thema:

Vallen en breken en maken

Mijn vader viel vaak. In een doorsneeweek

zag ik hem tijdens de avondmaaltijd
van zijn stoel vallen,

hoorde hoe hij op zijn werk van een ladder viel
en op een station tussen de
trein en het perron.

Ik heb hem nooit zien vallen tijdens het lopen.
Zijn lopen was uitstellen.

Uitgesteld vallen.

Wat hij brak tijdens zijn leven:
zijn rechterarm (negen keer)
een been.

Ik weet niet meer welk been.
Ik kan het ook niet meer vragen.

Hij verhing zich.

Brak hij toen zijn nek?
Ik vraag het me opeens af,
nu ik dit schrijf

maar ik durf het niet te vragen.
En aan wie?

Ik heb hem een keer gevraagd wat hij
voelde toen hij ontwaakte na
een toeval.

Ik weet niet of ontwaken het goede
woord is. Hij schudde met zijn hoofd,
alsof hij zich wilde bevrijden

van een strop.

Hij grijnsde toen hij verderging met
wat hij opeens leek te
bedenken:

het bakken van een ei. Hij brak
de schaal, en gooide een klont boter
op het ei.

Ik zie ons weer staan:
Ik die het niet kon laten hem te
wijzen op de foute volgorde van maken,

hij met een gezicht waarop een lach
doorbrak die ik niet kon
thuisbrengen:

een te oude dooier die in de pan
glijdt.

Over de auteur:

Wim Brands (1959-2016) bezocht de School voor de Journalistiek. Literair verslaggever. Dichter. Meest recente dichtbundel: 's Middags zwem ik in de Noordzee (2014).