thema:

Lijst met wegnemingen

Ik eet niet langer van de suikerkorrel,
laat mij in met kinderen,
bejaarden en met doden.

Tot het donker is
ontneem ik mij het zicht.
Dan leg ik mijn ogen af
tot het weer licht is.
Vergaderingen waar ik ontbreek
zijn prachtige vergaderingen
en liggen koest in de zon
die ik ontloop.

Niet mamma die met pappa
aan komt lopen.
Niet mamma die met pappa
dichterbij komt.

De leerzame passages sla ik over.
De ontstopper blijft
onaangeraakt.
Rechtvaardigheid en tedere gebaren
horen bij anderen, niet bij mij.

Omringd door naburige huizen,
die onze schepping van intimiteit voorzien,
stuur ik de ene zachtmoedige na de andere
de laan uit
(de ene zachtmoedige heeft nog niet,
hoofdschuddend,
mijn voordeur de rug toegekeerd,
of daar staat de volgende al,
week en begripvol, op het grindpad).

Niet ademhalen.
Niet autonoom.
Ik leg weg en lees niets.
Een huis vol muziek.
Mijn vrijheid leg ik weg
en de foto’s
die ik van mijn vrijheid nam.

Niet een goede dag
op een gebruikelijke plaats
of een gebruikelijke dag
op goede plaatsen.
Niet de huisgemaakte dood,
geen personages
in een kosmische roman
die wat ons wordt aangedaan
begrijpen.

Mijn geloof in Jezus is weggenomen
door Jezus, met zijn droevige koppetje.
Zijn wegneming en weigering
zitten’s nachts met bebloede snuit
op mijn bed.

Niet Friedrich Schiller
die overdag op mijn bedrand neerzakt
en voorleest uit zijn brieven over de
esthetische opvoeding van de mens.

’s Nachts ontneem ik mij het zicht.
Bij daglicht leg ik mijn ogen af.
Iedere voorstelbare suikerkorrel
is uit mijn kast verdwenen.

Over de auteur:

Maarten van der Graaff (1987) is dichter. Onlangs werd Vluchtautogedichten, zijn debuutbundel, genomineerd voor de C. Buddingh' -prijs 2014.