thema:

,

PROUD TO PRESENT… Woord vooraf

Noemt u eens een levende Franse dichter? Tot voor kort viel Yves Bonnefoy daar nog onder te rekenen, maar deze negentiger behoorde toch eerder tot de vorige eeuw, en haast even veel jaren scheiden ons nu van zijn debuut als hij in die tijd van Rimbaud verwijderd was. Kortom: voor velen beperkt de kennis van de Franse poëzie van de eenentwintigste eeuw zich tot nu en dan een Franse dichter op Poetry International, die wat geïsoleerd kan overkomen in zo’n internationale programmering, hoe vruchtbaar en verrijkend die ongewone context ook is. Eppur… En toch. Wie het domein van de hedendaagse Franse poëzie betreedt, treft een landschap aan in volle bloei, een woud met verschillende bomen, de vertakkingen verstrengeld, bomen waardoor je het bos niet meer ziet, waartussen je kunt verdwalen.
Er bordjes ophangen als in een arboretum, wegwijzers plaatsen? Dat is eigenlijk niet te doen. Zelfs in Frankrijk slaagt men er nauwelijks in deze diversiteit te theoriseren, te historiciseren. Misschien dat de algemene pers er daarom vaak wijselijk het zwijgen toe doet, waardoor het grote publiek, vooral ook in het buitenland, veel ontgaat van wat er bij de kleine poëzie-uitgeverijen borrelt onder het gemediatiseerde oppervlak.

Dit wilden wij verkennen, doorgronden, en vervolgens ook met het Nederlandse publiek delen, want je bent vertaler of je bent het niet. Dankzij een Wanderlustbeurs konden we een parcours uitzetten dat begon met een ware immersiestage bij het Centre international de poésie Marseille, waar Éric Giraud ons bij de hand nam en ons over slingerpaadjes door het struikgewas leidde, ons vertelde waar ze vandaan kwamen, waar ze elkaar kruisten, kortom, ons inzicht probeerde te geven in de verborgen samenhangen. Dat dat ook voor hem allesbehalve vanzelfsprekend was, vertelt hij in het slotwoord van dit elfde nummer van Terras.
Vervolgens begon het grote lezen. We kochten en leenden bundels en tijdschriften, zaten in bibliotheken en liepen over de Marché de la Poésie, maakten een longlist en vervolgens een shortlist, want langzaam kregen we een eerste concreet doel in zicht: als ambassadrices van de Franse poëzie in Terras een eerste selectie laten zien van hedendaagse dichters die sinds 2000 hun belangrijkste werk publiceerden en nooit eerder in het Nederlands vertaald werden.

Voor Terras #11 hebben we dus als een echt bondscoach-duo een elftal dichters geselecteerd – niet om hier een wedstrijd te komen spelen tegen de Nederlandse poëzie, het is geen competitie, het gaat ons zelfs niet om de vergelijking, maar om een pleidooi voor grenzeloze en grensoverschrijdende nieuwsgierigheid. Om ons leesgedrag niet te beperken tot wat we als ‘het onze’ zouden kunnen beschouwen. De titel van Terras #11 Onze moet u dan ook, u had het al geraden, op z’n Frans uitspreken.
We presenteren hier Nadine Agostini, Ivar Ch’Vavar, Antoine Dufeu, Jérôme Game, Jean-Marie Gleize, Anne Kawala, Sandra Moussempès, Anne Parian, Marie de Quatrebarbes, Lucien Suel en Laura Vazquez. Een elftal bestaande uit mannen en vrouwen, afkomstig uit Marseille tot Picardië, met levenservaring van net iets meer dan een kwart eeuw of toch al zo’n bijna 70 jaar. De bundels waaruit we gedichten hebben gekozen verschenen allemaal na 2000 – het merendeel ervan stamt zelfs uit de afgelopen vijf jaar – of zullen in een enkel geval nog moeten verschijnen: zoals het geval is voor Anne Kawala. Een representatief overzicht van de Franse poëzie van vandaag vormen ze niet, daarvoor hebben we ons te veel laten leiden door onze persoonlijke affiniteiten. Bovendien hebben we er voor gekozen alleen auteurs op te nemen van wie niet eerder poëzie in Nederlandse vertaling verschenen was. U vindt in ons dossier geen Philippe Beck, geen Nathalie Quintane, en andere namen die u misschien verwachtte. Toch stelt deze selectie een enorme verscheidenheid aan vorm tentoon. Waar er in de gedichten van de een sprake is van constrained writing (Ivar Ch’vavar: versregels van 11 woorden), wordt er door de ander flink de vrijheid genomen. De vrijheid om te experimenteren met de taal zelf, met de vormgeving en bladspiegel of met de klassieke genreaanduidingen van proza en poëzie. Er zijn verschillen, er zijn overeenkomsten. Er wordt gepraat, gedacht, gedurfd, gewaagd, met genres gespeeld en grenzen worden overschreden.

