thema:

Theatrale zaken (fragment)

Vertaling:

De komende weken publiceert Terras een aantal korte prozateksten van Erik Satie. Hierbij aflevering 6. Lees ook de inleiding.
 
 
‘Mémoires d’un amnésique’, Revue musicale, 15 januari 1913
 
Ik heb altijd het idee gekoesterd nog eens een lyrisch drama te schrijven over het volgende en bijzondere onderwerp:
In die tijd hield ik me onledig met alchemie. Op een dag was ik aan het rusten, alleen in mijn laboratorium. Buiten was de lucht loodgrijs, vaal en onheilspellend: een gruwel!
Ik was bedroefd, zonder te weten waarom; angstig haast, zonder te weten waarvoor. Ik vatte het idee op wat afleiding te zoeken door langzaam op mijn vingers van één tot tweehonderdzestigduizend te tellen.
Ik deed het, maar het enige wat het me opleverde was diepe verveling. Ik stond op om een magische walnoot te pakken en vlijde die zachtjes neer in een kistje van alpacabeen ingelegd met zeven diamanten.
Dadelijk vloog een opgezette vogel weg; een apenskelet nam de benen; een zeugenhuid kroop over de muur. Toen viel de nacht over alle voorwerpen en sloopte alle vormen.
Maar daar klinkt geklop achterin het vertrek, vlakbij alle Perzische talismans, talismans die mij verkocht werden door een Polynesische maniak.

Wat is dat? Mijn God! laat uw dienaar niet in de steek. Hij heeft zonder enige twijfel gezondigd, maar hij heeft berouw. Vergeef hem, smeek ik U.
Dan gaat de deur open, open, open als een oog; een vormeloos wezen komt in stilte nader, nader, nader. Er parelt geen druppel zweet meer op mijn doodsbenauwde vlees; bovendien heb ik dorst, hevige dorst.
In de schaduw klinkt een stem:
– Mijnheer, ik denk dat ik het tweede gezicht heb.
Ik herken de stem niet. Hij zegt:
– Mijnheer, ik ben het; ik ben het heus.
– Wie, u? vroeg ik angstig.
– Ik, uw huisbediende. Ik denk dat ik het tweede gezicht heb. Hebt u zojuist niet een magische noot neergevlijd in een kistje van alpacabeen ingelegd met zeven diamanten?
Met dichtgeknepen keel kan ik enkel uitbrengen:
– Inderdaad, mijn beste. Hoe weet u dat?
Hij komt dichterbij, duister en geruisloos, zwart in het donker. Ik voel hoe hij beeft. Hij is ongetwijfeld bang dat ik mijn geweer op hem af zal vuren.
En als een klein kind fluistert hij met een snik:
– Ik heb u gezien door het sleutelgat.
 
 

Over de auteur:

Over de vertaler:

Kim Andringa (1977) studeerde Frans en vergelijkende literatuurwetenschap. Ze is literair vertaler uit en naar het Frans, redactielid van Terras en universitair docent vertalen aan de universiteit van Luik.