thema:

Simon

Vertaling:

Al twee douches genomen vanochtend. De eerste heel vroeg, Marie sliep nog. De tweede kort na het vertrek van de verliefde blonde studente, die er elegant gekleed (wijdvallende bloes, korte spijkerbroek, fluorescerend gele Bensimon gympen) en met een onmiskenbaar oprecht ‘Ik hou van jou’ vandoor ging.

 

Simon ruikt lekker, ziet er vrolijk uit, heeft een goed humeur. Hij lijkt gelukkig, en toch.

Vier maanden eerder. Een wegwedstrijd van tien kilometer. Snelwandelen, zijn sport. Volgens de definitie van de International Association of Athletics Federations (cf. De wedstrijdregels, deel 7, regel 230) is snelwandelen ‘een opeenvolging van passen die zodanig worden uitgevoerd dat de wandelaar in contact blijft met de grond zonder ook maar één enkel zichtbaar (voor het menselijk oog) contactverlies. Het rechterbeen moet gestrekt zijn (dat wil zeggen dat de knie niet gebogen mag zijn) vanaf het eerste contact met de grond totdat het zich in een verticale positie bevindt.’ Kortom, een wedstrijd langs het Kanaal, rustige zee, licht versluierde zon, ideale luchtvochtigheid, perfecte stand van de planeten. Simon moet al heel snel wijken voor een groep van acht wandelaars. Schokkende bewegingen, niet mooi om te zien. Helemaal niet vloeiend, helemaal niet soepel.

Na de vijfde kilometer krijgt hij de nekslag. Drie rode kaarten voor niet gestrekte benen, Simon wordt gediskwalificeerd. Hij trekt zijn rugnummer los en slentert naar de verversingspost. Zijn lijf verdraagt de hoge dosering aan trainingen niet langer, de ene blessure na de andere, gescheurde en ontstoken pezen en slijmbeurzen. Het vorige seizoen heeft hij het verval van zijn fysieke vermogens gecompenseerd met betere wedstrijdstrategieën. Maar dit jaar voelt hij geen behoefte meer om ervoor te knokken. De uitputting overheerst. Hij zit er mentaal en fysiek doorheen. Wat is zijn toekomst in de Franse atletiekwereld? Hij heeft de uiterste houdbaarheidsdatum overschreden. Hij had er nog een nachtje over kunnen slapen, er even over kunnen nadenken alvorens een beslissing te nemen. Waarom zou hij? Die dag langs het Kanaal dus, terwijl hij als toeschouwer naar de rest van de wedstrijd kijkt, beëindigt Simon Yachar, meerdere keren voor het A-team van Frankrijk geselecteerd, geen enkel record slechts een paar medailles veroverd, Simon Yachar bijgenaamd de Jak, zijn eervolle carrière.

De volgende dag al pleegt hij een tiental telefoontjes, naar trainingsmaatjes, wedstrijdorganisatoren, bondscoaches. Degenen die al eerder zijn gestopt wensen hem veel geluk op een toon van welgemeende condoleances. De Jak neemt ze in ontvangst, perplex. Op een dag zal de Jak het begrijpen. Je haalt niet zo gemakkelijk een streep door twintig seizoenen van water- en gelbevoorrading, tactiekplanningen, energiekoeken met dezelfde voedingswaarde als 300 gram pasta met kip, techniekverbeteringen, twintig seizoenen van clubkampioenschappen, van rekken en strekken, van startschotten en gele borden.

Sinds vier maanden is de leegte onbeschrijfelijk. Verlies van richting, van controle, van identiteit. Sinds drie maanden is Simon volkomen de weg kwijt. Hij houdt de schijn goed op.

 

Terwijl Marie een grote puntzak frites deelt met haar vroegere huisgenote en tussen twee dippen barbecuesaus een gedetailleerd verslag eist over haar afgelopen dagen, met name over de uren samen met haar knappe Duitser van het Erasmusprogramma, doet de Jak zich in diepe stilte te goed aan een lunch die vrijwel identiek is aan de vorige, die weer lijkt op die van de dag ervoor. Diepvriesrundergehakt met aardappelpuree van Weight Watchers (per 100 gram: 100 kcal, 5 gram proteïnen, 7,5 gram vetten, 10 gram koolhydraten). Appelmoes naturel uit een tube (per 100 gram: 70 kcal, 0,3 gram proteïnen, 16 gram koolhydraten). Daarna maakt hij een kop oploskoffie, die hij langzaam drinkt terwijl hij zijn gedachten de vrije loop laat. Eerst een boodschappenlijst maken, appelcompote light, lichte kant-en-klaar gerechten, het minimum om in leven te blijven.

