Blog | Laurens Ham, november 30, 2012

Raster ontmaskerd (1)

Rond de officiële lancering van het project ‘Masker, ontmasker’, op 7 december 2012 in Perdu (Amsterdam), presenteert de redactie enkele gemaskerde teksten uit het archief van tijdschrift Raster.

In 2007 verscheen het prachtige Raster-nummer ‘Fictieve biografieën’ (#118). Daarin zijn de complete Vie imaginaires van de Franse schrijver Marcel Schwob vertaald. De titel van dat werk, of de Nederlandse vertaling ‘Fictieve biografieën’ die Rokus Hofstede eraan gaf, kan verwarrend werken. Gaat het hier om biografieën van fictieve personages? Dat niet: de figuren die Schwob beschreef (onder wie Empedokles, Lucretius en Pocahontas) hebben allemaal echt bestaan. Wel nam Schwob veel vrijheid in het beschrijven van hun levensverhaal. In het voorwoord schreef hij dan ook dat historici ons niets te vertellen hebben over individuen; ze vertellen alleen over de plek van mensen in de geschiedenis. Taak van de biograaf is juist om het individu wél te laten schitteren: de biograaf ‘moet zich niet afvragen of het waar is wat hij schrijft; hij moet orde scheppen in een wirwar van menselijke eigenschapppen.’

Met een van de verhalen uit zijn collectie, ‘De heren Burke en Hare, moordenaars’, slaagde Schwob daar glansrijk in. Hij beschrijft daarin heel beknopt de werkwijze van William Burke en William Hare, twee mannen in de vroege negentiende eeuw die mensen vermoordden om de lijken vervolgens aan de anatoom Knox te kunnen verkopen. Het verhaal eindigt met hun ontmaskering, maar daar wordt bijzonder weinig aandacht aan geschonken: ‘In onderscheid tot de meeste biografen wil ik de heren Burke en Hare achterlaten op het hoogtepunt van hun roem. Waarom zulke artistieke effecten teniet doen door de heren op hun steeds langdradiger weg te volgen tot aan het eind van hun carrière en hun teloorgang en teleurstellingen aan het licht te brengen? […] Want het einde van hun leven was banaal en leek op zoveel andere. Het schijnt dat een van beiden werd opgehangen en dat dokter Knox de medische faculteit van Edinburgh moest verlaten.’

Interessanter vindt Schwob de werkwijze van de twee moordenaars. Hij beschrijft ze als kunstenaars, als regisseurs in een geheim-openbaar toneelstuk. Volgens Schwob vermoordden de twee heren hun slachtoffers eerst door ze gewoonweg te verstikken, maar niet nadat ze een aangrijpend levensverhaal aan hun slachtoffers hadden weten te ontlokken. Het gaat ze in de versie van Schwob dus niet om het geld of om de kick, maar om de kunst. Duidelijker nog is dat het geval in de tweede moordwijze die Schwob ze laat uitvoeren: ‘Het enige hulpmiddel in het theater van meneer Burke was een linnen masker gevuld met pek. Met dit masker gewapend ging meneer Burke in mistige nachten de straat op. Hij werd vergezeld door meneer Hare. Meneer Burke wachtte op de eerste de beste voorbijganger, liep snel voor hem uit, draaide zich dan om en zette hem het pekmasker op het gezicht, onverwacht en stevig. Onmiddellijk grepen de heren Burke en Hare, de een links de ander rechts, de armen van de acteur vast.’

Door de slachtoffers met een ‘tragisch masker’ te verstikken, maken Burke en Hare hen tot acteurs in een toneelstuk. Niemand kijkt toe – het is ook altijd mistig als de moorden plaatsvinden – maar dat doet de grootsheid van de scène niets af. Schwob is in elk geval aanwezig als een toeziend oog, en met hem kijkt de lezer hoe dit gruwelijke toneelstuk tot het einde toe wordt uitgespeeld.

Het slot van het verhaal kan alleen maar luiden: ‘Meneer Burke heeft geen andere werken nagelaten.’

Laurens Ham (1985) is literatuurwetenschapper en publicist. Hij werkt aan de Universiteit Utrecht aan een proefschrift over autonoom auteurschap in de Nederlandse literatuur vanaf de negentiende eeuw. Daarnaast doceert hij aan de UU en aan de Koningstheateracademie in Den Bosch. Zijn kritieken en essays gaan vooral over hedendaagse Nederlandstalige poëzie en literatuur van de historische avant-garde; ze verschenen onder meer in DW B, De Groene Amsterdammer, NRC Handelsblad, nY, Ons Erfdeel en Parmentier. Daarnaast publiceert hij blogberichten en poëzie bij Terras. In 2011 werd zijn essay ‘Multatuli, een zelfcreatie’ bekroond met de Vrij Nederland/Academische Boekengidsprijs.