Sez Ner
De kaasmaker hangt aan zijn glijscherm in de sparren onder de alpenhut aan de voet van de Sez Ner. Hij hangt met zijn rug naar de berg, vanuit de hut hoor je hem vloeken, met zijn gezicht naar de overkant van het dal waar de toppen de hemel in steken, piek na piek, met in het midden de Piz Tumpiv, imposant zoals hij daar staat, met z´n 3101 meter, alsof hij meer is dan de andere sneeuwvrije bergtoppen. Die komt heus wel weer thuis, zegt zijn knecht, laat ´m nog maar even bungelen, had-ie er maar overheen moeten komen. De kaas gaat bol staan, ´s nachts keilt hij de gewichtstenen zo hard op de grond dat iedereen er wakker van wordt. De varkenshoeder en de koeherder dragen de bedorven kazen in de heldere nacht de binnenplaats over, door de stal heen tot achter de stal en gooien ze in … lees meer