thema:

para-vel ´beziet deze huid´

Vertaling:

(1)

resp. beziet ’ns deze tekst! hoe die eenmaal aangestoten groeit. en

groeit. biedt onmiddellijk ’t volgende aan: ten geleide. alles begint

met trimmen. gebrubbel uit de looibrij. ingelast proza

de leerlooiers. dan: eigenlijke controle. littekenbarsten.

soort schadeverslag. die is flink afgewalst. subgenre lyrisch

spinsel. ten langen leste: lading dragende aminogroepen zoals

daar zijn: virulente schuurbox-softy. van het liedachtige approxi zoete

zemen man werd om redenen van fatsoen afstand genomen.

 

 

(2)

ten geleide: toen ik ongeveer twintig jaar geleden in ’t instituut

de analyse overnam stond men semantisch tegen de muur. dit beslist

ook als bedoeld in: niets betekende meer iets. grotendeels

lusteloos villen. dat dachten we althans. de laatste

oorlog deed de rest. volledig in ’t lab doorgebracht. afgeslapt.

aan dit gevoel van principieel onbehagen dankt het poëem

zijn ontstaan / de tekst op zijn recht nu voortaan! berlijnschöneberg

in de hete zomer der fenomenen. schrijver dezes.

 

 

(3)

alles begint met trimmen. dan pas volgt het datamatige

grijpen der opperhuid. prima opbrengst levert stier per dag. verse

huid wil zeggen: slachtnat zonder uier. getrokken van ’t hoogteras

/ de allgaüer. nadat de meeneemketting passende

delen omvatte hoor je ’t gonzen van pneumatische messen.

klingen die op rails lopen. men ondersteunt met de hand de

plaatsen waar het vel bijzonder vast met het beest vergroeid is.

klinkt heus niet zo erg. op de grond trilt zuivere winst.

 

 

(4)

gebrubbel uit de looibrij. gezwollen kale plekken verlaten

het vat – als duffel of in pluchekwaliteit. bepaald

ideaal voor het milieu. station offenbach. kleine hazensnijderij

met bierflesjesoptie. daar besterven looifanatici ’t vlees. die

hadden ook wel schaap in de ontvlezer. nu gereduceerd

fokkersbestaan met geheel en al brommertje ´kreidler´. ocelot

lijkt meer dan een woord. daar roept een aanhaker je ´vloerslijm´

toe. ´boekharisch lam´ geef je hem over je schouder terug.

 

 

(5)

ingelast proza de leerlooiers. wat weten we van ze? dat hun

aantal afnam in tijden waarover men onder looiers niet spreekt.

vaal is voor de looier beroepshalve de wereld. hij praat er alleen

node over. flauw nadert de looier. flauw is het vermoeden van

wit van deze klasse die zichzelf als looiers aanduidt.

de taal van de looier is arm en arm is zijn handwerk dat

voedt. toekomstig leder betrekt zijn gezicht – zoals men onder looiers

nu eenmaal praat. gulden en gilde zij alles in de naam des looiers.

 

(6)
eigenlijke controle. fabricage van bedrukkende toestanden.

een vloeiend klimaat. bepaling van de dikte. verbeiden van

de strekking. verder uiteenrijten der schenkels. dan analyse van de teilspanning

in de gewelfde man. ofschoon slechts een kan heb

ik dat eigenlijk altijd graag gedaan. op het scheurpunt

gebracht. het scheurpunt verschoven. tot in een bepaald

geval de wijzers bogen. hoog sloegen de golven in het team. We

hadden toen naamtassen. die hingen aan spijkers boven de deur.

 

 

(7)

littekenbarsten. littekenbarsten zijn breuken in ’t lederoppervlak

ontstaan door extreme overbelasting der huid.

kan gebeuren. uitslag in ’t bijzonder ontwaardt de huid. ook vorksteken.

hegscheuren. ingegroeide kalverkettingen.

heftiger nog werkt mestbehang. dit gebeurt allemaal is resp.

al gebeurd. soms hangen flinterfijne restjes aan het dier. waarde

verminderende slierten belanden via ’n valmechaniek in handen

van de huidenverkoper. die bestaat. en iedereen in ’t dorp mag hem.

 

 

(8)

die is behoorlijk afgewalst. een ander stroopt. druppelt af.

woont achter bij de ontvetkuipen. waar ’s nachts de leestspanner

uitbijt. die daar voor bij het vat is een zij. kijk ’r

’ns spreiden. schijnt prachtig bespierd te zijn. hem hadden

we hier nog niet. die zeurt ontzettend. hij rondt z’n hielen

bij ’t lopen. betekent vast dat de tekst hier bepaalde lengtes

vertoont. dat nemen we op de koop toe. normverloop: hij wacht.

begint. zij staart. het duurt. het is nog lang niet voorbij.

 

(9)

lading dragende aminogroepen zoals daar zijn: virulente schuurboxsofty

zijn voor collega´s geconcipieerd. bij de huidige neiging tot

bufferende tekst zijn sterke semantische maskers nodig (gifsumak-

of ijzerspaat sublimaat) om bij de vleespotten te komen.

inhoud wordt vaak verward met velourskalf. resultaat daardoor

pannenontwrichtend. de nerf werkt licht overladen. het adergehalte

is dan minder egaal. doodgeboorten worden noodgevet en

dan als gebruikelijk opgebrocheerd. arbitraire bouillon resulteert.

 

____________________________________

Ulf Stolterfoht (1963) is dichter en vertaler en woont in Berlijn. Recente publicaties: holzrauch über heslach (2007), fachsprachen XXVIII-XXXVI (2009),  handapparat heslach: Quellen, Dokumente und Materialien (2011).

Ton Naaijkens (1953), vertaler en essayist. Hoogleraar Universiteit Utrecht Duitse literatuur en vertalen. Redacteur Armada en Filter. Binnenkort verschijnt Ernst Meister, Alle schepen kenteren.

Over de auteur:

Ulf Stolterfoht (1963), dichter en vertaler. Recente publikaties: holzrauch ueber heslach (2007), fachsprachen XXVIII-XXXVI (2009), handapparat heslach: Quellen, Dokumente und Materialen (2011)

Over de vertaler:

Ton Naaijkens (1953) is vertaler, essayist, redacteur van de tijdschriften Filter en Terras en hoogleraar Duitse literatuur en vertalen aan de Universiteit Utrecht. Hij vertaalde werk van Robert Musil, Paul Celan en Ernst Meister. In 2016 verscheen zijn vertaling van de bundel Chicxulub Paem van Daniel Falb.