Vervolgens de kadertraining die hij gaat leiden. Binnen een kwartier kan hij bij de sportzaal zijn waar een handvol leidinggevenden onrustig op hem wachten, uit hun doen door de gedachte een joggingpak in plaats van een donker kostuum aan te hebben naar hun werk. Hij hoeft alleen een autovrije straat door te lopen, langs een plantsoen, voorbij een technische school en over te steken zonder door bus 89 overreden te worden. Aan het eind van zijn wandeling een rij ingenieurs, vanwege hun functie ingeschreven voor een training die niet veel zal opleveren, maar die het voordeel heeft hen een beetje uit de comfortzone te halen. Kwistig strooiend met modieuze managementtermen zal Simon het beste van zichzelf geven, zoals hij vaak doet. ‘Mag ik even jullie aandacht, de training Body Stick Attitude past volledig in het kader van het nieuwe bestuursbeleid voor het menselijk kapitaal van de onderneming. Tijdens deze twee dagen van teambuilding zullen jullie je persoonlijk kunnen inzetten en tegelijkertijd zullen jullie je een gezamenlijke win-win-aanpak in lastige situaties eigen kunnen maken. De gefilmde sessies zullen op een cd worden gebrand zodat de cursisten een blijvend bewijs van hun deelname mee naar huis kunnen nemen. Bedankt voor het laten rondgaan van de presentielijst.’

Ten slotte tekent Marie zich in de mist van zijn gedachten af. Marie is absoluut geen schoonheid, haar wenkbrauwen zijn asymmetrisch en haar lippen te dun. In meer dan één opzicht is ze een kind, een nog niet gevormde persoonlijkheid waaraan wordt gewerkt. Maar ze geeft blijk van een buitengewoon gevoel voor humor. Het lijdt geen enkele twijfel dat ze extreem intelligent is, dat ze in dezelfde categorie thuishoort als Jozef, de hoogbegaafde neef van Simon. Ze heeft karakter. En erg fraaie billen. Een mooi persoon in wording. Simon geeft zonder problemen toe dat hij zich meteen tot haar aangetrokken voelde. Er waren signalen die hem onmiddellijk uitdaagden om te proberen haar te verleiden. En die gingen wel verder dan haar jonge leeftijd of haar achterwerk. Een soort alchemie, een licht parfum waardoor hij onmiddellijk zin kreeg meer dan een seksueel object van haar te maken…

Hun ontmoeting? We zullen alles laten beginnen in het zuidelijke deel van de stad. In de rue Bartholdi, in de avenue Des Granges van de provinciehoofdstad. Simon loopt daar langzaam, of was het snel, nou ja, doet er niet toe, je loopt trouwens altijd langzamer in het verleden dan in het heden. Vrienden hebben hem uitgenodigd voor een etentje bij hen thuis. Dat heeft hij afgeslagen. Totaal geen zin om in vervoering te raken over de ontwikkeling van hun baby, zijn eerste stapjes, zijn eerste tand, zijn eerste woordjes. Augustin waggelt, zijn hoektand groeit scheef, hij brult ‘baba’ als je hem een paard laat zien, dat alles is van zeer betrekkelijk belang. In plaats van de ouders van Augustin te feliciteren met de prachtige groenige drol die de laatstgenoemde in zijn luier heeft gedraaid, kiest Simon ervoor zich onder de mensen te begeven, veel te drinken, vooral niet alleen thuis te komen. Stapt een bar binnen. Op goed geluk.

