schaduw bloeit, wat mij betreft ik blijf niet eeuwig in de schaduw, schroef, helix, halve schroef, poort naar het voorjaar, weer dat opkomt opdoemt optrekt, een plotse korte stortbui doet aan winter denken, angst, weer kou – het visum – in zekere zin, verwarmt de zon ons eindelijk, dat is geluk op het moment van een nieuw begin, daar, daarginds, dalend pad, verstopt atelier, onder fijnsparren en berken, de wereld verwoest maar Merz schept, vanaf de Drammenstraat door takken en trammelant, gonst, verkeer, wat een auto’s toch, torentje op grijsblauw cement, het atelier am Bakken onvoltooid verstopt, hout, bedekt, aarde en bladeren, fringjot gepleisterd, het schuine dak van het bouwsel, rechts opent de voordeur op het noorden zonder raam, met, spijkers, hoefijzer, op het deurkozijn, zo dat het geluk niet wegloopt, een planloos bouwsel omdat elk plan onlogisch is, dat moet, toegegeven, de wereld staat vol, met strepen net als een zebra, en mijn atelier is met latten gelinieerd, een, hele, wereld staat, daar neergeschreven, en als een blanco blad papier, dwaalt dan ook de zebra door de geschreven wereld, net, zoals, mijn Merzbau, grondstof der wereld, een binnenin leesbare prent, als die zebra’s langskomen trein scholierenfeest, stoer, gedoe, keet geschreeuw, de Russische tijd, Lehmanns examenklasvrienden, weldra gaan in een doorwaakte nacht hun hoorns eraf, hier, echter, achteraf, schutting gescheiden, ver van de warboel de wartaal, gebarricadeerd tegen het wereldse geraas, en, trouwens, ’t atelier, bij laarzengestamp, zal vervoerd worden over land, over zee met een kraan die het houten deel ophijst, er, was in, het begin, een kofferontwerp, uitvouwbaar reizend atelier, verbannen zwervend van museum naar museum, maar, merzen, op schaal 1, een plek beheersen, is als je er niet kunt wonen, van levensbelang het plan is nu om te bouwen, voor, tien jaar, een uniek, kunstwerk voor het land, een gift die de wereld afwees, als Merz van de Volkenbond was zou zijn doel zijn om, te, redden, wat er nog, gered kan worden, Nansen z’n UNHCR, redt miljoenen krijgsgevangenen vluchtelingen, het, voortouw, nemend voor, het Nansenpaspoort, naar de Volkenbond gaan en mijn paspoort verlengen, Odd, zijn zoon, raadplegen, wat me te doen staat, de Nansen-Hjelp voor staatlozen, zonder paspoort tempi passati ook geen reisrecht, twaalf, dagen, geleden, zijn mijn collages, wel hier bezorgd en weer geaard, gered van de vernietiging zonder egards voor, kunst, modern, gekkenwerk, entartete Kunst, wij kunstenaars uitgemaakt voor, stotteraars standwerkers oplichters gestoorde kliek, door, dat stel, vuilbekkers, wij wroeters in vuil, Merz groep ALGEMENE WAANZIN

