thema:

Voorwoord in Brokken

1

Een sleutel voor de voorraadkast, een sleutel om te telefoneren, een sleutel om een bezoeker bij je naar binnen te laten, een sleutel om de woonwijk te betreden. Ik woonde een jaar in Lima, de lelijkste stad ter wereld. Ik was zeventien en een geboren optimist die in alles een uitdaging zag. Ik miste dat jaar veel sleutels. Pas na maanden van koud baden, werd me verteld dat je om warm water moest vragen. Daar was een sleutel voor.

Als we overal een sleutel voor hadden, werd er heel wat minder gebroken. Niet zelden leer ik een woord voor een situatie die ik in brokstukken met een ander probeerde te communiceren. Een woord fungeert dan als sleutel. Eens in taal gevangen is die situatie niet meer los van het woord ervoor te ervaren. Het woord is in dat opzicht eerder een kluis. Teveel woorden maken literatuur en kunst ogenschijnlijk overbodig.

Wordt de werkelijkheid zoals we die ervaren door taal gemaakt? Of juist gebroken? Maken en breken is het thema van dit zesde papieren nummer van Terras. Een thema dat in dit nummer van veel kanten wordt belicht. Met dit voorwoord wil ik de lezer graag enkele sleutels meegeven, een mogelijke lezing van dit thema dat in de diverse bijdragen breed wordt uitgezet.

2

Hoe documenteer je een jaar, vroeg ik me in Peru af. Ik had een analoge camera en weinig geld, elke foto was kostbaar. Ik drukte zelden op de knop. Als ik al drukte, dan met tegenzin. Elk perspectief werd eerst uitvoerig bekeken. Ondertussen gingen de meest kostbare momenten verloren. Wat een beeld is en hoe het zich tot de werkelijkheid verhoudt, is me gaan fascineren. Dit nummer is rijk aan beelden. Als afdruk op papier. Of als verbeelding. Het beeld is ook onderwerp. ‘De betekenis van een beeld is wat er niet op te zien is en wij dus met onze verbeeldingskracht en verstand invullen. De buitenwereld is vol, gevuld met tijd en ruimte, het beeld daarentegen is leeg, plat, op dat ene punt na dat de verbeelding op gang brengt…’ Arjen Mulder schreef dit als reactie op 53 Bril van Dick Raaijmakers. Geen maken en breken zonder naar deze componist, schrijver, kunstenaar, theatermaker te verwijzen. Terras wijdde er op de website www.tijdschriftterras.nl het project De kunst van het machinelezen aan, rond het gelijknamige beeldessay van Raaijmakers uit Raster#06 (1978). Maken en breken is de titel van een vraaggesprek van Johanneke van Slooten met Dick Raaijmakers uit Notes. Dit nummer besteedt direct en indirect aandacht aan deze bijzondere Rasterauteur. Dit jaar overleed Dick Raaijmakers. Niet zonder een indrukwekkend oeuvre na te laten. Op de website van Terras komen Raaijmakers en zijn werk uitgebreid aan bod.

3

In het werk van de schrijver en kunstenaar resoneert een wereld die voor de lezer en kijker vaak verborgen blijft. Het werk en de achtergrond van het werk, het gedicht en de aanleiding van het gedicht, de roman en het idee voor de roman. Niets is eenduidig. Niet het medium waar je mee werkt, de eindeloze reeks van betekenissen die in gang wordt gezet en de vele associaties en verwijzingen. De werktekeningen van Siet Zuyderland waarvan er drie in dit nummer zijn opgenomen, zijn schetsen vol codes. Ideeën en materiaal voor kleurrijke schilderijen die hij in zijn atelier vervaardigde. In zijn ‘poging tot inventarisatie’ in dit nummer kom je als lezer dicht op de huid van de maker. ‘Misschien door het groot aantal afwijzingen … ben ik het dichtst bij het moment geweest om een definitieve streep onder mijn werk te zetten,’ schrijft Zuyderland. ‘10 tekeningen, inkt, penseel op A4 waarvan de helft nog kan worden weggegooid.’ Ook Richtje Reinsma getuigt hoezeer maken en breken met elkaar verweven zijn. In navolging van de dagboeknotities van Siet Zuyderland uit Raster#22, geeft ze de lezer een inkijk in het werkproces. ‘Ik lig ver achter op schema, zelfs al heb ik geen schema, enkel een deadline.’

