thema:

Lutz Bassmann alias Antoine Volodine

Antoine Volodine is het pseudoniem van een Franse schrijver die geboren
is in 1949 of 1950 (over zijn privéleven is hij zwijgzaam) en
aanvankelijk Russisch onderwees en vertaalde. Sinds een dertigtal
jaar werkt hij gedreven aan een eigenzinnig en intrigerend literair
project, dat in zijn bizarre verscheidenheid een sterke samenhang
vertoont en inmiddels vele boeken telt. Die boeken verschenen onder
meer bij Minuit, Gallimard, Seuil, Éditions de l’Olivier, Verdier en
L’École des Loisirs. Antoine Volodine en de fictieve schrijvers van wie
hij zich de spreekbuis noemt en die elk hun eigenheid hebben – Lutz
Bassmann, Manuela Draeger, Elli Kronauer – roepen in hun werk een
hallucinant, postapocalyptisch universum op. Marginale, haveloze
eenlingen, die vaak taai maar uitzichtloos verzet bieden tegen vage
totalitaire heersers, overleven in kampen, gevangenissen, verwoeste
getto’s of andere unheimliche plekken. Droom, werkelijkheid, herinnering
en parallelle werelden lopen in elkaar over. De dood is sterk
aanwezig. Het individuele bewustzijn wordt op de proef gesteld of
bevindt zich aan gene zijde van de dood. In die lugubere, onirische
wereld maken de ten tonele gevoerde personages ervaringen mee die
zintuiglijk-concreet worden beschreven in indringende, filmisch aandoende
beelden. Ze zoeken een toevlucht in de herinnering aan verloren
geliefden, in dromen, verhalen, Oost-Aziatische sjamaanse rituelen,
zwarte humor (‘l’humour du désastre’ zoals Volodine het noemt,
of nog ‘l’humour des camps’). Volodine en zijn spitsbroeders schrijven
bevreemdend mooi. Ze roepen sec en onverbloemd een desolate ontwrichting
op terwijl ze tegelijk een subtiel spel spelen met eufemismen
en litotes. Ver van mooischrijverij bezit de verwoording een bijzondere
suggestieve kracht. De verpersoonlijking van materie en processen
gaat verder dan in het Frans gebruikelijk is. De woordvolgorde is
soms licht ongewoon en toch klinken de zinnen ritmisch, fijn en soepel,
mede dankzij de gevoeligheid voor registers, voor idiomatische combinaties
en zinsaccenten. Al die inhoudelijke en vormelijke kenmerken
hebben een vervreemdend effect. Volodines zonderlinge werelden
stemmen tot nadenken over de wereld waarin we leven.
Dit ensemble in wording noemt Antoine Volodine zijn postexotische
bouwwerk – hij kent de laatste zin al: ‘Ik zweeg’. De grondslagen
ervan heeft hij toegelicht in Le post-exotisme en dix leçons, leçon onze
(1998, Gallimard). Hij noemt het postexotisme onder meer een literatuur
van een elders, over een elders, met een elders voor ogen; een literatuur
waarvan het geheugen wortelt in de wrede tragedies en fiasco’s
van de twintigste eeuw. Antoine Volodine en zijn heteroniemen kunnen
op waardering rekenen bij een vaste kern van lezers, schrijvers, literaire
critici en universitaire onderzoekers. In 1997 werd een nummer
van Le Matricule des Anges aan Volodine gewijd (nr. 57), in 2010
een symposium in het Centre Culturel International de Cerisy-la-Salle.
Werk van het postexotische schrijverscollectief is onder meer vertaald
in het Duits, het Engels, het Russisch, het Solwaaks, het Italiaans en het
Japans. In het Nederlands is nog geen volledig boek van Volodine of
zijn verwante schrijversstemmen verschenen. Van het prachtige Des
anges mineurs (1999), dat werd bekroond met de Prix du Livre Inter,
heeft Deus ex Machina in 2007 vertaalde fragmenten gepubliceerd in
een themanummer over dystopische literatuur (nr. 123).

Les aigles puent verscheen in 2010 onder de auteursnaam Lutz
Bassmann in de Chaoïd-reeks van Verdier. De centrale figuur van dit
verhaal keert terug naar zijn verwoeste stad. Zijn geliefde vrouw en
kinderen hebben de dood gevonden en de protagonist ervaart aan
den lijve de funeste nawerking van de bommen die door de niet nader
omschreven vijand zijn uitgegooid. Ter nagedachtenis van de
zwervers en dierbaren die onder het puin bedolven liggen vertelt de
hoofdfiguur eigenaardige, crue, tedere verhalen, als een hommage
aan de kostbare flarden menselijkheid in deze zwarte nachtmerrie.
De stijl is pakkend, trefzeker, compact zonder zwaarte. Het boek
haalde in 2010 de eerste selectie voor de Prix du Style. De titel verwijst
naar de vertelling ‘Ter nagedachtenis van Leonal Baltimore’, over een
Untermensch die in opdracht van de heersers torens moet beklimmen
om arenden te beletten daar te nestelen en tijdens zijn werk door mitrailleurvuur
wordt getroffen. Hij wil dat de arenden aan zijn doodsbed
komen, wil ze instructies geven voor zijn begrafenis, maar de
arenden trekken zich daar niets van aan en doen zich gulzig tegoed
aan zijn ingewanden.

In 2012 verscheen onder dezelfde auteursnaam en in dezelfde collectie
Danse avec Nathan Golshem, en bij Éditions de l’Olivier Herbes
et golems
van de hand van Manuela Draeger.

Over de auteur:

Katrien Vandenberghe is van opleiding classica. Ze vertaalde onder meer Paris-Brest van Tanguy Viel, fragmenten van Antoine Volodine en drie romans van Mathias Enard (recentelijk Kompas, een wervelend verhaal over de kruisbestuiving tussen Oost en West).