thema:

Drie gedichten

Vertaling:

Idioot

Ik word achtervolgd door een idioot
iedere dag weer, hij trekt gekke bekken en gooit
met het bestek
klimt stilletjes langs de muur omhoog, niemand
kan hem zien behalve ik

en meteen, om misverstanden te voorkomen: ik
hou van mijn idioot

maar ik haat hem wanneer hij
slaapt
of wanneer hij mij met duivelse spot nadoet, wat
(vaak) gebeurt, maar hij is goed gebouwd (deze idioot is
een man, dat je het weet) en zijn
lijf
heeft aantrekkingskracht, soms, ook al mist hij
wat tanden, is zijn blik
leeg

[niemand mag met mijn idioot
neuken (want hij heeft geen emoties) maar mij
mag hij altijd
wel even pakken, dat klinkt oneerlijk maar het werkt]

*

mijn idioot draagt een witte, vaak smerige
katoenen trui uit de 18e eeuw,
met gaten erin
zodat je zijn glanzende borst ziet, zijn tepels
en hij is kortgeknipt (ja, dat moet
over deze idioot wel gezegd worden)

het is goed om een idioot
te hebben
wanneer de dagen verstrijken, wanneer dromen
kapotgaan, wanneer een jonge vrouw
zich voor onoverkomelijke problemen,
moeilijke keuzes geplaatst ziet –
dan kijk ik naar mijn idioot die in een hoekje
op zijn hurken zit en
zijn stralende tanden blootlacht,
met zijn ogen rolt

zonder zijn hulp, zijn kracht, zou ik niet door
dit leven komen, weet je
hij
masseert mijn voetzolen van albast
wanneer we alleen zijn, gaat dan naar
mijn glanzende knieën

*

ik weet niet hoeveel idioten
sprakeloos zijn zoals de mijne (de een stamelt, de ander
spreekt de r vreemd uit) maar
het komt niet in me op om te
klagen

hij is de enige die weet
hoe donker ik het ‘s nachts wil hebben
en is helemaal afhankelijk van me voor eten

Ik droomde zo heftig dat

Ik droomde zo heftig dat ik vannacht
een bloedneus kreeg ik
had neefjes die houten poppen waren
een man die ter dood gebracht zou worden
met een dodelijke injectie kreeg
opeens verdoving en de auto waarin
ik zat kwam in een donker meertje in de
bossen van Canada terecht ik schoot wakker
met de dringende behoefte om weer
pianolessen te nemen want ik ben op weg naar een bruiloft
en de bruidegom wil geen enkel nummer
in mineur op het feest helemaal niks
het was opmerkelijk warm maar
het voelde niet drukkend in de halfgezonken auto en
de radio in Canada is best oké
maar ik weet niet wat
ik nu naar de bruiloft aan kan trekken dat past
bij de opgedroogde sliert
die uit mijn neus komt als dit zo doorgaat

Moordlied

de herfst bedacht zich
kwam terug met kerst
ik zette mijn schoen bij het raam
en kreeg een piano
maar ook dit berkenblad
legde het in een dik boek
dat ik nooit gelezen had
nu pas zie ik hoe bekend het blad me voorkomt
het heeft dezelfde vorm
als de binnenkant van je keel
wat ik zou kunnen doen
is het voorzichtig in je keel stoppen
dan kon je ophouden met ademen
zonder enige inspanning
een oerijslands loofblad
flinterdun
is toch de mooiste dood
vind je niet

Over de auteur:

Sigurbjörg Þrastardóttir is een van de meestgelezen dichters van IJsland. Ze debuteerde in 1999 met de bundel Blálogaland (Land van de blauwe vlammen). Haar werk is meermaals bekroond en werd in 12 talen vertaald, waaronder het Engels, Italiaans en Duits. Þrastardóttir heeft meerdere keren in Nederland voorgedragen, onder meer tijdens Poetry International (2006) en Dichters in de Prinsentuin (2015). In 2007 verscheen een aantal gedichten in de bloemlezing Moordliederen. Moderne IJslandse poëzie.

Over de vertaler:

Roald van Elswijk is onderzoeker en vertaler. Hij vertaalde o.a. poëzie, korte verhalen, kinderboeken en toneelstukken uit de Scandinavische talen en het Duits. In 2007 was hij een van de samenstellers van de bloemlezing Moordliederen. Moderne IJslandse poëzie. Een jaar later verscheen van zijn hand de bloemlezing Windvlinders. Poëzie van de Faeröer. Momenteel werkt hij aan een vertaling van de IJslandse prozaïst Gyrðir Elíasson.