thema:

Vier gedichten

Ontsnapping

 

We doen hier niet aan zelfontsnapping zegt de life-changing-event-coach

mensen willen weten wie je bent waar je bent wat je doet waarom en hoe

je over dingen denkt: wil je een plek hebben of een plek zijn?

 

Ik schud mijn hoofd om gedachten te ordenen en blijf hangen aan

het woord zelfontsnapping; zou het mogelijk zijn te ontsnappen aan jezelf, hoe

in hemelsnaam bevrijd je je uit gedachten en verhalen van anderen?

 

Aan de overkant van de straat scharrelt een man in badjas over zijn balkon

achter een konijn aan; de meeste dingen zijn zo alledaags en vanzelfsprekend

dat ze onzichtbaar zijn, zegt de coach.

 

Er klinkt gelach op de trap het schuiven van meubels boven mijn hoofd

ik denk aan verhuisdozen verfemmers de gloed van een gaskachel

op een kale vloer.

 

Als voor de rondvraag en afsluiting nog mensen iets of zichzelf kwijt willen

kan dat nu: ik sta op pak mijn jas en zie de man met het konijn onder zijn arm

de balkondeur achter zich dichttrekken.

 

 

Being there

 

1

Die dag, het is vroeg in de ochtend, herfst, zon als honing over het tafelblad, komt door het slaapkamerraam een andere wereld mijn huis binnenzetten. Daalt een vrouw in neonblauw mini de trap af de kamer in, waar ik zit te ontbijten. Op de onderste tree staat ze stil als een snapshot staart me waterig aan en zegt: ‘sorry for me being here’ – direct gevolgd door ‘call the police’

 

2

Er is een verhaal van een reis naar het westen, verleid met het plukken van vruchten als voorwendsel. Niet voor te stellen problemen, zegt ze. Een huis vol stemmen waar er maar één zou zijn. Mannen, paniek en een openstaand raam: ze praat aan mijn tafel tegen agenten met tranen en snot en een stem die steeds stokt, niet durft te vertellen. Een vrouw die me vraagt hoe ze tijd terug kan draaien of hoe ze het beste zou kunnen verdwijnen

 

3

Die avond zegt iemand in ‘city of dreams’ dat we in een andere ruimte zijn. Dat tijd een afspraak is, de wereld een gedachte, en dat je elke gedachte kunt omdraaien. En terwijl hij ons meeneemt de straat op en nieuw leert te kijken, vraag ik me af of je ruimte kunt scheppen, tijd wint met omwegen, of dat wat ik zie, is wat ik denk; en of je ook dat weer kunt omdraaien

 

 

Dwaalpaadjes

 

Er zijn punten die achter elkaar gezet op een landkaart een kronkelend spoor vormen (van jagers of ezels of schapen) dwaalpaadjes voor rugzaklopers punten waar vandaan we vertrekken om even later weer aan te komen uitkijkpunten herkenningspunten en punten waarop je de weg kwijtraakt punten waar je steeds doodloopt of waar je een rivier over kunt steken het punt waarop we ontdekken dat we al tijden in rondjes lopen er is een punt waarop iemand gaat twijfelen dingen gaan kantelen niet meer kan omkeren gevaarlijke punten die aandacht en een andere keer om geheimhouding vragen er zijn voortdurend punten waardoor een blik onwillekeurig wordt aangetrokken punten waar zinnen in eindigen of die bij herhaling om invulling vragen het punt waarop een gesprek stilvalt en een aanraking leidt tot een vrijpartij knooppunten mikpunten speerpunten hoogtepunten afhaalpunten (bij jou in de buurt) er zijn punten in ruimte en tijd waar dingen bijeen komen of uit elkaar vallen het punt waarop je de aandacht verliest wegdroomt (een taartpunt) en ergens genoeg van hebt standpunten die je inneemt deelt of die je lijnrecht tegenover elkaar neerzetten er zijn punten waar niemand goed raad mee weet en die het liefst worden overgeslagen het punt wanneer je begrijpt dat er geen redden meer aan en dat elk antwoord gelogen is ontelbare punten die oplichten boven je hoofd als het ergens echt donker is er is het punt dat iemand geraakt wordt en alleen nog maar breken kan punten die ergens een eind aan maken en tegelijkertijd een begin markeren punten die onder elkaar gezet een uitgangspunt zijn voor een gesprek er is het punt dat iemand uitglijdt en struikelt bang is om zijn gezicht te verliezen er zijn punten waaraan je je vasthoudt en hoopt dat ze niet uit je handen glippen punten die op een papier staan waar we het niet over eens zullen worden er zijn punten die in elkaar overvloeien en een stroompje vormen dat een weg zoekt naar zee er zijn papierpunten die ik omvouw en omvouw net zolang tot zich een bootje vormt dat ik weg laat drijven en na blijf kijken hoe het steeds verder weg kleiner en kleinst als een stip in de verte verdwijnt.

 

 

Iemand ergens iets

 

ergens staat iemand buiten de stad aan de rand van een veld

neemt als bestemming een punt in gedachten begint te lopen

en denkt

 

zet je oogkleppen af wie weet misschien vind je dat wat je zoekt

in het hemelse de lucht is kleurloos maar overal blauw dus vertraag

 

want de wind waait de haren in je gezicht links en rechts vlekken koeien

samen geen torenflats bomen verder niets te bekennen niets tekent zich af

aan de horizon de aarde is vlak de lucht licht en kleurloos je gaat

 

en let op de tekens aan de kant van de weg want je loopt veel te snel

en je laat alles achter je op weg naar iemand ergens iets en er is tijd

en geen tijd in dit vluchtige landschap er is de impuls te bewegen

 

een zucht naar verandering en onderweg te zijn maakt niet uit

waar naar toe maar is er een noodzaak ergens te komen en als je met iets

nergens komt waar blijf je dan als je niet snapt wat je drijft niet weet

waar het heen moet de wereld en alles alleen maar beweegt en beweegt

 

rondrent in cirkels als de tijd vliegt is er dan ergens een nergens

waar je naar toe kan onopgemerkt is er een plek waar je gestoord

door niets alleen kan zijn met iemand die je wil houden zo

zonder meer. vast

 

 

 

 

Over de auteur:

Tina van Baren werkte als actrice, schreef korte verhalen en debuteerde in 2012 met gedichten in Hollands Maandblad. Ze publiceerde eerder online in Terras (Extra) en op papier in Revisor en Het Liegend Konijn.