thema:

Utopieën

Vertaling: ,

Okonomiyaki

Het menselijk leven is een komen en
gaan van eiwit. Ooit zei ik tegen een
kennis uit Frankfurt dat honderd gram
tofoe meer eiwit bevat dan honderd
gram kip. Hij schudde van nee
en zei: ‘Dat klopt niet. Sojabonen
leggen geen eieren. Waar kan dat eiwit
vandaan komen?’

Inktvis heet IKA in het Japans. IKA betekent
ook vervreemding.

Bij de mens is het geen deugd om
plakkerig, stroperig of slijmerig te zijn.
Maar van een yamaimo- wortel wordt verwacht
dat hij deze eigenschappen bij
het raspen vertoont. Je kunt hem zo eten,
maar je kunt hem ook aan het okonomiyaki-deeg
toevoegen. Yoghurt, natto-stinkbonen,
stinkkaas, yamaimo: al het slijmerige
en stinkende rekt het leven.

In de Stille Oceaan zwemt geen vierkante vis
die visstick heet.

Gember maakt zogenaamd heel potent. Maar op
welk gebied hij echt potent is,
weet niet iedereen.

Okonomiyaki is niets anders dan een
pannenkoek, het deeg bestaat uit tarwebloem
en water. Bij deze pannenkoek is het bijzondere dat
de individuele voorkeur (konomi) bij de
toebereiding serieus genomen wordt . Je mag er echt van alles
aan toevoegen. Elke formaliteit en
elke traditie mag daarbij sneuvelen. Sommige mensen doen een scheut coca-cola bij het deeg zodat het luchtiger
wordt.

Mayonaise is de zondebok in
Duitsland. Elke moderne ziekte, elke
smakeloosheid, elke jonge neonazi, elke
economische crisis, elke milieuverontreiniging
en elke kapitalistische zwijnerij heeft, zo wordt beweerd
te maken met het accepteren van mayonaise. Bij de okonomiyaki is mayonaise ondertussen geen taboe meer. Het is een zeldzame bemiddelaarster, die een
magere, masochistische heilige bindt met
een zwaarlijvige creativiteit.

Een zwijn in stukken snijden en
samen met het scherp van de snede zwijgen.

Mentaiko: portretten van ongeboren koolvisjes
geverfd met rode parels.

Aardbeien en chocolade kunnen
overal van de partij zijn waar het meisjes-zijn gevierd wordt.

De kammossel heeft twee zuiltjes en twee m’s
in haar huisje.

Voor de okonomiyaki wordt uitsluitend
biologische groente gebruikt.

Ik droomde over een veld waar talloze koppen
groeiden. Bleke, witte koolkoppen. De lucht
was donkerblauw, de maan zat op een
elektriciteitspaal. Hoeveel tijd restte er nog voor
het volgende hoofdstuk begon? Twee koolbladeren
maakten zich los van een koolkop, vlogen omhoog
en fladderden samen in de lauwwarme
lucht. Ze bleven steeds naast elkaar. Het werd
snel donker maar de twee oplichtende bladeren
verloren elkaar nooit uit het oog. Hoe lang moeten
ze nog samen verder vliegen tot ze
een vlinder worden?

Goede smaak komt voort uit bourgeois-angst.
Wansmaak heeft echter geen
afkomst maar bepaalt wel de kleuren vandaag.

Op de hete plaat bevindt zich een wereldkaart
waarop iedere eter zijn imaginaire continent
kan kliederen. Bosjes groene zeewier
groeien op een moeras van mayonaise terwijl
kleine gedroogde krabbetjes verlegen
rondzwemmen. Het hongerige landschap kent
geen landsgrenzen.

 

 

De tuin in Donego

Terwijl ik mijn koffer uitpak, begint de
regen op het toetsenbord van het dak te typen.
Het klinkt als proza.

Het meer is weg, ook de
hemel. Opgeslorpt door de mist. Of:
meer en hemel zijn er nog, maar
weg is de grens die beide van elkaar scheidt.

Ergens in de mist klimt een vogel toonladders
op en af. Onvermoeibaar en
zonder zelfmedelijden componeert hij zijn zang
door een paar tonen weg te laten.

Als het regent kunt u beter in de keuken blijven, staat er
in een oude editie van de Dornseiff.
Daarin regent het synchroon op verschillende
toonhoogtes. Jij gaf mij het woord ‘tikken’ cadeau.

De kleine thermometer aan het raam beschouwt
nieuwsgierig de nacht waarin ik blijkbaar
sta.

De smalle vlam van de kaars flikkert en
krast in de blauwe muur van de woonkamer.
Goede musici slagen er zelfs in Wagners
operapodium te luchten en van humor
te voorzien.

Tweede dag. De zon kiest
spontaan voor een andere enscenering dan
de weersverwachting aankondigde.
Onbereikbaar ver weg, daardoor inwisselbaar: het
grote meer en de blauwe zijde van je bloes, die
ik lang geleden ooit heb gezien.

Op elk terras dansen tien vingers op het
toetsenbord.

