‘Elders’ is er!

Terras is een tijdschrift voor internationale literatuur dat gemaakt wordt door medewerkers verspreid over de hele wereld. Het is een avontuurlijk en ontdekkend tijdschrift dat benieuwd is naar wat er over de grenzen speelt en kwaliteit brengt. Op 26 mei verschijnt het veertiende nummer, Elders, dat de tegenstellingen onderzoekt van stad … lees meer

Avondlog

| Wim Noordhoek

Elders

China

Subtiel machtsspel

Afgelopen september las ik voor het eerst een tekst van Caroline Lamarche (°1955, Luik), La Fin des abeilles[1]. Ik was diep getroffen door dit prachtige, beeldende portret van een moeder waarin Lamarche het alledaagse tot poëzie verheft. Meteen daarna begon ik me in haar oeuvre te verdiepen. Le jour du chien (Minuit, 1996), door Rokus Hofstede in het Nederlands vertaald als De dag van de hond  (Van Oorschot, 1999), was een ware ontdekking. Lamarche kreeg de prestigieuze Prix Victor Rossel voor dit ontroerende verhaal van zes mensen die op een lentedag een hond paniekerig op de middenberm van de snelweg zien lopen. Het jaar ervoor was La nuit l’après-midi (heruitgegeven bij Minuit in 1998) verschenen, dat gerelateerd is aan Carnets d’une soumise de province uit 2004 (Gallimard). In beide romans staat een bdsm-relatie centraal, die op een indringende manier vanuit het perspectief van het vrouwelijke hoofdpersonage wordt verteld. … lees meer

De echte droom

Notitie bij ‘De opiumvrouw‘ uit Miss MacIntosh, My Darling van Marguerite Young

‘De buschauffeur zat te fluiten, in opgewonden afwachting van zijn echtgenote misschien, die wel een vrouw moest zijn met weelderige borsten, van de tot wasdom gekomen soort. In mijn ogen kon hij onmogelijk een man zijn zonder vrouw en kinderen, inderdaad, een geluk dat voor mij onvoorstelbaar was als realiteit, of zelfs als legende uit gulden tijden. Tijdens onze reis had hij talloze malen gesproken over zijn vrouwlief die op hem wachtte, en nu was hij op weg naar huis.’ Zo begint de roman Miss MacIntosh, My Darling van Marguerite Young, met ruim een half miljoen woorden een van de langste ooit geschreven. Aan het woord is Miss Vera Cartwheel, de ik-verteller van dit wonderlijke, meanderende relaas over de busreis die zij onderneemt door het binnenland van Amerika op zoek naar de Miss Macintosh uit de titel, haar gewezen … lees meer

Seraing

De steenkoolmaatschappij

De toneelbezetting bestaat uit slechts twee acteurs: Moreno, mijnwerker, Loegovoj, mijnwerker. Behalve de stemmen van deze twee spelers zijn er nog de stemmen van twee personages die niet op het toneel staan: Kamtsjatkin, ingenieur, coördinator van de reddingsteams, Bandzo Grimm, lama.

Op de scène heerst een diepe duisternis zonder schakeringen. We zijn in een mijngang, negenhonderd meter onder de grond. Er is een ramp gebeurd. De twee overlevenden, Moreno en Loegovoj, zijn ongedeerd. Hun toevluchtsoord is een smalle ruimte, een intact gebleven verbindingsgang waar neergestorte steen en kool de uitwegen versperren. Elders in de mijn is de catastrofe niet te overzien. Ondergelopen galerijen, verdiepingen die in brand staan, onbruikbare schachten – de nis waar Moreno en Loegovoj zitten te wachten is in feite een graf dat nog lange tijd buiten het bereik van redders zal blijven. In de donkere ruimte doen zich nu en dan minieme verzakkingen voor. Er zijn over elkaar schuivende, rollende stenen te horen. Ergens in de buurt van de twee mannen sijpelt water. De geluiden worden door de omringende stilte versterkt. De twee kompels hebben een werklantaarn bij zich. Ze springen er zuinig mee om. Ze blijven zonder veel te zeggen in het duister zitten. Ze hoesten, schrapen hun keel. Ze weten hoe klein de kans is dat ze hier nog uit komen. Een van de redenen waarom ze hun lamp niet zo vaak aansteken is ook dat hun schaduw in het schijnsel luguber oogt. ‘Het is beter om in het donker te blijven,’ zegt Loegovoj. ‘In het licht vind ik ons iets weg hebben van doden. Net twee doden die in de diepten van een crypte zijn ontwaakt. Daar baal … lees meer

Thuis