thema:

De gebouwde omgeving

Vertaling:

Nieuwe Battersea Bridgenocturnes

 

Door het woord ‘nocturne’ te gebruiken wilde ik een zuiver artistieke bedoeling aanduiden en het schilderij ontdoen van elke mogelijke externe anekdotische invulling.

-James McNeill Whistler

Blauw en goud

Stranden van slijk, schepen op slik. Water als asfalt.

De brug een lange luchtige ellips. Stapvoets. Elke bus

een lampje dat onzeker lilt op oktobers vroege duister.

Een meeuw. Honden. Vurige spetters smelten in het verschiet.

Een blondine loopt weer langs. De lucht plakt,

zwaar van de adem. Nu is het oog een bot mes.

 

Blauw en zilver

Geen nachtelijk waas, avond ontsluiert het kwade. Dingen

onthullen hun doppelgängerschap. Lijnen ontsporen, wijken

verscherpen, schrapen. Levend vergezicht. Rijk versierde mouwen

ontrafeld in water, een weefwerk van ragfijn metaaldraad. Water rilt

langs de kade – rustig, niet rustgevend.

Wreed wordt de dag van zijn vaste lijnen ontdaan.

 

Zwart en goud

De brug, die het zicht op de bocht beneemt, vormt een blokkade,

een gevaar. Een smeedijzeren strook, stil en solide. Een paar

vergulde zwikken haken aan het licht. Duisternis vraagt

om bendes vuurwerk – lawaai helpt gedachten een haven vinden.

Een verlaten blikje maakt onverwachts blij. De maan

is een vale gong, weerkaatst in de glimmende leemtes.

 

 

Potpourri

Ik weet niet wie de kopjes op viltjes zette of de herdoopte

tuindoden in schalen deed waar ze rusten, onaangetast

en verstomd als heiligen. Ik weet niet waar, maar de lucht

was een waas, vol talk, waaraan de angel van haarspray

nog prikte. Ga zitten. Noteer alles wat zich laat

herinneren op de geparfumeerde bladzij. Tegen de tijd

dat we klaar zijn ken je het niet meer terug. Kent geen rust:

veegt aan, schudt kussens op, vaagt prullen weg. Propt meer

en meer zorgen in de stampvolle lade van het dressoir.

Kijk goed in de hoeken van je stoffige geest. Zeg me dat je dit weet:

welk woord verspert het woord op het puntje van mijn tong?

Bij het raam kan je het zien: de illusie van diepte in opgepoetst hout,

de kreukels in je ochtendgezicht, hoe in elkaar geflanst een dag is.

Over de auteur:

Emily Hasler is een Britse dichteres, geboren in het Engelse graafschap Suffolk. Haar gedichten werden gepubliceerd in verschillende tijdschriften en bloemlezingen. Ze won onder andere de Eric Gregory Award voor veelbelovende jonge dichters en een Hawthornden Fellowship. In 2011 verscheen haar poëziepamflet Natural Histories. In 2018 werd haar eerste bundel, The Built Environment, gepubliceerd door Liverpool Press.

Over de vertaler:

Jeske van der Velden (1987) studeerde Engels en Literair Vertalen aan de Universiteit Utrecht. Ze vertaalde poëzie en proza voor Terras, Poetry International, Crossing Border e.a. In 2015 ontving ze een Talentbeurs voor literaire vertalers. In 2017 verscheen haar vertaling van Ken Babstocks gedichtenreeks SIGINT (Perdu/Terras/ Poëziecentrum). Samen met Caroline Meijer vertaalde ze recent Herinneringen aan de toekomst (Memories of the Future) van Siri Hustvedt, dat in april 2019 verscheen bij de Bezige Bij.