thema:

De muzikale geest

Vertaling:

De afgelopen weken publiceerde Terras een aantal korte prozateksten van Erik Satie. Hierbij het achtste en laatste deel. Lees de andere teksten hier.
 
 
In Sélection, april 1924
 
 
Dames,
Heren –
 
Aangezien ik het met u over de Muziek moet hebben – wat nogal een breed onderwerp is voor een causerie – zal ik mijn onderwerp sterk inperken, en me ermee tevreden stellen u iets te vertellen over musici, &, vooral, over de muzikale geest.
 
***
 
Musici vinden we in alle milieus;… ze zijn afkomstig uit alle sociale klassen…
… Muziekonderwijs gebeurt op dezelfde manier als alle andere onderwijs: … de lessen worden gegeven door docenten,… & gevolgd door leerlingen – die meer of minder goed zijn – (dat geldt trouwens ook voor de docenten…).
… Na een paar jaar wordt de leerling wat men doorgaans een ‘ARTIEST’ noemt, … & maakt hij zijn entree in de Wereld,… & reist die over….
Tot zover… gaat alles goed.
 
***
 
Maar,… die nieuwkomer,… wat weet die nu eigenlijk?…
Hij kent de principes van:…
… Harmonie,
… Contrapunt,
… Instrumentatie,
Orkestratie,………
… De Melodie heeft geen geheimen voor hem, evenmin als
… Ritme,
… Klank,
… Dynamiek,
Toon (& het Atonaal Systeem)…

Hij werkt aan Wijsheid… Hij heeft verbeeldingskracht.
Hij bezit een portie zelfverloochening aangevuld met een zeer omvangrijke opofferingsbereidheid,… reusachtig,… durf ik wel te zeggen… Zijn geduld is buitengewoon…
… In één woord: hij is klaar voor de strijd… Hij zal een loyale vechter zijn…..

Merkt u op dat zelfs de Critici van al deze dingen op de hoogte zijn… Want de Critici,… dat spreekt vanzelf,…. weten alles,… & bezitten alle kwaliteiten.
… Kijkt u maar naar de heren Vuillermoz,… Laloy,… Schloezer1… ja, ze weten alles!… (Tenminste,… dat veronderstel ik)…

Interpreteert u,… alstublieft,… wat ik u nu zeg niet als agressief…
Ik doe niet meer dan constateringen optekenen… die volstrekt geen aanval zijn op de reputatie van respectabele & respectvolle Critici – & die door mij gerespecteerd worden…

… Mijn geest is te zeer die van een Vrijdenker om niet tolerant tegenover andermans denkbeelden te staan –
zelfs als die anderen zich tegenover mij opstellen als onverbiddelijke, & lichtelijk deloyale tegenstanders…

Ik val niemand aan en hemel niemand op… Ik laat zelfs,… vandaag,… …mijn gebruikelijke ironie varen…
… Ik spreek tot u als tegen een vriend – een oude vriend, natuurlijk…
 
***
 
Maar het is niet genoeg om een musicus te zijn – of er een te lijken – je moet er ook de geest van hebben…
… Die geest is een geest als een ander;
… hij is verwant met de Geest der Letteren,… de Schildersgeest,… de Wetenschappelijke Geest,… & verscheidene andere geesten – de een nog spiritueler dan de andere…
… Enkel… diegenen in wie deze geest gevaren is, kunnen de hoop koesteren dat ze bepaalde hoogtepunten van het denken zullen bereiken,… bepaalde toppen van het speculeren…
… Jullie moeten weten, beste vrienden, dat het de geest is, iedere kunst eigen, die de kunstenaar de noodzakelijke moed verleent om de hevigheid van de strijd te verdragen…
… Want in de Kunst…. gaat alles om strijd;…
& er moet veelvuldig,… keer op keer,… genadeloos… strijd geleverd worden…

Bovenal… zich niet compromitteren…

… Capituleren zal altijd als een teken van zwakte beschouwd worden – of zelfs van lafheid…
 
***
 
Zo zien we dat de meeste Critici – op muziekgebied, net als in alle andere Kunsten – niet bezield zijn met de ‘geest’ van het onderwerp waar ze zich mee bezighouden…
… Daarom is hun standpunt zo vaak verschillend van dat van de auteur over wie ze hun oordeel vellen…
Pas op, ik trek hun integriteit volstrekt niet in twijfel;… want ik heb het hier uitsluitend over de serieuze Critici; de andere interesseren me niet voldoende om me met hen bezig te houden…
Zij moeten dus in mijn woorden vooral geen kwade bedoeling zien wat hen betreft:…
ze zijn in geen geval het onderwerp van mijn onheuse aandacht…
… Moge de Heer hen beschermen,… zegenen,… met geluk overladen – als Hij wil…
 
***
 
Voor intellectuele zaken gelden specifieke conventies.

… Wie gelijk wil hebben – echt gelijk – moet beginnen met gelijkmoedig te zijn, heel gelijkmoedig (ik wil u erop wijzen dat dit geen pleonasme mijnerzijds is);… bovendien… moet hij gelijk hebben zonder ijdelheid,… zonder herrie,… zonder trots… Het bezit van het Gelijk gaat met geen enkel voorrecht gepaard;…
… vaak levert het alleen maar problemen op…
…Degene die gelijk heeft staat – over het algemeen – slecht aangeschreven,… zelfs als de spelling klopt…
… Hij dient daarvan op de hoogte te zijn, & niets anders te ambiëren dan zijn gelijk – als hij daarop staat…


…Maar hij die aan zijn persoonlijke rust gehecht is, moet er zorg voor dragen dat hij altijd ongelijk heeft,… volkomen ongelijk – meer nog zelfs…
… Dan… zal hij verzekerd zijn van geluk,… & hij zal in welstand & overladen met eer overlijden; – &,… misschien,… zal hij veel kinderen krijgen – wettige, buitenechtelijke – of bovennatuurlijke.
 
***
 
… Het beoefenen van een Kunst is een uitnodiging tot een leven van volkomen zelfverloochening…
… Het was niet bij wijze van grap dat ik het,… hierboven,… had over opoffering…

De Muziek eist veel van degenen die haar willen dienen… Dat is het waar ik u een indruk van heb willen geven…
…….
Een echte musicus moet aan zijn Kunst onderworpen zijn;… hij moet boven de menselijke ellende staan;… hij moet zijn moed uit zichzelf putten;… enkel en alleen uit zichzelf.
 
 
1 Louis Leloy en Emile Vuillermoz waren muziekcritici, en in die hoedanigheid waren ze Satie antipathiek; aan Vuillermoz droeg Satie zijn compositie La Défaite Des Cimbres (Cauchemar) op. Door Leloy werd Satie eens ‘een van mijn trouwste vijanden’ genoemd. Schloezer publicerde in 1924 ‘Le cas Satie’ in de Revue musicale. [Noot van de vertaalster]
 
 

Over de auteur:

Over de vertaler:

Kim Andringa (1977) studeerde Frans en vergelijkende literatuurwetenschap. Ze is literair vertaler uit en naar het Frans, redactielid van Terras en universitair docent vertalen aan de universiteit van Luik.