Blog | , oktober 13, 2020

KEES HIN | Wat af is, is niet gemaakt

Eén ding kunnen we met gemak vaststellen: binnen de geografie van het Nederlandse filmlandschap was Kees Hin een maker van uitzonderlijke soort. En hij was het om bijzondere redenen; ik ken niemand anders die de dramaturgische beginselen voor een film of een filmscenario – het conflict of de conflictsituatie – weigerde aan te hangen. Elke roman, elk toneelstuk, elke film begint ermee. Niet bij Kees Hin. Voor hem was een tragisch gegeven binnen een personage of gebeurtenis het vertrekpunt voor zijn film.

Dat maakte dat hij vaak medelijden had met zijn personages.

Hij had ook medelijden met het materiaal dat in de montage op de grond belandde. Barbara Hin, dochter en editor van veel van zijn films, verzuchtte regelmatig dat Kees geen beslissingen nam in de montage. Als je weet dat het maken van films zo ongeveer synoniem is aan beslissingen nemen, dan zou je het een omissie kunnen noemen. Maar het maakte Hin ook speciaal.

Feitelijk was hij het kind in de filmmaker dat weigerde de grote-mensen-regels te accepteren en stampvoette tegen de wrede filmwetten die zijn diepste wensen dwarsboomden; het liefst wilde hij dat een film zo lang duurde als een vriendschap en nooit af zou komen.

Een favoriet personages van Hin was Don Quijote en de aandoenlijke tragiek van de Spaanse antiheld paste hem als een handschoen. Hin was de Don Quijote van de Nederlandse cinema; hij geloofde in Dulcinea als de muze en in windmolens als vijanden van de filmkunst.

Ik herinner me dat we samenwerkten aan mijn scenario Dood zonder einde, waarin een oudere man en een jongere vrouw in een dramatische verhouding verwikkeld zijn. De jonge vrouw heeft de oudere man in haar macht en onderwerpt hem aan haar sadistische grillen. Dat moest gestalte krijgen in een aantal scènes. Ik kende Hin toen al vrij aardig, maar wist niet dat hij een oprechte afkeer had van conflicten; hij vond het in alle ernst zielig voor mijn mannelijke hoofdpersoon wanneer de jonge vrouw hem in scènes vernederde.

Een film die me destijds heeft beïnvloed, curieus genoeg een opdrachtfilm over vrijwilligerswerk, is Grootstad. Er is een sterk terugkerend beeld van een groep mensen die door de stad loopt, ogenschijnlijk op weg ergens naar toe.

Pas later realiseerde ik me dat Hin op de goede manier schatplichtig was aan een iconografisch repetitief in Buñuels Le charme discrète de la bourgeoisie. Ik heb dat beeld ook weleens willen stelen; het is me nooit gelukt.

Hans van Manen zei ooit: ‘Iedereen steelt, het hangt ervan af van wie je steelt.’

Hin stal van de besten, en dan mag het.

 

Kees Hin & Ramón Gieling, 1987 (foto: Neeltje Hin)

 

Rond 1982 mocht ik Assefeest, mijn eerste speelfilm, laten zien aan Kees Hin, Johan van der Keuken en Frans van de Staak – alle drie veel ouder dan ik – in het atelier van de laatste. Ik zou de film nu niet durven terugzien, maar op een of andere manier werd ik in de armen gesloten door dat inspirerende groepje Nederlandse avant-gardisten. Hin ontfermde zich over mij en bood me aan iets te maken voor Beeldspraak, het toenmalige NOS-kunstprogramma waarvan hij een van de redacteuren was. Ik ben hem daar nog altijd erkentelijk voor.

In een film die ik over de schilder Klaas Gubbels wilde maken, vroeg ik of hij de interviewer, de speurende ‘psychoanalyticus’, wilde zijn die op zoek gaat naar de onderliggende motieven van de schilder-van-tafels.

Toen de film af was, kregen we er allebei ongenadig van langs van K. Schippers, dichter/schrijver, Hins bovenbuurman sinds mensenheugenis, en scenarist van zijn films. Schippers vond de film als documentaire een blamage. Kees stond tussen twee vuren en dreigde het oordeel van K. Schippers meer gewicht toe te kennen dan zijn solidariteit aan mijn (en ook ’n beetje zijn) film. We hadden een conflict en in de jaren die volgden zouden we nog een paar keer botsen: hij wees ooit een film van mij af in de commissie van het Filmfonds om de haast ontroerende reden dat hij me als vriend niet wilde voortrekken. Ik had een aardige oneliner als antwoord: ‘Als ik het al niet meer van mijn vrienden moet hebben, van wie dan wel?’

