thema:

Ik heb mijn leven verkwist

Vertaling:

Ik ben weer terug bij het eerste gedicht uit mijn eigen tijd dat ik prachtig vond, een gedicht waarvan de eenvoud me overrompelde, en dat doet het nog steeds. Het is het eerste gedicht dat ik in 1968 met een groep studenten heb behandeld aan de University of Iowa toen ik amper iets ouder was dan zij, in mijn opwindende minirokje en cowboylaarzen. Ik ben altijd van dit gedicht blijven houden, maar misschien ben ik het pas onlangs gaan begrijpen. Wie weet.  

Het is een eenvoudig gedicht. Ik ken het uit mijn hoofd, zoals de uitdrukking zegt: James Wrights ‘Liggend in een hangmat op de boerderij van William Duffy in Pine Island, Minnesota’, dat voor het eerst is gepubliceerd in 1961 in het zomer-herfstnummer van The Paris Review: 

 

Boven mijn hoofd zie ik de bronzen vlinder 

op de zwarte stam slapen 

in de wind als een blad in groene schaduw. 

Door het ravijn achter het lege huis 

volgen de koeienbellen elkaar 

de middagverten in. 

Rechts van me 

liggen in een veld zonlicht tussen twee dennen 

de keutels van de paarden van vorig jaar 

te fonkelen als gouden stenen. 

Ik leun verder achterover terwijl de avond schemert en valt. 

Een gestreepte sperwer zeilt over op zoek naar zijn nest. 

Ik heb mijn leven verkwist. 

 

Dat is het. Dat is alles. Dat is het gedicht dat me al die jaren is blijven bekoren en plagen. Pas vele jaren na mijn eerste lezing heb ik ontdekt dat Wrights verbijsterende slotregel – ‘Ik heb mijn leven verkwist’ – een hommage was aan Rilke’s gedicht Archaïscher Torso Apollos’. Rilke’s gedicht is ook opgebouwd als een beschrijving – in zijn geval van een torso die is overgebleven van een Grieks standbeeld. Het eindigt op eenzelfde manier met een slotregel die geen logisch of zelfs maar associatief verband lijkt te hebben met de voorgaande beschrijving. Bij Rilke heet het streng: Du mußt dein Leben ändernWright kende het gedicht in het Duits. Het moet een grote indruk op hem hebben gemaakt. 

Toen ik veel later het gedicht van Rilke ontdekte, leek het haast alsof het was beïnvloed door Wright en niet andersom. Wrights gedicht had me bij de kladden gegrepen in zijn beschrijving van een landschap dat me zeer vertrouwd was, het landschap van mijn thuisstaat waaraan iedereen voorbij raast, van een dorp dat hooguit een uur rijden van mijn geboorteplaats lag. Die plaatsnaam alleen al in een gedichtenbundel was geweldig. Pine Island! In een gedicht! En toen, jaren later, kwam ik er keer op keer langs als ik met mijn dodelijk zieke man op weg was naar de Mayo Clinic, dat Lourdes waar we zo getrouw heengingen en dat korte tijd wonderen bracht. 

In mijn eerste lezingen zag ik in de slotregel een erkenning van verslagenheid. Moedig, maar ook droevig. Ik stelde me voor dat de nederlaag erin school dat hij maar een vlinder beschreef, een verschrompelde paardenvijg, een ditje, een datje. Ik dacht dat hij zich schaamde voor zijn doelloosheid en dat hij zijn mislukking dapper verwoordde.  

Een aantal jaar later toen ik het opnieuw las, nu vol van het streven van mijn eigen eerste gedichten, kwam ik tot de conclusie dat het geen mislukkingsgedicht is. “Ik heb mijn leven verkwist” is een triomfkreet: ik lig hier in deze hangmat lekker niks te doen en lach me te barsten om jullie die je leven vergooien met je geploeter. Ik dacht dat hij een lange kunstzinnige neus trok naar al die drukke werkbijen in de wereld, dat hij er prat op ging een vrije geest te zijn die zich niet afbeult. Hij snoefde een lelie des velds te zijnIk heb het lef mijn leven te verkwisten.  

En nog weer later, veel en veel later, toen ik verscheidene malen verraad en de dood en eigen mislukkingen had ervaren en die natuurlijk weer zou gaan meemaken, besefte ik dat Wright inderdaad getuigde van zijn falen, maar van een heel ander falen dan ik als jonge dichter had begrepen.  

Dit is hoe ik dit schijnbaar eenvoudige gedicht nu begrijp (alsof ik zou kunnen denken dat dit mijn definitieve lezing is): liggend in de hangmat is de dichter alleen en hij denkt nergens aan. Hij leeft op dat moment in allenigheid, in de allenigheid van zijn geest. De wereld met al zijn alledaagse details – de slapende vlinder, paardenkeutels – komt dit alleen-zijn binnen dat zijn bewustzijn vormt. Hij beseft dat dit hem nog nooit eerder is overkomen – hij heeft de wereld nooit echt gezien, in alle realiteit en detail. Dit besef verbijstert hem. Hij heeft zijn leven verkwist juist omdat hij zijn leven niet genoeg heeft verkwist, of het überhaupt heeft verkwist, tot aan dit moment. Dat was zijn vergissing. Hij is niet mislukt. 

 

Een uitgebreider fragment uit Patricia Hampls The Art of the Wasted Day is te vinden in Terras #16 ‘Over de grens’.

Over de auteur:

Patricia Hampl (1946) is vooral bekend geworden door diverse memoires, met name The Florist's Daughter (2007) had succes. Zij publiceerde ook poëzie en is docent aan de University of Minnesota. De hier gepubliceerde tekst komt uit haar meest recent boek, The Art of the Wasted Day (2018).

Over de vertaler:

Hans Kloos (1960) is dichter en vertaler. Recente vertalingen o.a.: Tussentijd (2017) van David Jones, Gouden Palm-winnaar The Square (2017) van de Zweed Ruben Östlund en Hier maak ik mijn stad (2019), de poëzieroman van Robin Robertson, die genomineerd was voor de Filter Vertaalprijs en waarvan Terras eerder online een fragment bracht. Recent eigen werk: De interviews (poëzie, 2013). Doorlopend project: Harkheimers boeket, afatische klassiekers, zie hanskloos.nl.