thema:

Redeneringen van een koppig mens

Vertaling:

De komende weken publiceert Terras een aantal korte prozateksten van Erik Satie. Hierbij aflevering 4. Lees ook de inleiding.
 
 
 
Les Raisonnements d’un Têtu, 1890-1920
 
 
De mens is niet meer geschapen om te dromen dan Ik om een houten been te hebben.
 
Ik heet Erik Satie net als iedereen.
 
Ik heb altijd voorgesteld om gratis wandelingen voor het volk te organiseren in het schip van staat; tot nog toe heeft niemand er aandacht aan besteed.
 
Wat Ik zou willen, is dat alle Fransen die zelf op Frans grondgebied geboren zijn of uit Frans uitziende ouders, recht hadden op een aanstelling als postbode in Parijs.
 
Hoewel Ik katholiek ben, heb Ik nooit gewenst dat het aantal aartsbisschoppen van Parijs tot circa 300 zou worden vergroot.
 
Ach, Mijn beste jongen, wat een geluk heb Ik te leven te midden van de feesten der mensheid; feesten die uit zichzelf en van ganser harte schitteren en meer schenken dan ze bezitten, waardoor ik die schoft van een Lente tegemoet kan zien en kan constateren dat Mijn stamboom nog niet eens in bloei staat.
 
Daar is de lente, beste Vriend, en mijn stamboom staat nog niet in bloei. Een voorteken dat me het monster der anarchie toont aan de grenzen van de Beschaving. Open wijd onze armen; laten we weloverwogen nadenken. Waar is Gambetta gebleven? Zijn dood blijft een grote stap op de weg naar vooruitgang; het is een bewonderenswaardig voorbeeld voor alle politici; en de sappen die wij in overvloed putten uit dit waardevolle verscheiden, lijkt op een generaal-majoor, maar dan minder mooi.
 
Er zijn bomen waarin je nooit een vogel zult zien zitten; ceders bijvoorbeeld: dat zijn zulke donkere bomen dat de vogels zich er vervelen en ze mijden.
Populieren worden al even slecht bezocht, want het is gevaarlijk om erin neer te strijken: ze zijn veel te hoog.
 
Vraag het aan om het even wie. Iedereen zal het u zeggen, zelfs de idioten.
 
Dat is waar, zoals Napoleon placht te zeggen als hij iemand liet fusilleren.
 
‘Nooit zult u me dat uit het hoofd kunnen praten’, zoals koning Lodewijk de Elfde zei, toen hij de neus van zijn min eraf rukte.
 
Als je aanwent om je netjes te gedragen, zul je het misschien nog wel eens tot Maarschalk schoppen.
En wie weet krijg je dan nog wel eens een opgeblazen kop van een kanonskogel.
Dat misstaat niet voor een jongen!
 
Wie musici zaait, zal dwaasheid oogsten.
 
De musicus is misschien wel de meest bescheiden der diersoorten, maar hij is ook de meest trotse. Hij was het die de sublieme kunst van het bederven van poëzie uitvond.
 
Geef me een dichter, en ik maak er twee musici van, een liedjeszanger en een begeleidend pianist. Na enige tijd zal de liedjeszanger een zogenoemd Montmartriaans cabaret hebben geopend. Een paar jaar later zal de begeleidend pianist zijn gestorven aan de drank en de liedjeszanger zal prins, hertog of nog iets beters zijn.
 
Ik zie niet in waarom geld niet zou stinken, aangezien met geld alles mogelijk is.
 
Net als geld is pianospel alleen maar aangenaam voor wie het in de vingers heeft.
 
Een ontwikkeld mens zal zich nooit bezatten.
 
Onze Heilige Vader staat op een keerpunt in zijn levensgeschiedenis. Hij die altijd zei: ‘Ik ben als mijn voorvaderen de Galliërs: Ik vrees maar één ding en dat is dat ik dakpannen op mijn hoofd zal krijgen’, schrikt nu terug voor ziekte omdat hij vreest dat de Heer, in zijn liefde voor hem, in de verleiding zal komen hem tot Zich en Zijn Heiligen te roepen.
 
Geschenk voor de Paus
Dit geschenk bestaat uit een prachtige zilveren alpinopet, geheel met acajou gevoerd, een schaal van alpacawol en een varkensschuimen pijp.
 
Het gerucht gaat dat in een parochie in de omgeving van Wenen (Oostenrijk) onlangs een paard zijn eerste communie heeft gedaan. Het is voor het eerst dat een dergelijke religieuze gebeurtenis in Europa plaatsvindt; maar in Australië kent men een jaguar die als protestantse dominee diensten leidt en het er heel behoorlijk van afbrengt. Toegegeven, er valt niet veel te doen.
 
De Heilige Golijn van Arctis
Hij nam een ijsbeer de eerste communie af.
Aangezien er geen notaris in de omgeving te vinden was, liet de Heilige Golijn zijn religieuze testament bekrachtigen door een pinguïn.
 
Een vuile hand sloop op zijn tenen naar binnen, met zijn ogen niet in zijn zak, en maakte zich meester van de schat.
 
Hij kan geen geen verstand hebben van het leven; bij het minste of geringste droomt hij weg.
 
Soms heb ik geen besef meer van ruimte en tijd; en het komt zelfs wel eens voor dat ik niet weet wat ik zeg.
 
Ik draai mijn penhouder zeven keer om in mijn nederige arbeidershanden.
 
En zo zal het altijd & altijd maar doorgaan, zonder de kleinste onderbreking, zonder de minste spatie, altijd!
 
Dat het me tegenstaat om hardop te zeggen wat ik bij mezelf denk, komt enkel omdat mijn stemgeluid niet sterk genoeg is.
 
Vermeden dient te worden dat een idee dat men in het achterhoofd heeft afzakt tot in het achterste.
 
Wees goed voor mij.
Hier is een definitie uit het woordenboek van Littré over welwillendheid: ‘Bienveillance, les deux «l» sont mouillés, s.f.’? Eigenaardig… Ik zou niet weten wat dat betekent.
 
De Mens is een samenraapsel van vlees en botten.
Dat samenraapsel wordt in beweging gebracht door een apparaat dat hersens heet.
Die hersens zitten in een doos die hersenpan genoemd wordt.
Deze doos heeft geen zichtbare opening.
Daarbinnen zien en horen de hersens niets van wat er om ze heen gebeurt, geïsoleerd als ze zijn van de rest van de Wereld.
Daarom handelt de Mens met die alleraardigste ondoordachtheid die de toeschouwer zo goed kent, een ondoordachtheid die hem kenmerkt en die hij belichaamt, als ik me zo mag uitdrukken.
 
 

Over de auteur:

Over de vertaler:

Kim Andringa (1977) studeerde Frans en vergelijkende literatuurwetenschap. Ze is literair vertaler uit en naar het Frans, redactielid van Terras en universitair docent vertalen aan de universiteit van Luik.