4

Na tien jaar zou ik me bijna elke dag uit het jaar in Peru nog herinneren, ook al waren ze gevuld met trivialiteiten. Misschien juist vanwege de trivialiteiten. Dat er met één hand werd gegeten bijvoorbeeld, met een lepel bij voorkeur en het hoofd dicht bij het bord. Het is goed mogelijk dat ik zo ver moest reizen om zelf het mes bij de maaltijd te laten liggen. De taal die ik als tiener had leren spreken, botste in vele opzichten met de taal die men in Peru sprak. Maar het jaar heeft ook een machinerie in werking gezet die me drijft. Waar de inspiratie vandaan komt, valt niet zelden tot een concreet voorval te herleiden. In De literaire engel van Eduardo Halfon gaat de gelijknamige hoordpersoon terug naar een beslissend moment in het leven van grote schrijvers. Het boek wordt geschreven terwijl je het leest en is pas af als je het uit hebt, schrijft Lisa Thunnissen in haar inleiding. Het is niet de enige bijdrage uit dit nummer waar schrijvers ‘maken’ dankzij het werk van anderen. Of ermee breken: K. Michel heeft een gedicht van Gorter haast letterlijk gebroken.

5

Iets maken gaat vaak niet zonder kleerscheuren. De waarde van wat gemaakt wordt, heeft bij een kunstenaar of schrijver niet te maken met geld. Maken en breken zijn actieve begrippen, roepen op iets te ondernemen. Of de breuk het gevolg is van het maken of het maken een gevolg is van het breken is niet eenduidig. Een puzzelend kind heeft de puzzel ook eerst gebroken.

Mijn jongen, dat gebeurt, wat dacht je dán?

’t Begint zo jong en nieuw, maar alles kruipt

naar ’t oud-zijn toe, aan alles komt een eind,

en niets staat stil.

Een vader spreekt in dit fragment uit ‘die Vergänglichkeit’ van Hebel zijn zoon genadeloos toe. De ouder-kindrelatie staat in veel bijdragen centraal. Het kind spreekt in het gedicht ‘Vallen en maken en breken’ van Wim Brands de vader toe, dochter spreekt bij Bergsvåg de vader toe, moeders getuigen in het korte proza van Sanneke van Hassel van hun kraamtijd. ‘Wanneer ik / de woordenstroom in mijn hoofd probeer te stoppen, kom ik een / parasiet tegen die met al zijn krachten vecht / voor zijn bestaan.’ (Bergsvåg, Dochter)  De tijd zit de schrijvers en hun personages op de hielen. En men verweert zich met taal.

6

‘Je stapt op van je bureau, loopt naar het bal­kon, je stapt omlaag, je kunt niet meer terug, God, wat jammer, pech gehad, éénmaal andermaal en daar ga je, daar helpt geen moedertjelief aan. Zo’n beweging is on­omkeerbaar.’ Dick Raaijmakers was gefascineerd door de val. Het definitieve van de beweging, de verzameling aan toevallige klanken. Een eenmalige val heeft alles met de dood te maken. Maar wanneer je alles aan draden en kabels ophangt, kan de val worden herhaald. In dit definitieve breken, waar veel bijdragen in dit nummer van getuigen, resoneert de hoop en de kracht van het maken. De vergankelijkheid mag dan een thema zijn, poëzie en proza zijn de hoopvolle getuigen. Maken en breken, er is altijd een balans op te maken. Van die balans getuigt dit nieuwe nummer van Terras. Er wordt heel wat gebroken in dit nummer, maar het staat er als een ode aan het maken. Hoezeer maken en breken deel uitmaken van het kunstenaarsschap, blijkt nu, bij de voltooiing van het eerste nummer waaraan bijna alle Terrasredacteuren een bijdrage leverden. Mijn dank gaat uit naar Richtje Reinsma die het maken van dit zesde papieren nummer van Terras aan de zijlijn volgde en aan Erik Lindner die mij geen breken zou toestaan.

 

Over de auteur:

Ruth Verraes (1980, BE) is kunstenaar en woont en werkt in Amsterdam. Ze studeerde aan het Sint-Lucas (MA) in Gent en de Rietveld Academie (BA) in Amsterdam. Recente exposities en presentaties: So it must be a stone (Belgische ambassade, Den Haag 2014), Het ding dat begint begint (C&H art space, Amsterdam 2013), So sieht es aus (met Nana Kreft, Axel Obiger, Berlijn 2013). www.ruthverraes.com