thema:

Twee gedichten

Krachtens welke natuurwet

 

twee Amerikaanse boeren, één in ’28 en één in ’51

omschreven het oog van een orkaan als een wand van wolken

waarin vuurspiralen zich van kleine tornado’s probeerden

los te rukken

 

slaap bij vuil weer op je buik

vermijd tenten en bomen

geen wind kan ooit zo volkomen koud zijn

en ontstromen zonder neerslag

van vuurzaden

 

loop weg naar het westen of slaap binnen

waar donderslag niets zal raken

de schichten te ruste legt

tam lijkt te worden − wieling of werveling

wind bevat ook verticale componenten, opklaringen!

 

het krimpend oog van een orkaan is niet ongevaarlijk

je kunt er nog altijd een stoel tegen je hoofd geslingerd krijgen.

 

 

Uitspansel

 

Dwars op de wind loopt

een wezen van sneeuw

gewapend met spiegels

traag trekt het de zee achter zich

 

aan explosies van meeuwen

omcirkelen rukwinden van verdwenen dagen

omhoog valt de dag uit de nacht

 

landinwaarts vangt een staande hand

de koele adem wind

waait uit de ogen weg

 

wrikt ‘s nachts het spreken los

vloeit in handen uit tot meren.

Over de auteur:

Miek Zwamborn is schrijver, vertaler en beeldend kunstenaar. In haar werk spelen landschap en geschiedenis een belangrijke rol. Zij publiceerde de romans Oploper (2000), Vallend Hout (2004) en de dichtbundel Het krieken van sepia (2008). In 2013 verscheen haar derde roman De duimsprong bij uitgeverij Van Oorschot.