ik moet terug naar mijn heim verbouwen herbouwen, kom, weer thuis, prelude, het hol mijn pantser, het is mijn kunstenaarspaleis, mijn eiland de schulp waar een schip wordt opgetrokken, een, vaartuig, kathedraal, tegenmuseum, van het schip van Nansen zijn Fram, op het eiland gezet in een kathedraal gehuld, een, prisma, ei en bruin, glas in dakgebint, de banneling wordt hier koning, ik durf me af te vragen wat identiteit is, ik, voor mijn, madonna, abstract en gotisch, door blauw van venster overstraald, in zacht wit schijnsel van het opengewerkte dak, wit, titaan, kleurneutraal, zwart is eng allicht, contrapunten in blauw geel rood, de ruimtelijke structuur door licht gemoduleerd, vorm, kleuren, tegenvorm, lijn tegen lijnen, meetkunstige tover van wit, geronde ruimte of schroef van doorbroken hoeken, hout, skelet, onder stuc, voorziene grotten, de foto van Helma nooit ver, verdomde lege cel erotische ellende, met, hier rechts, de trap nog, een halve helix, toestel met blik op golflengtes, muren zonder hoek en centraal mijn zuil in wording, op, schaal van, toestanden, vermoeienissen, beleefd door wie ziet en doorziet, elke trede is een sport van een lichttoonladder, in, aanbouw, allemaal, alleen het omheen, nog een schets van de binnenvorm, belang van de vorm van ruimte en intermassa, ik, spande, de touwtjes, tussen de dingen, en ik verbind energieën, tracht de onzichtbare krachten aan te spannen, ik, zoek groei, simultaan, van hart en geknotte vleugels, haal de stroom aan die zich om armen en benen windt, kunst, en, het leven, groeien als een plant, of een kristal of een ster of, de bouw van een machine die je geluksuur slaat, kijk, Stumpen, en Stroppen, de kleine muisjes, huidige vormen van dasein, de getuigen die mijn doen en laten bespieden, de, wandlijst, mijn mooie, Kandinsky hangt daar, de Feininger en binnenkort, een Arp en een Taeuber die ik per post gestuurd krijg, en, verder, grotten met, gemerzte foto’s, plus de halve draai van de trap, het raam aan de zuidkant met zicht op het moeras en, de heuvel, Polhøgda, het huis van Nansen, en het berkenbosje voorbij, in gedachten zicht op Helma Hannover Merzbau, Han, Leine, mogelijk, fouten in Revon, weer opnieuw, een ruimte scheppen, vol herinneringen aan de achterlaten plek, weg, met die, verdomde, erotische Elend, de grot van moord met verkrachting, die van liefde met de blik van een syphiliskind, kwijt, ben ik, mijn woning, door mij zelf gebouwd, maar nu begrijp ik het waarom, want een teveel aan comfort maakt je minder mobiel, daar, daarginds, laatste keer, dat ik er werkte, aan wat er het herderspad heet, zag ik de hoefijzervorm op het noorden gericht, zo, voor me, ongeveer, hier waar ik nu ben, met de gelukskant naar boven, maar die kinderen op straat zagen ontdekten net, dit, geheim, atelier, half door gebladerte verstopt, wat een ramp als kinderen het in gevaar brachten, al, pratend, daar is Kurt, zijn z’n gebaren, ineens stilgevallen versteend, zijn gedachten en handelingen plots als verlamd, hij, moest maar, voor tien jaar, met Tante Bertha, een echt huurcontract afsluiten, vlucht, deur uit, naar boven, klimt Helma’s pad op, gaat aan de piano zitten, moeder schenkt koffie hij speelt de Mondscheinsonate, Kurt, opeens, ziet zichzelf, de handen geboeid, gevangene in strepenpak, aan de piano onder dwang de toetsen aanslaand, zwart, en wit, zijn kledij, en de toetsen ook, een slecht gestemde piano, waarop hij een haast brutaal bedacht wijsje hamert, een, agent, stilzwijgend, de armen gekruist, staat onverstoorbaar achter hem, gedroomde vlucht gedwarsboomd door de staatsburelen, jij, Helma, Mijnhelma, het gaat al beter, legt zijn Beethoven terzijde, pakt de partituur van de Ursonate erbij, zijn muziek, papier van, [Oldemeyer te Hannover], bedenkt de wijs voor FÜMMS BÖ WÖ TÄÄ ZÄÄ UU PÖGIFF, Merz, lijden, vogelzang, daar is de lente, primitieve klanksonate, die zich nestelt in uw hart in volle opbloeiing, la, mineur, vier maten, onvast andante, het Fümms eerst voor een zwarte mi, anders een do-akkoord met fa, hop, een si, orgelpunt, Kurt ontevreden, een dominant none-akkoord, plus nog een akkoord in fa mineur dat is beter, toon, ladder, thema 1, losgeslagen stemklanken, aria van lettergreepkleur, kunst, noch woorden, doen iets aan, de wereld op drift, en hij overweegt hoe oud ook, harmonieles bij wijze van herhalingsmaatstreep, aan, Lehmann, te vragen, om schilderijen, geredde foto’s van Revon, maar niet één beeld als het niet voltooide atelier, rad.

Uit : Patrick Beurard-Valdoye, Le narré des îles Schwitters, Éditions Al Dante 2007

Over de auteur:

Patrick Beurard-Valdoye werd geboren in het Territorium Belfort, maar ziet zelf het moment waarop hij in Cork (Ierland) besloot om dichter te worden als het begin van zijn leven. Hij doceert aan de Kunstacademie in Lyon en publiceerde een twintigtal boeken en bundels. Na een verblijf in Berlijn in 1982 begon hij aan zijn ‘Cycle des exils’ die tot nu toe bestaat uit Allemandes (1985) ; Diaire (2000), Mossa (2002), La Fugue inachevée (2004), Le Narré des îles Schwitters (2007) en Gadjo-Migrandt (2014).

Over de vertaler:

Kim Andringa (1977) studeerde Frans en vergelijkende literatuurwetenschap. Ze is literair vertaler uit en naar het Frans, redactielid van Terras en universitair docent vertalen aan de universiteit van Luik.