Simon gaat aan de tapkast zitten. Hij probeert de blik te vangen van een serveerster (tweekleurige haardos, 15 UV-sessies per week), en van een tweede (dubbelgangster van de eerste, met als extraatje een neuspiercing). Achter hem is de jeugd aan de Red Bull en heldere alcoholische drankjes, ze vergeten de bachelorcolleges over Keynes en heupwiegen op remixes van Kanye West. De jongens zijn fris en fruitig, ze dragen slim fit jeans en tweekleurige poloshirts van Fred Perry. De meisjes zijn fris en fruitig, ze combineren appelgroene naaldhakken en leggings met pythonprint. Op hun leeftijd voelde Simon zich even onweerstaanbaar, bestelde hij flessen drank, gooide stoelen om, kende de namen van de verleidsters wier monden hij veroverde niet. O, was hij op hun leeftijd maar serieuzer geweest, dan had hij waarschijnlijk dikwijls breed staan lachen als goudenmedaillewinnaar.

Terwijl een serveerster (een paar uur te lang op de gril van een barbecue gelegen, een grote verfvlek in haar haren: ongetwijfeld de hoofdserveerster) eindelijk aandacht aan hem schenkt, draait Simon zich om en ziet een blond meisje, gesloten gezicht, kin steunend op haar armen, dromerig, afstandelijk, zonder aandacht voor haar omgeving. Bloedmooi. Op haar lippen en wenkbrauwen na, die, afijn, laten we verdergaan. Ze luistert niet naar de opgewonden monoloog van het meisje dat naast haar aan het tafeltje zit. Ze is elders, kilometers ver van de bar en zijn karikaturale serveersters. Als een veroveringslustige casanova of glimmende toreador verlaat Simon zijn fluorescerende barkruk, gewapend met het biertje dat hem eindelijk is gebracht.

‘Mag ik hier komen zitten?’

Mevrouw Bijna Bloedmooi haalt haar schouders op: dat moet hij zelf beslissen.

‘Hoe heet je?’

Volgt een aantal vragen, en korte antwoorden. Simon ploetert om meer dan twee lettergrepen los te krijgen, en hij oogst toch wat informatie, haar voornaam, de stand van haar liefdesleven (vrijgezel), haar leeftijd (pff, ze is volwassen), langzaam wordt het later. Tegen één uur in de ochtend staat ze op: haar vriendinnen gaan naar huis, zij dus ook, ze zetten haar af, ze heeft nog geen rijbewijs. Voor het geval dat geeft Simon het nummer van zijn mobiel. De jongedame knikt begripvol, alsof haar de geografische coördinaten van een eilandje in de Stille Oceaan worden doorgegeven dat ze helemaal niet van plan is te bezoeken.

‘Nou…tot kijk.’

Buiten voor de bar blaast een joch, leeg glas in de ene hand, aansteker in de andere, en haren glimmend van de gel, zijn zware adem in Simons gezicht. Hij wil weten of zijn nieuwe beste vriend in God gelooft, of hij zijn communie heeft gedaan, dat soort dingen. Simon ontwijkt hem, blijft op veilige afstand, loopt rustig weg.

Het begin van de volgende dag? Nogal deprimerend. En dan om één uur een nieuw bericht.

Over de auteur:

Arnaud Dudek (1979) publiceerde twee bundels korte verhalen: Copenhague en Les vies imperméables. Zijn debuutroman Rester sage (2012) stond op de shortlist van de Prix Goncourt du premier roman en werd in Nederland uitgebracht onder de titel Braaf blijven (Nobelman, 2013). Ook zijn tweede roman Les fuyants (2013) werd genomineerd voor een Franse literaire prijs. Zijn derde roman Une plage au pôle nord (2014) werd onlangs in het Duits vertaald. Begin 2017 verschijnt zijn vierde roman.

Over de vertaler:

Karin Benner (1958), doctoraal Franse Taal- en Letterkunde (RU Leiden), certificaten Vertaler Frans (SNEVT examens) en Literair Vertaler (VertalersVakschool Amsterdam). Woonde in Gabon en Syrië. Was tweemaal prijswinnares vertaalwedstrijd De Talen met fragmenten van Pierre Charras en Le Clézio. Was leerkracht Frans op een Britse school (BSN). Maakt deel uit van Femmes Vertaal, een groep vertaalsters, alumni Frans VVS.