De pioenrozen zijn al uitgebloeid. Maar op
het beeldscherm van mijn computer verschijnt
ineens de dode versie van een gedicht.

Bloemen zijn de uiterste toppen die
voortijdig de dood aanraken.

Wat is een bloem? Iets dat in het oog
springt. Ogen in gaten veranderen om het
in het oog springende te zien.

Het bouquet van de wijn wordt gevormd door geur en
smaak, zo staat het in het etymologische
woordenboek van Kluge. Wat is het bouquet van een
wetenschappelijke tekst?

De lichte prachtrozen laten hun kopjes nog meer
hangen. Ze kunnen de heftige gesel van de
regen van gisteren niet vergeten.

Scherven van een verbrijzelde spiegel ,
gevangen in de kelk van een kleine bloedroos.

Jij zegt: louter uit regenwater en
zonlicht bestaat alle materie
waarvan bloesem en bladeren worden gemaakt. Ik
denk later in bed: materialisme kan de
leer van het wonder zijn.

Haar bladeren lijken op besneeuwde tongen. Zij
zien er uit als siersalie, maar zijn het niet.
Aan een van haar microfoons klampt een
zangeres zich vast, een hommel met een kromme rug.
Zij is te warm gekleed voor het weer van vandaag.

Twee mieren ontmoeten elkaar op een blad. Met
hun dunne handen betasten zij elkaars gelaat.

De bloemen achter mij en het bloemmotief
van mijn bloes: twee hommels vergissen zich in
de stof.

Iedere plantensoort heeft een naam,
maar niet ieder handgebaar.

Zijn dat feestelijke gloeilampen of verfrommelde
manuscripten ? Die witte rozen die boven
mijn hoofd hangen.

Een vliegtuig trekt een streep in de lucht. Hoe
stilletjes een wereldreis wordt gemaakt! Maar een
minuscule vlieg ronkt luidruchtig
om mijn oren en laat geen spoor na.

Een vlinder doet alsof hij zo zwak is
dat hij tegen zijn wil door een zwak
briesje weggeblazen wordt. Maar uiteindelijk belandt hij
precies op de bloem waarnaar hij op zoek was.

Als het een machinegeluid was, zou het me
storen. Ik weet echter dat het vogelzang is.

Als je lang genoeg naar een smalle,
donkere spleet tussen de opgestapelde,
platte stenen staart, verandert hij in een
hagedis.

Is dat de wind of iemand anders die met de
gebaren van het gras spreekt ?

Aan de buitenkant van het huis
bewegen de schaduwen langzamer dan hun rozen.

De rust in de tuin is vanwege de hommels
relatief rumoerig.

Een boot op het meer markeert het brandpunt
van een waaier gemaakt van golven.

Een vink zingt atonaal tegen de tonale muziek
uit het huis. Jij smeerpoes roept de
concertmeester. Muziek hoeft niet zuiver te zijn,
antwoordt de vink.

Een maan in een poëziebundel, een maan in een
film, een maan in de waterspiegel:
het is een wonder dat er nog eentje
aan de hemel staat!
Piroschka blijft op het scherm
altijd onschuldig, al heet zij deze keer Tony.
Maar in het boek ontplooit zij rijpheid nadat
ze zich door talloze letters heen geworsteld
heeft.

De passiebloem is gemaakt van staalblauw en een
witte meisjesjurk.

Hoe zou het zijn als alle manuscripten groen
en alle planten juist wit zouden zijn?

Je mag planten niet verpersoonlijken,
maar wie weet zeker dat we niets
anders zijn dan persoon geworden planten?

Over de auteur:

Yoko Tawada (1960)schrijft gedichten, essays, toneelstukken en romans in het Japans en in het Duits en heeft tot nog toe veertig titels gepubliceerd. Ze woont sinds 1982 in Duitsland. Voor een van haar eerste Japanse verhalen, Inu muko iri, 犬婿入り, (De hondenbruidegom) ontving zij al in 1993 de prestigieuze Akutagawa literatuurprijs. In Duitsland werd haar werk onder andere bekroond met de Chamisso-prijs, die ieder jaar voor een werk van een niet-Duitstalige schrijver uitgereikt wordt, en in 2005 met de Goethe-medaille, een officiële onderscheiding van de Bondsrepubliek Duitsland. In haar meest recente roman, Etüden im Schnee (2014) treden drie ijsberen als vertellers op: de bekende Knut, diens moeder en grootmoeder.

Over de vertalers:

Bettina Brandt doceert aan de Pennsylvania State University, vertaalt en publiceert over hedendaagse Duitstalige literatuur, met name over Yoko Tawada, Herta Müller en Emine Sevgi Özdamar.

Desiree Schyns (1959) is universitair docent vertalen Frans-Nederlands en Vertaalwetenschap aan de Universiteit Gent en literair vertaalster. Zij publiceert over literair vertalen en cultural memory in het werk van Franstalige auteurs. Ze is redactielid van Filter, tijdschrift over vertalen.