Hin had een lange samenwerking met K. Schippers, wat verklaart dat zijn films een literaire inslag hadden. Cinema invisible was een geweldig idee (van producent Rolf Orthel, met wie Hin veel films maakte); de verfilming van scènes uit nooit gerealiseerde scenario’s, waarvan Hin & Schippers onder meer die van Yves Klein, Fernand Léger, Gertrude Stein, Alfred Döblin kozen.

Hin was ongeneeslijk trouw en genereus; bij elke première kwam hij opdagen en overlaadde hij mijn films met guirlandes van lof.

Hins speelfilm Soldaten zonder geweren, met een klein budget en de onvolprezen aanwezigheid van actrice Elisabeth Andersen, had de goede invloed van Godard. De laatste reis, over componist Matthijs Vermeulen was echt een goeie film. Het Schaduwrijk mocht ik verdedigen tegen de gemakzuchtige kritiek van luie critici.

Zowel met Johan van der Keuken als met Hin – leeftijdsgenoten en vrienden op afstand – had ik veel contact, altijd een beetje in de verhouding meester-leerling, waarin onvermijdelijk het moment komt dat de leerling tegen de meester opstaat. Dat hoort nu eenmaal zo.

Van der Keuken was internationaler georiënteerd en liet geregeld van zich horen in het politieke en maatschappelijke debat middels zijn films en teksten in het filmtijdschrift SKRIEN. Het leek soms of Hin niet geïnteresseerd was in meer dan lokale aandacht. Net als Van de Staak maakte hij zijn films vooral voor vrienden, bekenden en geliefden. Dat was zijn bijzonderheid, en soms ook zijn zwakte. Ik had mijn bedenkingen bij het ‘artistieke’ gedachtegoed achter een paar van zijn films; hij wilde zo graag filmkunst bedrijven dat hij in de buurt kwam bij wat Picasso ooit zei: ‘Als er te veel kunst in een schilderij zit, is het geen schilderij meer.’ Soms zat er in zijn films te veel kunst, waardoor ze geen films werden maar leken op een nog onaf scenario voor een te maken film. Daarmee kwam hij weer op verrassende wijze in de buurt van Paul Valéry die ooit schreef: ‘Wat af is, is niet gemaakt.’

Een heel sterke film is De Match: een geweldige ‘vondst’ om een documentair gegeven – tachtig mannelijke bewoners van een dorp in Zeeland worden door Hin, samen met Sandra van Beek, opnieuw verhoord in verband met de moord op een oude vrouw – een raadselachtige dramatische lading te geven. In de verhoren worden de vragen weggelaten, waardoor je gaandeweg in het antwoord de gevaarlijke vraag hoort resoneren. De film confronteert ons met het gegeven dat we allemaal potentieel dader zijn, ook als er van een misdaad geen sprake is.

Hin had de moed stoïcijns anders te zijn dan anderen, inclusief zijn tragiek.

Kees Hin (1936-2020) maakte zo nu en dan zijn opwachting in Raster. In 1983 werd een uitvoerig gesprek met Johan van der Keuken en Frans van de Staak gepubliceerd, inclusief een filmografie van Hin, het ‘Kleur’-nummer (2005) bevat een bijdrage over de schilder Jaap Hillenius (over wie Hin in 2006 het portret ‘Poging om dichterbij te komen’ maakte) en in 2009 schreef bovenbuurman K. Schippers over zijn samenwerking ‘Met Hin’

Over de auteur:

Ramón Maria Gieling (1954), filmmaker, beeldend kunstenaar, schrijver. Oprichter-redacteur van Wolfsmond, tijdschrift voor literatuur, film en beeldende kunst. Publiceerde bij Augustus/Atlas Contact Het ondankbare verleden van Santiago Herrero en De hoofdletter pijn. Bij Wolfsmond verscheen Mond en Hart, verhalen. Maakte o.a.  Assefeest (1982), De levende stilte, over Klaas Gubbels (1984), Duende (1987), Wij houden zo van Julio (1990), Heimwee naar de dood (1992), Off Minor (1996), Buñuels Prisoners (2000), En un momento dado (2004), 19 Dias  y 500 noches (2008), Tramontana (2009), Over Canto (2011), Erbarme dich (2015), The Disciples (2018), The Death of Antonio Sánchez Lomas (2019) en Sisyphus at work (2020).