Blog | , november 11, 2014

Close Surrounding

terras ruth 3

Bij de kassa staat een groep jongens te dralen. Ze bestuderen de prijslijsten uitvoerig terwijl ik, aangemoedigd door de jonge vrouw achter de balie, voordring. Het ontsnapte aan míjn aandacht, maar zij riep monter naar de jongens: ‘hey, you have to pay first’ toen de groep de afdaling op de trap al had ingezet.

In de fotografie van JH Engström komen dit soort jongens vaker aan bod. Ze zoenen hun meisjes, ze schoppen tegen lege bierblikjes, of ze staan, als bij een onwennige vriendschap, een eindje uit elkaar. Soms zijn ze ouder of oud, de tijd die ze met elkaar doorbrachten is aan hun houding af te lezen. Soms zijn de jongens de treden van een trap, twee oevers door een rivier van elkaar gescheiden, een bijl in een boomstronk of een bord en een lepel op een tafel na een feest.

De afbeeldingen hangen gegroepeerd in lijsten. De afstand tussen de lijsten is precies, afgemeten. Zo precies en afgemeten verhouden lichamen van mensen zich nooit tot elkaar. Maar dat ze zich tot elkaar verhouden, dampend, riekend of omdat men niet anders weet, laat de tentoonstelling ‘Close Surrounding’ haast tastbaar zien. De lichamen en dingen worden dan een. Niet zoals een school vissen een lichaam wordt. Een school vissen is net als een zwerm vogels als geheel gespierd en doelgericht. Maar de richting waarin dit samengestelde lichaam van jongens zich begeeft, is in de wereld van de Zweedse fotograaf de optelsom van weifelende, botsende lichamen. De jongens die ik bij de kassa ontmoet, staan vanuit dergelijke dynamiek plots in het FOAM en lopen per ongeluk en zonder betalen de trap af. Tastend naar hun studentenkaart staan ze enkele seconden later weer besluiteloos op de drempel.

Terwijl het buiten donker is, worden koppels en vrienden door de flits van de fotocamera fel verlicht. Het teveel aan licht daar, is een tekort aan licht op een andere prent, een plaat van een landschap. De kleuren zijn vervaagd als was het een prent uit het stukgelezen kinderboek van je moeder. De afbeeldingen zijn divers: de aanzet van een trap, een man, een vrouw, een omhelzing. De armbeweging van een jongen waar ruzie uit voortkomt. En dan zie ik een man met camera op schoot: een zelfportret van de fotograaf.

In een andere lijstengroep vallen mij de ogen op, zodat ik kriskras van de een naar de ander geportretteerde kijk. Ik bekijk de foto’s als waren alleen de ogen afgebeeld. Ze kijken of loensen, ze zijn gehavend, verborgen achter een dikke huid, of ze zijn waterig, oud. De mensen aan wie ze toebehoren hebben, gevangen in een foto, met elkaar te maken. Net als het hert, een foto van een lieflijk plaatje. En net als de rug van een man en het gras waarin hij wegloopt. Zo vormen deze mensen en dingen een nieuw lichaam, ingegeven door de groepering van lijsten.

Die ogen. Is het een selectie van de fotograaf of valt het mij op? Zoek ik houvast in een verzameling van afbeeldingen? De blik ziet de fotograaf, maar merkt hem nauwelijks op. Die ogen kijken naar de lens als naar hun eigen arm. Als kijker word je daardoor onderdeel van dat nieuwe lichaam. Je zoent je eigen meisje, fotografeert een naakt op je bed omdat je, nu je bent opgestaan, er tijd voor vindt. Je doopt je handen in de verf en schrijft op de muur: ‘This is where I’m from’.

Waarom blijf ik langer bij deze documentaire foto’s staan? Zijn dit goede foto’s? Heeft de fotograaf een bijzondere blik? Ik vermoed dat de reden daar niet te zoeken is. Een collage wat verderop laat eenzelfde portret zien, maar half zo glansrijk van kleur als de ingelijste versie. De foto is een zelfportret van de fotograaf. Zijn portret komt in alle groepen voor. Ik zoek de fotograaf en vind hem. Het zoeken naar de fotograaf in alle afbeeldingen wordt een nieuw doel. Dit maakt duidelijk hoezeer hij als fotograaf, in het fotograferen van zichzelf evenzeer als in de foto’s van de ander, met zichzelf bezig is. Dat is wat er in alle afbeeldingen schuilt. Hij is zo met zichzelf bezig dat hij niet hoeft bezig te zijn met vragen over goede foto’s. Hij maakt foto’s. Probeert, onderzoekt. Hoe hij zichzelf kan vastleggen, wat er gebeurt als hij dat plaatje aan de muur fotografeert, of een hoek van een trap, twee vrienden, oude en nieuwe verliefden. Hij maakt foto’s op de momenten waarop een ander een sigaret opsteekt. Dat de foto’s zijn gemaakt, lijkt voldoende. De kracht van deze documentaire fotoverzameling is het ontbreken van de documentarische opzet. De foto’s laten het zoeken, proberen en vastleggen zien dat je als bezoeker een inkijk geeft in een opgesmukt maar een onverbloemd eerlijk egodocument.

 

JH Engström, Close Surrounding is te zien tot 10 december in FOAM, Keizersgracht 609 in Amsterdam

Over de auteur:

Ruth Verraes (1980, BE) is kunstenaar en woont en werkt in Amsterdam. Ze studeerde aan het Sint-Lucas (MA) in Gent en de Rietveld Academie (BA) in Amsterdam. Recente exposities en presentaties: So it must be a stone (Belgische ambassade, Den Haag 2014), Het ding dat begint begint (C&H art space, Amsterdam 2013), So sieht es aus (met Nana Kreft, Axel Obiger, Berlijn 2013). www.ruthverraes.com