Blog | , mei 31, 2016

Ode aan de vertaler (Nawoord)

Gerrit Krol schreef dat de dichter aan de frontlinie in het struikgewas zou zitten en daar terwijl de kogels om zijn oren fluiten gecodeerde berichten naar het thuisfront doorseint. Het beeld heeft me altijd bijzonder aangesproken. Terwijl je zo secuur mogelijk noteert, speelt zich vlak voor je op het slagveld de voorstelling af die je nauwlettend in de gaten houdt. Toch beging Krol een grote vergissing. Hij had het over de dichter, maar hij bedoelde de vertaler.

De vertaler is in eerste instantie lezer. Mogelijk is de vertaler een van de weinige echte lezers die een tekst tot in de details wil doorgronden. De vertaler werkt minstens even lang aan de vertaling als wij aan onze teksten en gedichten, alleen zeggen wij op een gegeven moment basta, het ding is af. Een wreed genoegen dat de vertaler zelden mag smaken, die ziet altijd meer oplossingen, verbeteringen, verfijningen. Een vertaler is nooit klaar met vertalen.

Ik heb met vertalers treinreizen gemaakt, wandelingen, aan de zijkant van de dansvloer bij recepties gestaan zo’n beetje half onder een plant tussen buffet en ingang. Ik heb met vertalers gediscussieerd, ruzie gemaakt, gelachen, een nacht lang op een bank bij een oude dichter gezeten die achter zijn schitterende snor zachtjes de wonderlijkste anekdotes vertelde. Ik heb een vertaler die koffie maakte van zakjes oploskoffie een Turkse percolator cadeau gedaan en een week later een Italiaanse percolator en me zorgen gemaakt of ze die wel strak genoeg aandraaide en die percolator niet sissend op het vuur bleef staan. Ik heb een vertaler als getuige gevraagd bij een huwelijk dat kort duurde wat betekent dat ik mijn leven lang zijn echte naam achter zijn nom de plume geheim moet houden. Ik heb een vertaler zoveel over achtergrond en ontstaanswijze van een gedicht verteld, dat ze toen ik weg was met stille handen op het toetsenbord achterbleef en niets meer van de woorden begreep.

Zonder vertalers komen wij nergens aan. Zonder vertalers zijn wij sans-papiers, voortvluchtig. Zonder vertalers worden we niet herkend en gelezen. Ze zijn de pioniers, de ontdekkers, verkenners en niet zelden de verbeteraars van ons werk. Zonder vertalers hebben wij geen stem.

In dit boekje staan tien fragmenten van beginnende vertalers, door henzelf gekozen en in het Nederlands vertaald. Je zou de fragmenten verhalen in pilvorm kunnen noemen, een soort mini Terras. Tien verhalen die tien levens laten zien, en met levens wordt altijd gezegd: mensen, in totaal verschillende werelden, omstandigheden, tijden en klimaten. Samen vormen ze een kleine explosie van literatuur, hedendaags, traditioneel, schrijnend als de luchten boven Luanda, hartstochtelijk als Napolitaanse adoptiemoeders, precies als het tableau in de ruiten van een school in een Amerikaanse voorstad. Deze uitgave zou er niet gekomen zijn zonder de tomeloze inzet van Anniek Kool en Anne Lopes Michielsen. We voorspellen hen en de andere vertalers een veelbelovende toekomst en verheugen ons als lezers.

Over de auteur:

Erik Lindner (1968), dichter en criticus. Recente publicatie: Terrein (poëzie, 2010), Naar Whitebridge (roman, 2013) en Acedia (poëzie, 2014). In het Duits verscheen Nach Akedia (poëzie, 2013) en in het Italiaans Fermata Provvisoria (poëzie, 2013) en Acedia (poëzie, 2016). www.eriklindner.nl In januari 2018 verschijnt bij Van Oorschot Zog, zijn zesde dichtbundel.