thema:

De ‘Geringere schepsels’ van Jan Postma

Het misverstand leek een prima metafoor voor mijn eigen ervaring. De feiten die ik registreerde deden op geen enkele manier recht aan dat wat er gebeurde, ze telden niet op tot meer dan een armzalige fractie van de meervoudige werkelijkheid. 

Dit tekstfragment staat achterop het boekje Geringere schepsels van Jan Postma, een verzameling van vijf essays die zojuist is verschenen bij de Jan van Eyck Academie. Het boekje is in feite een mengvorm van essay en fictie dat een opvallend mooie samenhang heeft. ‘Geringere schepsels’, dat zijn bijvoorbeeld de motten bij Virginia Woolf in het postuum verschenen The Death of the Moth. Maar het zijn ook de motten die in de badkamer sterven van de minder bekende Amerikaanse schrijver Annie Dillard en ook die in een kleine passage uit de roman Austerlitz van W.G. Sebald. Postma lijkt Sebald op het spoor te komen in de Antwerpse ZOO waar hij een luiaard bestudeert en fotografeert – het boekje is verluchtigd met fotografie van de auteur. Gebeurtenissen uit het leven van de auteur worden op een opmerkelijk laconieke en toegankelijke manier genoteerd, hoe indringend ze ook blijken te zijn. Indringend zijn ook de foto’s van Rinko Kawauchi die Jan Postma bekijkt en hem net als de Lof op de schaduwen van Tanizaki aan het denken krijgen.
‘Schemerschijn’ is de naam van de de reeks waarvan deze essaybundel deel 3 is. De reeks bestaat uit speciaal geschreven teksten over schaduwen, of ze nu een verhaal als sprekend spook hebben zoals in het tweede deel Wat ben ik meer dan stilte van Roos van Rijswijk, of het verschil in gebruik van licht en donker tonen zoals dat tussen oost en west verschilt in het essayistisch reisverhaal De erker van Bregje Hofstede. ‘Schemerschijn’ is de naam van de reeks die in het leven is geroepen door Lex ter Braak, scheidend directeur van de Van Eyck Academie, literator, kunstbestuurder en schilder, op verzoek van het Ben Remkes Cultuurfonds.
Geringere schepsels van Jan Postma is gedrukt in het Charles Nypels Lab van de Van Eyck. Het telt 72 bladzijden, vormgegeven door Fellow Beings, Christophe Clarijs & Celine Mathieu. Het boekje wordt meegestuurd naar pers en abonnees van Terras met nummer #15 ‘Afrika’. Wilt u zich verzekeren van het boekje, neemt u dan eenvoudigweg een abonnement. Lezers die alleen het boekje van Jan Postma willen en geen Terras kunnen zich bij uitzonderlijk hoge uitzondering wenden tot de Jan van Eyck Academie door een mail te sturen naar info@janvaneyck.nl onder vermelding van ‘Schemerschijn 3’.

In 2019 verschijnen er nog twee delen van Schemerschijn, tegelijk met Terras #16 en #17.

Over Geringere schepsels schreef Daan Stoffelsen op Revisor: “De bundeling is meer een eenheid, en heeft meer spanningsboog en consistentie dan zijn grotere boek Vroege werken. Maar zijn observaties zijn ook treffend. (…) ‘Andermans pijn is zo ontoegankelijk als de vreemdste van alle talen.’ Ik typte het per ongeluk tweemaal over, ik begon blijkbaar weer te lezen, zo kernachtig is het. Afgelopen weekend schreef een mannelijke journalist voor Trouw een stuk over zijn beleving van de geboorte van zijn kind – dit is beter geschreven, beter geduid, en ik herken me er evenzeer in. De onbeduidendheid, het onvermogen te delen in andermans pijn. ‘Maar het was een gedeeld lot dat werd gebaard.’ Mooi.

Over de auteur:

Terras staat onder redactie van Kim Andringa, Anna Eble, Erik Lindner, Ton Naaijkens, Annelies Verbeke en Tom Van de Voorde. Vormgeving: Herman van Bostelen