thema:

Uljana Wolf – grenshandel in taal

Meer dan een jaar geleden is mijn dochter van Amsterdam naar Berlijn verhuisd. Tijdens mijn eerste bezoek aan haar kocht ik zoveel mogelijk bundels van de nieuwe generatie Duitse dichters, nieuwsgierig naar de poëzie in Duitsland anno nu.

Ik ben altijd trots geweest op de plek die dichters in Duitsland innemen. Niet alleen worden ze gewaardeerd om wat ze doen maar op jonge leeftijd wordt je geleerd poëzie te lezen. Op de basisschool reciteerden we niet dichters als Annie M.G. Schmidt waar helemaal niets mis mee is, het is prachtige kinderpoëzie, maar Duitse kinderen lazen volwassen poëzie.  Als het lente wordt, zoemen nog steeds regels van Eduard Mörike door mijn hoofd. Wat dat betreft lijkt niets veranderd. Uljana Wolf (1979, Berlijn)  – twee generaties jonger dan ik – las in de derde klas Else Lasker-Schüler (1869 – 1945) een bevlogen lyrische, Joods-Duitse dichter – die Wolf haar hele dichtersleven is trouw gebleven.

Maar terug naar mijn leeswoede van Duitse poëzie anno nu. Ik kwam veel poëzie tegen die politiek getint is. Het komt me voor alsof men de jaren tachtig nieuw leven wil inblazen. Toen ik zei, het lijken wel allemaal Enzensbergers te willen zijn spreekt Wolf me tegen: ‘De plaats die de politiek heden ten dage in de Duitse poëzie inneemt heeft niet meer de activistische toon van toen.’

Het valt op dat in haar werk de politieke toon ontbreekt. Ofschoon ze in haar bundel Kochanie, ich habe Brot gekauft (Lieveling, ik heb brood gekocht, 2005) de problematische punten binnen de Duits-Poolse betrekkingen niet omzeilt. De bundel is gebaseerd op de ervaringen tijdens haar drie maanden durende oponthoud in Kryzova (Polen) waar ze de herkomst van haar grootouders traceerde. Wat haar daar het meest fascineerde was hoe ze zich verstaanbaar probeerde te maken met een taal die haar grootouders niet spraken, als een vreemde te midden van haar familie, in een onbekend land. ’Een grenshandel in taal’, zoals ze het in een van de gedichten noemt.

‘Het had ook een ander land, een andere vreemde kunnen zijn,’ antwoordde ze in een interview waarin ze gevraagd werd of haar Poolse roots in haar poëzie onderwerp blijven.

Wat mij bevalt in Kochanie, waarvoor ze als jongste dichter ooit de Peter Huchel Prijs heeft ontvangen, is dat ze onze blik niet zozeer richt op het drama dat zich heeft voltrokken als op wat daarna is ontstaan. In het gedicht ‘sliepen de ovens’ komt dit wonderschoon aan bod. Het is het verslag van een reis van Berlijn naar Polen ‘toen we reden in treinen / droegen mannen die niet onze vaders waren / het land in handgevlochten manden’.

De prijs heeft haar enigszins overvallen, zegt Uljana Wolf in het café waar we hebben afgesproken. Aan de overzijde van de straat staat een rij weelderig bloeiende kersenbomen. Berlijnse lente. In een sneeuw van kersenbloesembladeren schuiven vaders en moeders kinderwagens voort. Ik heb nog nooit zoveel vruchtbaarheid op een plek gezien. Het leek wel een invasie.

Gedichten als in Kochanie zal ze vanaf nu niet meer kunnen schrijven, vertelt ze verder. Het zijn bewerkte gedichten uit haar jeugdjaren waar ze nog tevreden over kon zijn zolang ze geweldig mooie metaforen had gevonden. In haar tweede bundel Falsche Freunde (Valse vrienden 2009) borduurt ze voort op de grenshandel in taal.  Alleen gaat ze nu bewuster om met haar thema, haar fascinatie die in Kochanie eerst nog uit een impuls, uit haar intuïtie voortkwam: vertalen.

In het Duits heeft het meerdere betekenissen: vertalen/übersetzen doe je niet alleen van de ene naar een andere taal, maar je laat je ook fysiek bijvoorbeeld met een boot van de ene naar de andere oever übersetzen, over de oceanen naar een ander land.

Wolf woont in Berlijn en New York samen met haar man de Amerikaanse dichter Christian Hawkey. Het leven in twee talen, de misverstanden, de spraakverwarring, de ‘valse vrienden’: woorden die hetzelfde zijn geschreven maar een andere betekenis hebben zoals het Duitse Gift (gif) en het Engelse gift (cadeau, gave) zijn onderwerp in het eerste deel DICHTionary beginnend met het lichtvoetige, humoristische ‘Dust Bunnies’.

Het letterlijke overzetten van het ene naar het andere land behandelt ze in het derde deel van de bundel in de cyclus Aliens I: een eiland. Emigranten komen rondom 1900 aan op het Ellis Island waar ze aan de hand van een checklist met tekens gemarkeerd werden of ze wel of niet door mochten naar New York – ‘met enkel een wapperend vel papier tussen onze tanden’.

Uljana Wolf vertaalt Amerikaanse en Oost-Europese poëzie. ‘Vertalen’ zegt ze ‘is aan het werk van een ander verder schrijven.’ In tweetaligheid schuilt een ‘productieve onscherpte’ die haar aanspoort in haar eigen werk geijkte paden te vermijden. ‘Goede poëzie wil taal aldoor vernieuwen.’ Daar getuigt haar splinternieuwe werk van, o.a. het gedicht Bougainville (over Bougainville, de plant, het eiland, de ontdekkingsreiziger).

We praten nog over haar andere helden Gertrude Stein en Emily Dickinson, terwijl haar acht maanden oude dochter zich amuseert met het bestek op tafel. ‘Ik probeer elke dag een paar uur te schrijven, een ingeving is alleen interessant als ze op een vruchtbare bodem kan vallen,’ kijkend naar haar dochter vraagt ze zich af of ze die tijd nog zal vinden. Ik vertel haar over Een vogeltje in mijn buik van Cornelius Verhoeven die de taalontwikkeling van zijn dochter Nena beschrijft. Misschien schuilt in de taalontwikkeling van haar dochter haar vierde bundel.

_________________________

De gedichten die Annelie David vertaalde van Uljana Wolf staan hier.

Annelie David (1959), ex-danser/choreograaf, won in 2004 de Dunya-prijs met een Duits gedicht. Recentelijk publiceerde ze Nederlandse gedichten in onder meer ExtaZe.

Over de auteur:

Annelie David (1959), ex-danser/choreograaf, won in 2004 de Dunya-prijs met een Duits gedicht. Recentelijk publiceerde ze Nederlandse gedichten in onder meer ExtaZe. In 2013 verscheen haar bundel Machandel (Marmer).