thema:

Lichamelijk meedenken

Ding_Onding_B_LOW RES

Het voorbeeldlichaam

De lichamen verzamelen zich op de zolder van het voorbeeldlichaam. Het voorbeeldlichaam is in de zestig, maar beweegt licht en vlug als een kind. Het is gespierd, gebruind en glad. Het draagt zachte losse broeken en vesten in lichte kleuren. Als het een oefening voordoet en een arm of been de lucht in steekt, zakken de wijde mouwen en broekspijpen af. Dan wordt zichtbaar hoe compact en soepel het in elkaar zit. Het verraadt niets van de pijn die het heeft geleden.

Vroeger heeft het voorbeeldlichaam zich te veel ingespannen, in de hoop te leren bewegen alsof het vanzelf gaat. Na jaren intensief oefenen was het geblesseerd geraakt, en had het tenslotte besloten zichzelf met rust te laten. Nu laat het andere lichamen tegen betaling zien hoe dat moet. En hoe het sierlijk kan worden gedaan, dat met rust laten. Want elk lichaam wil genieten, en andere lichamen doen genieten.

Vooral de woorden van het voorbeeldlichaam maken de bedoeling duidelijk; het doet nog steeds teveel zijn best. Dat zie je doordat het uitspreekt wat het wil bereiken terwijl het iets voordoet. Het zegt bijvoorbeeld: ‘Je laat je knie omhoog komen, zonder enige moeite. Hij wordt omhoog getrokken vanuit het plafond. Hij gaat vanzelf omhoog.’ De knie komt omhoog, en je ziet de inspanning van het tillen, de moeite die het kost om moeiteloos te bewegen.

Het voorbeeldlichaam houdt de lichamen voor dat ze zich moeten opstellen als volumes zonder verwachtingen, die zich van alle kanten gesteund weten door de ruimte die hen omringt. Hiertoe dienen de lichamen zich in gedachten uit te breiden. Ze moeten zich de ruimte voor, naast, onder en achter hen voorstellen.

Als een lichaam leert zich op zijn omgeving te verlaten, kan het zich als een marionet door de trekkracht van de ruimte laten bewegen. Het kan zijn ledematen in gedachten door de grond, het plafond en de muren laten besturen.

Het voorbeeldlichaam leert de lichamen een mantra om dagelijks meermaals in gedachten te herhalen: ‘Ik laat mijn nek en mijn hals vrij. Ik laat mijn rug lang en breed worden. Ik denk mijn knieën naar voren. Ik denk mijn schouders en ellebogen uit elkaar.’

De lichamen hoeven dit alleen maar te denken. Het is beter een beweging te denken dan een beweging uit te voeren. Een lichaam doet altijd teveel. Het gedraagt zich als een hondje dat zich slaafs op elke mogelijkheid stort om te presteren. Het anticipeert voortdurend op actie om zich te bewijzen. Gevaarlijk bereidwillig.

De lichamen volgen de instructies. Gaandeweg beginnen hun spieren op de beelden van taal te reageren. Uiteindelijk trekt het woord plafond net zo hard aan hun knieën als de zwaartekracht.


Dit is de vierde bijdrage van Richtje Reinsma in de reeks Lichamelijk meedenken. Zie ook ‘Weg’‘Stuk’‘Naaldjes’‘Het lichaam tussen de dingen’ en ‘Lek’.

Over de auteur:

Richtje Reinsma (1979) is kunstenaar en woont en werkt in Amsterdam. Ze studeerde aan de Rietveld Academie (BA) en het Sandberg Instituut (MA). Haar artikelen verschenen onder meer in Skrien, Mister Motley en Kunstbeeld. Haar beeldend werk was te zien in o.a. Mediamatic, Amsterdam; Onomatopee, Eindhoven en Museum Jan Cunen, Oss. Richtje is medeoprichter van en deelnemer aan de kunstenaarscollectieven Het Harde Potlood en De Parasiet. www.richtjereinsma.nl