Ook Terras #11 Onze zelf overschrijdt in zijn samenstelling de nodige grenzen. Die van de Franse poëzie met proza en essays van en over Olivia Rosenthal, Arnaud Dudek, Francis Ponge, Paul Valéry en Henri Michaux. Fabienne Rachmadiev liet zich door Nadja van André Breton inspireren tot een literaire omzwerving door Parijs. De grenzen van Frankrijk met een verhaal van de Zwitser C.F. Ramuz (en op tijdschriftterras.nl vindt u bovendien een essay van onze oud-stagiaire Vadim Dijkshoorn over de Guyanese Léon-Gontran Damas). De grenzen van de Franstaligheid met de Amerikaanse Lorrie Moore, en de Noorse Eline Lund Fjæren. We hebben zelfs de vrijheid genomen u nog een twaalfde Franse dichter voor te schotelen die buiten de boot van het poëziedossier viel omdat Terras al eerder poëzie van hem publiceerde: Jean-Michel Espitallier. (Lucien Suel hebt u overigens eveneens al eerder bij ons kunnen lezen, maar dat betrof toen prozafragmenten, zijn gedichten zijn nog niet eerder in het Nederlands verschenen.)

Voor deze aflevering werkte Terras weer veel samen met veelbelovend nieuw talent: behalve de jonge vertalers die de strijd aangingen met soms weerbarstige Franse teksten, Ilse Barendregt, Karin Benner, Sanne van der Meij, Elies Smeyers en Eva Wissenburg, vertaalde Lukas Skowroneck voor ons het verhaal van Lorrie Moore en Mieke Blotenburg het proza van Eline Lund Fjæren.

Zo is Terras #11 Onze in zijn diversiteit een nummer geworden waar wij trots op zijn en met plezier aan hebben gewerkt. Het is niet meer dan het topje van de ijsberg, we hadden u nog veel meer kunnen tonen, en hopelijk zullen we die gelegenheid in de toekomst nog krijgen. We willen het Nederlands Letterenfonds graag nog eens bedanken voor de middelen die ons Wanderlustproject rondom de hedendaagse Franse poëzie mogelijk maakten en hopen dat de lezer van deze eerste concrete neerslag zal genieten als van een verfrissende voorjaarsbui… in november. Bonne lecture!

 


Terras #11 Onze wordt komende vrijdag 4 november onthaald op een feestelijke presentatie in Perdu. Ook dichters Antoine Dufeu en Laura Vazquez dragen voor en geven een interview. Daarnaast vindt op dinsdagavond 8 november een bijzonder avondvullend programma plaats in de OBA, waarop o.a. Anne Kawala, Nadine Agostini, Jérôme Game en Rokus Hofstede te gast zullen zijn.

Over de auteurs:

Kim Andringa (1977) studeerde Frans en vergelijkende literatuurwetenschap. Ze is literair vertaler uit en naar het Frans, redactielid van Terras en universitair docent vertalen aan de universiteit van Luik.

Vicky Francken (1989) is dichter en vertaler. Ze publiceerde gedichten in o.a. Hollands Maandblad en het Liegend Konijn, kreeg een Talentbeurs Literair Vertalen toegekend door het Nederlands Letterenfonds en haar afstudeerscriptie werd genomineerd voor de facultaire scriptieprijzen van de Universiteit Utrecht. Poëzie- en prozavertalingen van haar hand verschenen in tijdschriften als Op Ruwe Planken, Terras en op de website van De Gids. In 2017 is bij de Bezige Bij haar eigen poëziedebuut met de titel Röntgenfotomodel verschenen.