thema:

Twee verhalen

Vertaling:

Lucas en de ziekenhuizen (1)

Het ziekenhuis waarin Lucas is opgenomen is een vijfsterrenkliniek en daar hebben-de-zieken-altijd-gelijk. Al vragen de patiënten om de gekste dingen, de verpleegsters, de ene nog mooier dan de andere, hebben een probleem als ze ‘nee’ zeggen. Om bovengenoemde redenen zeggen ze bijna altijd ‘ja’.

Ze kunnen uiteraard niet ingaan op het verzoek van de dikke man op kamer 12 die aan levercirrose lijdt en om de drie uur een nieuwe fles gin bestelt. Maar tegen Lucas zeggen ze o ja, met bijzonder veel plezier en genoegen, natuurlijk, dat spreekt vanzelf, wanneer hij bijna bedeesd vraagt of hij een margriet naar zijn kamer mag meenemen om die wat op te vrolijken. Hij had in de wachtkamer een boeketje margrieten ontdekt toen hij de gang op was gegaan omdat zijn kamer werd gelucht.

Wanneer hij de bloem op zijn tafeltje heeft neergevlijd, drukt Lucas op de bel en vraagt om een glas water om de bloem in een passender positie te zetten. Zodra ze het glas hebben gebracht en de bloem erin gezet, maakt Lucas hen er opmerkzaam op dat het nachtkastje afgeladen vol is met flesjes, tijdschriften, sigaretten en ansichtkaarten. Er zou er misschien een tafeltje aan het voeteneind kunnen worden geplaatst. Dan zou hij een prima uitzicht hebben op de margriet en hoeft hij zijn nek niet te verdraaien om de bloem te kunnen ontwaren tussen al die verschillende voorwerpen op het nachtkastje.

De verpleegster komt direct terug met het gevraagde en zet het glas met de margriet mooi in zijn vizier, waarvoor Lucas haar dank zegt en er en passant op wijst dat er zo veel vrienden bij hem op bezoek komen dat er eigenlijk te weinig stoelen zijn, en dus zouden ze van de aanwezigheid van het tafeltje moeten profiteren om er twee of drie gemakkelijke leunstoelen bij te schuiven en zo een prettiger omgeving te creëren voor een gesprek.

Zodra de verpleegsters met de stoelen verschijnen, zegt Lucas dat hij zich bijzonder verplicht voelt tegenover de vrienden die hem in zijn barre omstandigheden gezelschap komen houden en dat de tafel uitermate geschikt zou zijn als drankentafel; als er eerst een tafellaken overheen is gelegd zou er ruimte zijn voor een paar flessen whisky en een stuk of zes glazen, bij voorkeur van die geslepen glazen, om nog maar te zwijgen van een thermoskan met ijsblokjes en wat flesjes spuitwater.

De meisjes verspreiden zich en gaan op zoek naar die artikelen, die ze in een artistieke formatie op tafel zetten, en Lucas maakt van de gelegenheid gebruik om erop te wijzen dat de margriet, die bijna verdwijnt in dit geheel, door de aanwezigheid van glazen en flessen aan esthetische kracht inboet, maar dat het eenvoudig is op te lossen. Wat er in deze kamer namelijk echt ontbreekt is een kast om zijn kleren en schoenen, die nu nog slordig in een gangkast zijn opgestapeld, in op te bergen en dan kan het glas met de margriet boven op de kast worden gezet, vanwaar de bloem de hele kamer domineert en hem daarmee een soort geheimzinnige aantrekkelijkheid geeft, de clou van elk genezingsproces.

Overweldigd door de gebeurtenissen, maar trouw aan de regels van de kliniek sjouwen de meisjes een enorme kast naar binnen, waar de margriet uiteindelijk bovenop komt te staan als een enigszins verbijsterd maar welwillend oog. De verpleegsters klimmen naar de kast om wat vers water in het glas te gieten, Lucas sluit zijn ogen en zegt dat het nu helemaal perfect is en dat hij gaat proberen wat te slapen. Zodra de deur dicht is staat hij op, haalt de margriet uit het glas en gooit hem uit het raam. Hij houdt eigenlijk niet zo van die bloemen.

 

***

 

 

En toen waren er al zes verdwenen

 

Als we boven de vijftig zijn, beginnen we beetje bij beetje te sterven met andere doden. De grote magiërs, de sjamanen uit onze jeugd verdwijnen successievelijk. We dachten al niet zo vaak meer aan hen, ze waren in de geschiedenis achtergebleven. Other voices, other rooms vroegen om onze aandacht. Op de een of andere manier waren de gedichten er altijd, als een vage geur in het geheugen, net als de schilderijen waar je niet meer naar kijkt zoals in het begin.

Dan komt de dag – ieder heeft natuurlijk zijn eigen geliefde schaduwen, zijn grote bemiddelaars – waarop de eerste van hen op gruwelijke wijze in de dagbladen en de radio doordringt. Misschien duurt het even voordat we ons realiseren dat op die dag ook onze dood is begonnen. Ik wist het op de avond dat iemand halverwege het diner een onverschillige toespeling maakte op een nieuwsbericht dat hij op televisie had gezien: Jean Cocteau was zojuist overleden in Milly-la-Fôret. Terwijl er conventionele zinnetjes werden uitgesproken, viel er op dat moment ook een dood stukje van mij op het tafellaken.

De anderen volgden, altijd op dezelfde manier, op de radio of in de kranten, Louis Armstrong, Pablo Picasso, Stravinski, Duke Ellington. En gisteravond, toen ik lag te hoesten in een ziekenhuis in Havanna, gisteravond, toen een bevriende stem naar mijn bed kwam gelijk met het gedruis van de buitenwereld, Charles Chaplin. Ik zal dit ziekenhuis verlaten. Genezen, dat is zeker, maar voor de zesde keer een beetje minder levend.

 

Over de auteur:

Julio Cortázar (1914-1984) gold als de meest Franse van de Argentijnse schrijvers. Verwierf wereldfaam met zijn magisch-realistische korte verhalen (o.a. Historias de cronopios y de famas, 1962) en met de romans Rayuela (1963) en Libro de Manuel (1973). Onlangs verscheen in het Nederlands een herdruk van Astronauten van de kosmossnelweg (2014), op voorspraak van Charlotte Mutsaers.

Over de vertaler:

Mariolein Sabarte Belacortu (1944). Sinds 1969 literair vertaalster Spaans – Nederlands. Enkele auteurs uit Spanje: Camilo José Cela, Félix de Azúa en Belén Gopégui en Juan Marsé. Een grote stroom uit Latijns-Amerika, zoals Roberto Arlt, Jorge Luis Borges en Julio Cortázar uit Argentinië, Gabriel García Márquez en Álvaro Mutis uit Colombia, José María Arguedas en Mario Vargas Llosa uit Peru, Juan Carlos Onetti en Felisberto Hernández uit Uruguay, Juan Rulfo, Carlos Fuentes, Carlos Arriaga en Jorge Volpi uit Mexico. Vertaalt al vele jaren poëzie voor Poetry International in Rotterdam, met als hoogtepunt de Argentijn Roberto Juarroz, van wie de bloemlezing Verticale Poëzie is uitgekomen bij uitgeverij Wagner en Van Santen.