Blog | Laurens Ham, december 7, 2012

Raster ontmaskerd (2)

Rond de officiële lancering van het project ‘Masker, ontmasker’, op 7 december 2012 in Perdu (Amsterdam), presenteert de redactie enkele gemaskerde teksten uit het archief van tijdschrift Raster. Vandaag deel 2.
 
‘De literatuur als leugen’ van de Italiaanse avant-gardist Giorgio Manganelli (1922-1990) verdraagt niet veel toelichting. Het is een furieuze tirade tegen de literatuur die het literaire woord tegelijkertijd op een troon zet. Manganelli herhaalt alle beschuldigingen die al sinds Plato tegen de literatuur zijn ingebracht: ze is leugenachtig, vals, immoreel, nutteloos. Manganelli maakt het nog veel erger. Hij schetst de literatuur als een monster: ‘Er is geen wellustigheid die haar niet zint, geen laaghartig gevoel, haat, wrok of sadisme die haar niet heugen, geen tragedie die haar niet ijselijk opwindt, die de haar besturende behoedzame, kwaadaardige intelligentie niet prikkelt.’ Ze houdt van het lijden en de pijn: ‘Een etterende wond zwelt op tot een metafoor, een bloedbad is slechts een hyperbool, razernij een list om de taal onherstelbaar te verminken, om er onvoorziene bewegingen, gebaren en uitkomsten in te ontdekken.’

Doordat de schrijver zich bezighoudt met de literatuur, wordt ook hij een verdacht wezen. Manganelli noemt hem een nar, ‘het bij benadering menselijke schepsel dat de moordende machthebbers zijn vuilbekkerij, zotteklap en onverschilligheid onder de neus wrijft’. Schrijvers zijn ontmaskeraars, omdat de leugen van de literatuur hen in staat stelt om de maatschappelijke leugen bloot te leggen. Een prettige en maatschappelijk geaccepteerde taak is dat niet. Manganelli maakt duidelijk dat schrijvers anarchisten zijn, die rondscharrelen aan de rafelranden van de maatschappij en daar nooit echt in thuis zullen zijn. Ze schrijven voor iedereen en soms voor niemand.

Hoe moeten we deze tekst noemen: een essay? In elk geval niet in de beschouwelijke zin van het woord. Manganelli redeneert niet, hij spuugt zijn woorden uit. Vooral mist zijn tekst de afstand tot de ‘scheppende’ literatuur die kenmerkend is voor de meer bedaagde essayistiek. Eigenlijk maakt Manganelli van zijn pleidooi tegen/voor de literatuur een literaire tekst. ‘De literatuur als leugen’ roept zo hetzelfde probleem in het leven als Erasmus’ Lof der zotheid. In dat boek (is het een essay? Een literaire tekst? Een monoloog?) houdt de zotheid een lofzang op zichzelf. Moeten we de tekst met een korrel zout nemen, omdat zotte woorden nu eenmaal niet te vertrouwen zijn? Of schuilt juist in zotheid de grootste waarheid? Bij Manganelli prijst de leugen zichzelf door zichzelf in het stof te wentelen. Moeten we de woorden wel geloven, als ze door zo’n leugenachtige schrijver worden uitgesproken?
 
 

Laurens Ham (1985) is literatuurwetenschapper en publicist. Hij werkt aan de Universiteit Utrecht aan een proefschrift over autonoom auteurschap in de Nederlandse literatuur vanaf de negentiende eeuw. Daarnaast doceert hij aan de UU en aan de Koningstheateracademie in Den Bosch. Zijn kritieken en essays gaan vooral over hedendaagse Nederlandstalige poëzie en literatuur van de historische avant-garde; ze verschenen onder meer in DW B, De Groene Amsterdammer, NRC Handelsblad, nY, Ons Erfdeel en Parmentier. Daarnaast publiceert hij blogberichten en poëzie bij Terras. In 2011 werd zijn essay ‘Multatuli, een zelfcreatie’ bekroond met de Vrij Nederland/Academische Boekengidsprijs.